Gaza-conflict: Ban KI-Moon mist cruciale kans

gaza-artillery-560x400Amnesty International is teleurgesteld dat VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon er niet in slaagt om de Israëlische en Palestijnse onderzoeken naar mensenrechtenschendingen tijdens het Gaza conflict, een jaar geleden, grondig te beoordelen.

In een rapport van 4 februari stelde Ban Ki-Moon dat "er niet kon worden vastgesteld" of de Israëli's en Palestijnen zich al dan niet houden aan resolutie 64/10 van de Algemene Vergadering van de VN die dateert van 5 november 2009. De secretaris-generaal gaf de Israëlische en Palestijnse antwoorden gewoon door aan de Algemene Vergadering zonder zich af te vragen of deze wel aan de vastgestelde normen voldoen. De resolutie stipuleerde nochtans dat de onderzoeken "onafhankelijk, geloofwaardig en conform de internationale normen" moesten worden gevoerd. Bovendien moet de secretaris-generaal drie maanden na de implementatie van de resolutie een rapport uitbrengen "met een zicht op verdere actie".

Ban Ki-moon verklaarde zijn gebrek aan daadkracht door te stellen dat de processen die de Israëli's en Palestijnen in gang brachten "nog steeds aan de gang zijn". Amnesty International is echter van oordeel dat de informatie die Ban tot nu bereikte moet volstaan om te concluderen dat de stappen ondernomen door de partijen volledig ontoereikend zijn. De secretaris-generaal laat echter na om deze boodschap aan de Israëli's en de Palestijnen over te brengen.

Amnesty vraagt de VN secretaris-generaal met aandrang om de situatie recht te trekken. Hij moet onverwijld voorbereidingen treffen voor een onafhankelijke beoordeling van de stappen die de Israëli's en Palestijnen reeds ondernamen. Hij moet input vragen van de Hoge Vertegenwoordiger voor de Mensenrechten van de VN. Bovendien zou hij ook moeten overwegen om de hulp in te roepen van onafhankelijke experten op het gebied van international humanitair recht en mensenrechten. Amnesty maakte reeds op 20 november 2009 deze aanbevelingen over aan Ban Ki-moon.

De Algemene vergadering en de Veiligheidsraad van de VN zouden de komende maanden over een grondige beoordeling van onderzoeksdaden moeten kunnen beschikken. Dit moet immers de basis vormen voor de beslissingen en acties die in de toekomst worden ondernomen om er voor te zorgen dat de schuldigen verantwoording afleggen. Als de partijen blijven weigeren om de noodzakelijke stappen te nemen dan moet de Veiligheidsraad de kwestie kunnen overmaken aan het Internationaal Strafhof.

Amnesty oordeelt dat geen van beide partijen de noodzakelijke stappen heeft ondernomen om een onafhankelijk en geloofwaardig onderzoek te voeren conform de internationale normen. De respons van de Israëlische autoriteiten werd "volledig ontoereikend" bevonden. Het Israëlisch onderzoek voldoet niet aan de geldende normen van "onafhankelijkheid, onpartijdigheid, transparantie, snelheid en effectiviteit".

De officiële Palestijnse respons bestond uit een brief van de Palestijnse eerste minister Salam Fayyad van de, door Fatah gedomineerde, Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever. In de brief liet Fayyad Ban Ki-moon weten dat er recent een onderzoekscommissie werd ingesteld, maar dat de onderzoeken naar specifieke beschuldigingen van inbreuken op het internationaal recht nog moeten beginnen. De documenten die het ministerie van Justitie van de Hamas overheid in Gaza vrijgaf wijzen er niet op dat hun onderzoek voldoet aan de internationale normen. Deze documenten focussen voornamelijk op de ontkenning van de beschuldigingen, of op het goedpraten van bepaalde schendingen van het internationaal recht.

Achtergrond

VN secretaris-generaal Ban Ki-moon kwam met het rapport (A/64/651) naar buiten in navolging van de resolutie 64/10 van de Algemene Vergadering van de VN (5 november 2010). Hierin bevestigt hij dat hij documenten ontving van de Israëlische en Palestijnse vertegenwoordigers bij de VN omtrent de stappen die werden ondernomen om de resolutie te implementeren.

In plaats van een grondige beoordeling te maken drukte de secretaris-generaal enkel zijn hoop uit "dat de resolutie 64/10 de Israëlische regering in de Palestijnen heeft aangemoedigd om onderzoeken te voeren die onafhankelijk, geloofwaardig en conform de international normen zijn".

De resolutie 64/10 werd door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen in navolging van het rapport van de VN "Fact Finding Mission on the Gaza Conflict", geleid door Richard Goldstone. Dit rapport, dat op 25 september 2009 verscheen, bracht aan het licht dat beide partijen zich tijdens het conflict hadden schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden en andere zware schendingen van het internationaal recht. De bevindingen van het Goldstone rapport kwamen grotendeels overeen met de bevindingen van een soortgelijk onderzoek van Amnesty International.

Lees ook Palestinian Authority: Hamas fails to mount credible investigations into Gaza conflict violations

Lees ook Israëlische respons op VN onderzoek ontoereikend

Deel dit artikel