Het einde van ontwikkelingssamenwerking in middeninkomenslanden?

fos middeninkomenslanden[Ecuador behoort volgens de cijfers niet meer tot de armste landen. Het is een middeninkomensland. Maar cijfers zeggen niet alles.  Foto:©fos]


Heel wat landen die de laatste jaren een grote economische groei hebben doorgemaakt zoals China, Brazilië, Vietnam, Zuid-Afrika, maar ook kleinere landen zoals Ecuador en Bolivia zijn sinds een paar jaar niet meer terug te vinden op de lijst van armste landen. Op de ranglijsten van de Verenigde Naties en de OESO worden die landen Middle Income Countries of middeninkomenslanden genoemd. 

België wil op termijn de ontwikkelingssamenwerking aan deze landen terugschroeven. De NGO's waarschuwen om zich niet blind te staren op globale cijfers. Tussen de 10% rijksten en de 15% armsten van deze landen leeft een grote 'middenklasse' die net niet in armoede leeft. 







Vooral de landen met petroleumvoorraden of grondstoffen of met bepaalde grootschalige industriële voedingsgewassen (soya, suikerriet, oliepalm) hebben de laatste 10 jaar kunnen genieten van belangrijke inkomsten uit die exportsectoren. Volgens cijfers van de Wereldbank is in Ecuador het bruto nationaal inkomen per inwoner nu gemiddeld 3.850 USD, en ook Bolivia volgt de trend met 1.810 USD per inwoner.

 

 

Goochelen met cijfers

Natuurlijk weten we allemaal dat die economische goocheltrucs mooi verbergen dat ongeveer 10% van de bevolking een jaarlijks inkomen heeft dat ver boven de 100.000 USD ligt, terwijl de 15% armsten het moeten stellen met minder dan 1 dollar per dag.  Daartussen ligt een grote 'middenklasse' die net niet meer in armoede leeft.

In Ecuador is het verplichte minimumloon nu 318 USD per maand en wordt de korf basisnoden per maand geraamd op 605 USD.  De redenering is dat met 2 verdieners in huis, een familie van 5 personen de basisnoden kan dekken.  Maar door de informaliteit van de economie is slechts 30% van de werkende bevolking wettelijk aangesloten bij de sociale zekerheid. Het kan dus moeilijk nagegaan worden of hun arbeidsrechten, zoals het krijgen van een minimumloon, ook effectief gegarandeerd zijn.

Vooral de rurale bevolking zit nog grotendeels onder de armoedegrens qua inkomen, maar ook qua toegang tot water, gezondheid, diensten, enz.

 

Nieuwe samenwerking?

De Belgische bilaterale samenwerking wil vanaf 2016-17 beginnen aan een nieuw soort samenwerking met de middeninkomenslanden.

In een voorlopige strategienota ( die ter discussie werd voorgelegd aan de Belgische ngo's in het najaar van 2012) worden nieuwe ideeën voor samenwerking voorgesteld: verbreden van de sociale zekerheidssystemen via betere belastingsinning, bescherming van mensenrechten en impulsen voor een meer democratisch bestuur, promoten van meer economische groei van kmo's en kleine bedrijven met een zekere aandacht hierbij voor ecologische duurzaamheid.

Verder wordt gepleit voor het verschuiven op middellange termijn (vanaf 2020?) van de ontwikkelingssamenwerking naar de minst ontwikkelde landen.  Fondsen voor middeninkomenslanden zullen afgebouwd worden en er zal eerder gemikt worden op expertise-uitwisseling. Daarnaast zou de Belgische overheid ook directe steun bieden aan organisaties van de civiele maatschappij, om zo hun controlerende rol in de democratisering en goed bestuur te versterken.

 

 

Interne ongelijkheid

De NGO's erkennen dat de ontwikkelingssamenwerking in de nabije toekomst aan een kwalitatieve sprong toe is, maar dan zonder de belangrijke achterliggende solidariteitsdoelstellingen en het respect voor mensenrechten uit het oog te verliezen. 

En ook de interne ongelijkheid mag niet uit het oog worden verloren.  Het neo-liberaal economische groeimodel moet in vraag worden gesteld en alternatieven moeten worden gezocht. Ook wijzen de NGO's op noodzaak om de ongeremde ontginning van natuurlijke rijkdommen door transnationale bedrijven met enorme sociale en ecologische impact aan banden te leggen en internationale regulering hieromtrent te ondersteunen.

Verder stellen de Belgische ngo´s de meerwaarde van een directe financiering van de Belgische overheid voor organisaties van de civiele maatschappij in het Zuiden in vraag. Dit is een rol die de ngo's in vertegenwoordiging van een brede achterban in België al jaren vervullen: via directe acties bewerkstelligen ze de solidariteit tussen Noord en Zuid. Als de overheid deze taak zal overnemen, wordt een interessant solidariteitskanaal doorbroken en is het gevaar groot dat de lokale civiele maatschappij in het Zuiden zich gaat richten op de agenda die door de donor gesteld wordt. 


Indien er bv. interesse is vanuit België voor het steunen van ecologische projecten met belangrijke financiële middelen, dan zullen NGO's en organisaties in het Zuiden zich mogelijk op die thema´s gaan richten om hun verder bestaan te verzekeren. Maar indien terzelfdertijd een Belgisch of Europees mijnbedrijf grote belangen heeft in een land, dan is de vraag welke acties gesteund zullen worden?

We zien dit nu al in de Andes: Canadese en andere mijnbedrijven krijgen steun van hun regering om via 'civiele organisaties' sociale projecten op te zetten in en rond de gemeenschappen die door de mijnbouw of petroleumontginning getroffen worden. Een dokter van het mijnbedrijf behandelt de lokale bevolking, er gebeuren sociale investeringen in gemeenschapslokalen, studiebeurzen voor jongeren, vormingsmodules voor vrouwen, dorspfeesten worden gefinancierd, de dorpsleider krijgt een loon of regelmatige betalingen van het mijnbedrijf, enz.

Op die manier worden de kritische stemmen van de gemeenschappen in de kiem gesmoord. Meer dan ooit is een onafhankelijke en kritische civiele maatschappij nodig in het Zuiden, zowel in de armste als in de middeninkomenslanden.

 

 

Bilaterale samenwerking

Daarom pleiten de Belgische ngo's om de samenwerking met de middeninkomenslanden te behouden voor de komende jaren, met een nieuwe en meer kwalitatieve bilaterale samenwerking. Ze dringen er op aan zeker niet te besparen op de indirecte financiering voor de versterking van de civiele maatschappij in Noord en Zuid in hun strijd voor een rechtvaardige samenleving.

Onze grote werkthema´s vanuit het socialistische gedachtengoed blijven meer dan actueel: steun in de strijd van organisaties in het Zuiden voor waardig werk, sociale zekerheid en universele toegang tot gezondheid. 


Indien onze bilaterale samenwerking in de toekomst hierrond werkt met de nationale regeringen, is het belangrijk dat vanuit de civiele maatschappij autonome en kritische stemmen de nodige druk kunnen uitoefenen om tot echte sociale bescherming te komen, gebaseerd op duurzame en solidaire herverdelingsmechanismen.


Auteur: Rita Cloet

Contact:machteld.dhondt@fos-socsol.be

FOS DOOR:

Deel dit artikel