Goud uit Congo, kapitaal voor Canada


'Dat is de mijnbouw van vandaag: projecten ploffen als meteorieten neer op onbekend terrein. Ze verjagen de bewoners, omheinen de site –hoe groot die ook is– en zetten agenten van een bewakingsfirma aan de ingang. De mijnen van vandaag zijn enclaves. Banden met de omgeving hebben ze niet'.






grondstoffenjagers4 maart 2013 (MO*) - In zijn nieuwe boek 'De Grondstoffenjagers' neemt journalist Raf Custers de maat van de grote spelers uit de wereldwijde grondstoffenindustrie. Onderstaande voorpublicatie in MO* belicht de activiteiten van het Canadese MO*goudbedrijf Banro in Congo.



VOORPUBLICATIE


Midden 2010 zag ik nabij de Congolese stad Bukavu een konvooi de grens oversteken vanuit Rwanda. Geen legerkonvooi, maar civiele trucks met civiele containers uit Australië. Ze waren op weg naar de heuvels van Twangiza, veertig kilometer naar het zuidwesten.

Het Canadese goudbedrijf Banro was daar de eerste van een reeks goudmijnen aan het graven. In de containers zaten de onderdelen van een fabriek die Banro in Australië had gekocht en ontmanteld. De fabriek werd in Twangiza weer in elkaar gezet.

Tussen juli en november gingen meerdere zulke konvooien naar Twangiza, met in totaal 140 containers. Een jaar later, in oktober 2011, stond de fabriek overeind en bracht het eerste zuivere goud uit Twangiza voort.

 

Goudader

Banro heeft zijn Congolese hoofdkwartier ondergebracht in de idyllische tuin van hotel Orchids aan de rand van het Kivumeer in Bukavu. Het is een transnationale onderneming met Canadees kapitaal.

In het bureau van Lefranc Busane, belast met de exploratie, hangen gedetailleerde kaarten aan de muur. Hij toont me ook een serie plannen en prenten op zijn computer. 'We hebben vier eigendommen,' zegt Busane, 'met een totale oppervlakte van 2612 km2 en veertien exploratiezones met een totale oppervlakte van 2638 km2.'

Busane spreekt van eigendommen. Op de website van Banro worden ze ook zo genoemd, properties, terwijl Banro ze strikt genomen enkel in bruikleen heeft gekregen. Op termijn zullen al die "eigendommen" tot één concessie aaneensluiten. Dan wordt Banro heer en meester over een enorme lap Congolees grondgebied. Voor eeuwig en altijd? 'We hebben een landholding van dertig jaar, tot 2027', antwoordt Busane. De landholding kan later worden verlengd.

De vier concessies liggen onder elkaar, vanuit Bukavu richting zuidwesten. De concessie Twangiza is de tweede in het rijtje. Ze blijkt destijds al met Belgisch kapitaal te zijn uitgebaat. 'De Belgen wisten dat er goud te vinden was in de Mwana-rivier', zegt Busane. 'Eind jaren dertig zijn ze stroomopwaarts gaan zoeken en hebben ze een grote goudader gevonden in de Mbwega-heuvel. Later hebben ze daar zo'n 17.000 stalen genomen. Wij hebben onze exploratie op die plek geconcentreerd. Daar ligt nu onze openluchtmijn.' Banro gebruikt dus de geologische verkenningen van de Belgen.

In oktober 2011 brachten de installaties in Twangiza de eerste klomp goud voort. De grote baas Simon Village was erbij. 'Ons tijdsschema was zeer agressief. Maar we hebben het objectief gehaald', zegt Village. Bedoeling is dat de cash die de eerste mijn oplevert voor de verdere uitbreiding dient. In de verste concessie in Namoya is men dan al met het graven van een tweede mijn begonnen. Het goud van Twangiza en Namoya zal daarna de exploitatie van de twee resterende "eigendommen" in Kamituga en Lugushwa financieren. De opbrengsten zullen ook dienen om de andere infrastructuur te betalen die nodig is voor de mijnen en de raffinage-installaties.

Banro bouwt onder meer een eigen elektriciteitscentrale, met een capaciteit van 30 megawatt. Voor de centrale is er een geschikte site gevonden: 44 kilometer verderop, op de Ulindi, waar de rivier over een afstand van acht kilometer een verval van 650 meter heeft. De opgewekte stroom is enkel voor Banro bestemd, niet voor de mensen in de streek.

Dat is de mijnbouw van vandaag: projecten ploffen als meteorieten neer op onbekend terrein. Ze verjagen de bewoners, omheinen de site –hoe groot die ook is– en zetten agenten van een bewakingsfirma aan de ingang. De mijnen van vandaag zijn enclaves. Banden met de omgeving hebben ze niet.

Lees verder op MO.be...

Meer info:



'De grondstoffenjagers' van Raf Custers verscheen bij EPO met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek - i.s.m. GRESEA · paperback - 264p. · prijs: € 21.50


11.be

Wereldmediahuis MO* DOOR:

Deel dit artikel