Gelijkheid tussen mannen en vrouwen: een prioriteit voor FOS



vrouw naaiatelier fos

Sinds de verklaring van het Jaar van de Vrouw in 1975 als begin van het decennium van de vrouw, de vijfjaarlijkse conferenties van de VN, en dankzij het geleverde werk door feministen, vrouwenbewegingen en solidaire mannen, is de situatie van de vrouwen in de wereld op vele gebieden spectaculair verbeterd.

Dit weerspiegelt zich in het groeiende aantal vrouwelijke parlementsleden, presidenten, burgemeesters en bedrijfsleidsters, massale aanwezigheid van vrouwen op de arbeidsmarkt, meer en beter onderwijs voor vrouwen, daling van het geboortecijfer door toegang tot anticonceptie, en de groeiende aanwezigheid van vrouwen op vele gebieden van het socioculturele, economische en politieke leven.






Anderzijds blijven grote ongelijkheden bestaan wat betreft toegang tot en beschikking over middelen, politieke macht en beslissingsrecht. Andere grote problemen zoals gendergeweld zijn in de meeste landen gelukkig uit de gesloten privésfeer gehaald, maar tonen toch aan dat nog heel veel werk moet geleverd worden om gendergelijkheid op alle vlakken te garanderen.

In het Zuiden zijn culturele en religieuze factoren vaak de grootste belemmering om vooruitgang te boeken.

In sommige landen is er een achteruitgang door de opkomst van het islamfundamentalisme, of door conservatieve tendensen in de katholieke kerk en evangelische sekten, die de klok zover mogelijk proberen terug te draaien.

In het Noorden is het algemene denkpatroon dat er hier niets meer te doen valt, aangezien man en vrouw wettelijk gelijk zijn. Veel mensen denken dat dit in de praktijk ook zo is, en dat er dus niets meer is om voor te strijden. Feminisme wordt gelijkgesteld aan radicaliteit en de strijd van een aantal excentrieke individuen, want bij ons 'is toch reeds alles opgelost'.


Denken in termen van gender


De genderanalyse ontstond in de jaren '70 vanuit kritische vrouwenorganisaties op een ogenblik dat de wereld in een stroomversnelling kwam van grote sociale en economische veranderingen, van een vernieuwd democratisch denken en ontstaan van vrijheidsbewegingen, en na de revoltes in mei '68, die de vele culturele, sociaaleconomische en politieke paradigma´s in vraag stelde. 

Het besef dat de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen grotendeels cultureel bepaald worden, en dus ook konden veranderd worden door ingrepen in diezelfde cultuur (via onderwijs, opvoeding, religie, media, literatuur, maar ook en vooral door politieke beslissingen), bracht een omwenteling in het denken over de machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen. Vooral de feministische beweging heeft enorme bijdragen geleverd in het onderzoek en het conceptualiseren van de genderrelaties, en in het opzetten van lobbynetwerken om de nationale en vooral de internationale politiek te beïnvloeden.

Op 18 december 1979, erkende de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de baanbrekende Conventie tegen alle vormen van discriminatie tegen de vrouw, CEDAW. De conventie was het resultaat van een lange strijd die vele vrouwen gevoerd hebben van op het thuisfront of van op de politieke tribune, de academische wereld, de volksorganisaties, enz.


Gender en ontwikkelingssamenwerking


In de ontwikkelingssamenwerking ontstonden in de jaren ´80 heel veel vragen over het waarom van de beperkte vooruitgang van duurzame en integrale menselijke ontwikkeling in de derde wereld, ondanks de belangrijke geldtransfers.

Uit studies bleek o.a. ook dat de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in vele gevallen nog groter geworden was, doordat mannen veel gemakkelijker toegang kregen tot de voordelen van de ontwikkelingssamenwerking. Sindsdien zijn er vele belangrijke debatten gevoerd en is men tot nieuwe inzichten gekomen wat betreft de structurele oorzaken van armoede, verbonden met de sociale klasse, gender, etnische achtergrond, Noord-Zuidtegenstellingen en belangen.

Het concept gender in ontwikkeling is nu algemeen aanvaard – in theorie tenminste- vanuit een visie dat diepgaande en blijvende veranderingen in de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen alleen kunnen veranderen als ook effectief gewerkt wordt aan empowerment van vrouwen en tezelfdertijd ook mannen actieve actoren worden in de transformatie van de ongelijke verhoudingen, gebaseerd op macht, rijkdom, toegang tot kennis. 


FOS en gender


Vanuit de overtuiging dat gendergelijkheid de wereld beter en rechtvaardiger maakt voor mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, is het belangrijk dat FOS in de komende jaren extra inspanningen levert in Noord en Zuid om betere resultaten te halen op de doelstellingen rond gendergerechtigheid. 

Werken met een gendervisie, maar ook met aandacht voor de jongerenproblematiek en met aandacht voor de specifieke noden van de inheemse volkeren, zorgt ervoor dat we als FOS een meer complete kijk gaan ontwikkelen op zeer complexe realiteiten. Het biedt de mogelijkheid om met betere instrumenten en kennis die acties te ondersteunen, die de realiteit willen omvormen naar een meer rechtvaardige en gelijkwaardige samenleving.

Nieuwe uitdagingen zijn de klimaatcrisis die ook steeds meer voelbaar wordt in het Zuiden en die vooral de meest kwetsbare groepen treft; ook deze problematiek moet aangepakt worden met een genderperspectief.

FOS werkte een genderstrategie uit, en wil hiermee nogmaals de noodzaak van een sterke en gerichte genderaanpak onderstrepen. In deze nota bekijken we op een concrete manier hoe er in elke stap van de projectcyclus aandacht besteed kan worden aan de genderproblematiek en hoe we in de praktische uitvoering van de projecten steeds attent kunnen zijn voor het creëren van meer gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen.



29 januari 2014,  Rita Cloet, Leen Van Acker
Contact: machteld.dhondt@fos-socsol.be


Meer info:

FOS DOOR:

Deel dit artikel