Genetisch gewijzigd voedsel als oplossing voor het hongerprobleem?







MOpaper 72 ggo honger kleinWillen we honger de wereld uit helpen, dan zullen we op zoek moeten naar een landbouwsysteem dat erin slaagt om tegelijk de armoede uit te roeien en voedselzekerheid te garanderen voor de huidige en toekomstige generaties. Kan genetisch gewijzigd voedsel daarbij een rol spelen?

Hielke Van Doorslaer schreef een politiek-economische analyse van honger en ggo's. 


 

Volgens recente schattingen van de VN zou de wereldbevolking tegen 2050 ongeveer negen miljard mensen tellen. De bevolking van de industrielanden zal ongeveer gelijk blijven en de ontwikkelingslanden zullen het overgrote deel van de bevolkingstoename voor hun rekening nemen.

 

De vraag die bijgevolg opduikt, is hoe we op onze planeet waar grondstoffen schaars en eindig zijn, een wereldbevolking van negen miljard mensen gaan voeden. Het landbouwareaal van onze aardbol is immers beperkt en het grootste deel van de bruikbare landbouwgrond is vandaag al in gebruik.

Het lijkt erop aan te komen om meer en beter te produceren op de grond die al in gebruik is. Die visie kadert in de zogenaamde 'productiviteitslogica'. Om iedereen te kunnen voeden, zo stelt deze logica, zullen we onze productielimieten aanzienlijk moeten verhogen. Om een maximale productiviteit en efficiëntie te garanderen, wordt dan vaak gekeken naar allerhande moderne en kapitaalsintensieve technologieën. Ook ggo's (genetisch gewijzigde organismen) passen in die logica: door gewassen te creëren die een hoger rendement per hectare beloven, zouden we honger uit de wereld kunnen helpen. Het uitgangspunt van die analyse is dus dat honger het gevolg is van een soort 'natuurlijke' schaarste: het is de beperktheid van onze planeet en de ontoereikendheid van de huidige technieken die er de oorzaak van zijn dat we niet voldoende voedsel produceren.

Het plaatje wijzigt echter grondig als we ons afvragen waarom vandaag één op zeven of meer dan één miljard mensen honger lijdt, hoewel alle rapporten uitwijzen dat we wel degelijk genoeg voedsel produceren om iedereen te kunnen voeden. En als we onderzoeken wie honger lijdt, komen we tot een nog vreemdere paradox: 75% van de hongerigen woont op het platteland en doet zelf aan kleinschalige landbouw. Zij voeden 70% van de wereld maar lijden zelf honger. Honger lijkt daarmee zelden het simpele gevolg van een gebrek aan voldoende productie.

Onze conclusie is duidelijk: honger is op de eerste plaats 'sociaal geproduceerd' en wordt in stand gehouden door ongelijke sociale verhoudingen, een ongelijke verdeling en verkeerde beleidskeuzes. Honger is met andere woorden geen technisch, maar een politiekprobleem.

 

 

Meer info:

Over de auteur:
Hielke Van Doorslaer studeerde politieke wetenschappen. Hij koos voor de optie 'Studie van de Derde Wereld' en is master in Conflict and Development. Hij werkt nu als beleidsmedewerker bij Oxfam-Wereldwinkels, waar hij de thema's klimaat en duurzame landbouw opvolgt.


Over de MO*papers:
MO*papers is een serie analyses die uitgegeven wordt door Wereldmediahuis vzw.
Elke paper brengt fundamentele informatie over een tendens die de globaliserende wereld bepaalt. MO*papers worden toegankelijk en diepgaand uitgewerkt. MO*papers worden niet in gedrukte vorm verspreid en zijn gratis downloadbaar op www.MO.be/papers. Bij het verschijnen van een nieuwe paper wordt een korte aankondiging gestuurd naar iedereen die zich registreert op www.MO.be/papers.

 

Deel dit artikel