Gaza twee jaar later: straffeloosheid haalt het van verantwoording

Twee jaar na datum blijven de oorlogsmisdaden onbestraft

Op 26 augustus 2016 was het twee jaar geleden dat er formeel een einde kwam aan de bloedige Gaza-oorlog die woedde in de zomer van 2014. De eindbalans was bloedig: 1.460 Palestijnse burgers werden gedood en 11.230 Palestijnen raakten gewond. Aan Israëlische zijde kwamen zes burgers om het leven en 1.600 Israëli’s raakten gewond. Twee jaar na datum blijven de oorlogsmisdaden onbestraft.

Humanitaire situatie blijft dramatisch

Twee jaar later blijft de humanitaire situatie dramatisch. Van de 1.9 miljoen inwoners hebben 1.3 miljoen Palestijnen nood aan humanitaire hulp. De heropbouw van Gaza verloopt ook traag door de illegale Israëlische blokkade en een tekort aan bouwmaterialen, niet-ingevulde donorbeloftes en intra-Palestijnse onenigheid tussen Hamas en de Palestijnse Autoriteit.

65.000 van de 100.000 Palestijnen van wie het huis verwoest werd, zijn nog steeds ontheemd. 160.000 Palestijnse kinderen hebben constante psychosociale begeleiding nodig. Eén van de zeven volledig verwoeste scholen is hersteld (alle 252 gedeeltelijk beschadigde scholen zijn wel hersteld). Geen enkele van de vier volledig verwoeste ziekenhuizen is al hersteld, maar alle 78 beschadigde ziekenhuizen functioneren opnieuw. Slechts twee-derde van de waterinfrastructuur is volledig of gedeeltelijk hersteld.

Blokkade niet in vraag gesteld

De illegale blokkade van Gaza wordt ondertussen nauwelijks fundamenteel in vraag gesteld door de internationale gemeenschap, hoewel ze de belangrijkste bron van alle humanitaire leed is.

Israël oefent via de blokkade nog steeds “effectieve controle” uit over Gaza, en is onder internationaal recht bezetter in Gaza. Het land heeft als dusdanig verplichtingen onder het internationaal recht om de burgerbevolking in Gaza te beschermen. Het kiest echter voor een blijvende collectieve bestraffing van de Gazaanse burgerbevolking, wat verboden is onder het internationaal recht.

De blokkade voedt bovendien de wanhoop en uitzichtloosheid onder de bevolking in Gaza. Ze is de beste formule voor meer radicalisering en extremisme, en drijft Gazanen regelrecht in de handen van Hamas of nog radicalere Palestijnse groeperingen.

Een eeuwigdurende blokkade dient dus allesbehalve de veiligheid van Israël, wat ook wordt erkend door hoge Israëlische veiligheidsfiguren.

Straffeloosheid heerst

Twee jaar na datum blijven de veelvuldige oorlogsmisdaden uit de oorlog van 2014 bovendien onbestraft. Het Israëlische leger viel doelbewust burgers, ziekenhuizen, VN-scholen, medisch personeel, ambulances, markten, elektriciteitscentrales, hele volkswijken en huizen van Hamasstrijders (een vorm van collectieve bestraffing) aan. Palestijnse gewapende groeperingen vuurden raketten af op Israëlische burgers, wat eveneens een oorlogsmisdaad is.

De onderzoekscommissie van de VN-Mensenrechtenraad publiceerde in juni 2015 een lijvig rapport waarin verschillende oorlogsmisdaden werden gedocumenteerd. De Onderzoekscommissie stelde dat de situatie in bezet Palestijns gebied doorverwezen moet worden naar het Internationaal Strafhof in Den Haag. Op 16 januari 2015 opende de aanklager van het Strafhof een vooronderzoek, en een tussentijds rapport werd gepubliceerd in november 2015. De aanklager is echter niet gebonden aan een bepaalde deadline om een beslissing te nemen.

Het Strafhof werkt volgens het principe van ‘complementariteit’: enkel als een betrokken partij niet de capaciteit of wil heeft om schendingen zelf te onderzoeken, opent het een onderzoek. Alle betrokken partijen in het Israëlisch-Palestijns conflict bewezen in het verleden niet in staat te zijn zelf een geloofwaardig, eerlijk en onafhankelijk onderzoek te voeren, zoals Palestijnse en Israëlische mensenrechtenorganisaties als Al Mezan, Adallah, B’tselem en Yesh Din uitvoerig documenteerden. B’tselem stopte in mei 2016, na 25 jaar, alle medewerking met het Israëlische leger. De gerespecteerde Israëlische mensenrechtenorganisatie omschreef het militaire rechtssysteem als een ‘witwasmechanisme’.

Israël publiceerde in mei 2015 wel een eigen rapport, maar de VN-Onderzoekscommissie drukt zijn bezorgdheid uit over ‘a number of procedural, structural and substantive shortcomings, which continue to compromise Israel’s ability to adequately fulfil its duty to investigate.’ Tot nog toe werden slechts drie Israëlische soldaten aangeklaagd voor kleinere vergrijpen als diefstal en belemmering van het onderzoek, maar werd niemand aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Aan Palestijnse zijde werden geen onderzoeken geopend.

De aanbevelingen van de VN-Onderzoekscommissie naar de Gaza-oorlog blijven meer dan een jaar na datum dode letter. De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN publiceerde in maart 2016 een eerste rapport over de implementatie van de aanbevelingen, waarin hij nogmaals opriep de situatie in bezet Palestijns gebied door te verwijzen naar het Internationaal Strafhof.

Doorverwijzing Internationaal Strafhof

Na bijna vijftig jaar van straffeloosheid is het tijd dat oorlogsmisdadigers niet langer vrijuit gaan: de situatie in bezet Palestijns gebied moet onmiddellijk doorverwezen worden naar het Internationaal Strafhof. De werking van het Strafhof staat echter onder druk door een tekort aan middelen en een overschot aan mogelijke zaken, (zoals ook de situatie in Afghanistan, Colombia en Oekraïne). De aanklager staat daarnaast onder zware politieke druk van bepaalde Europese landen om géén formeel onderzoek naar de toestand in bezet Palestijns gebied te openen, ‘om het vredesproces niet te schaden’.

Het vooruitzicht van verantwoording en vervolging voor ernstige misdaden langs beide zijden van het conflict kunnen als afschrikking dienen voor toekomstige Gazagruwel en illegale nederzettingenexpansie.

Het is daarom belangrijk dat België en de Europese Unie hun publieke steun betuigen aan het vooronderzoek van het Strafhof, en er op toezien dat het Hof vrij van elke politieke druk en financiële bekommernis haar taak kan uitvoeren. Minister van Buitenlandse Zaken Reynders blijft echter oorverdovend stil over de rol van het Strafhof in Palestina, hoewel België in andere gevallen een trouwe pleitbezorger van het Hof is.

gaza tweejaar impunity

Het rapport van het “Quartet” (EU, VS, VN, Rusland) repte bovendien met geen woord over verantwoording. “Internationaal recht” werd overigens geen enkele keer genoemd in het rapport.

Het Strafhof is een cruciaal instrument om de diepgewortelde cultuur van straffeloosheid in het Israëlisch-Palestijns conflict te doorbreken. Het vooruitzicht van verantwoording en vervolging voor ernstige misdaden langs beide zijden van het conflict (zoals overigens ook de bouw van illegale Israëlische nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem) kunnen als afschrikking dienen voor toekomstige Gazagruwel en illegale nederzettingenexpansie.

Toegeven aan de eis tot straffeloosheid leidt enkel tot meer bloedvergieten en brengt vrede verder weg. Internationale gerechtigheid en verantwoording aan het recht kunnen en mogen niet selectief toegepast worden. Heropbouw is levensnoodzakelijk, maar kan geen substituut zijn voor een einde van de blokkade en verantwoording voor misdaden van welke kant ook. De dodelijke cyclus van bouwen en vernietigen moet eindigen.

Willem Staes

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels