Hoe progressief zijn de linkse regeringen in Latijns-Amerika?

Progressieve regeringen

De politieke situatie in Latijns-Amerika is altijd uniek geweest. Linkse regimes wisselden in het verleden vaak rechtse, soms zelfs dictatoriale regeringen af. Intussen is er in Bolivia, Ecuador, El Salvador en Nicaragua al iets meer politieke stabiliteit. Hun regeringen worden vaak als progressief afgedaan, maar is dat wel zo?

Noam Chomsky, de bekende Amerikaanse politieke activist en linguïst, verwelkomde destijds de politieke veranderingen in Latijns-Amerika. In Venezuela, Ecuador en Bolivia, belangrijke energieleveranciers voor het Westen, had men eindelijk sterke leidersfiguren die zich niet langer neerlegden bij het Westerse neokolonialisme en tegelijkertijd voor een ander politiek verhaal stonden.

Ook bij Europees links waren de neuzen na 2000 naar Latijns-Amerika gericht. Het Nieuw Links, dat een alternatief moest betekenen voor de Europese sociaaldemocratie, was hier in Latijns-Amerika te vinden.

Maar het verhaal bleek niet zo eenvoudig. De nieuwe regimes, met hun planeconomieën en nationaliseringen, bleken nu en dan last te hebben van dictatoriale spasmen. Grote middenveldorganisaties behoren tot de rangen van de regering. Zowel president Correa in Ecuador als president Morales in Bolivia willen hun grondwet wijzigen om een herverkiezing mogelijk te maken. De vrijheid van meningsuiting en associatie verkeren in reëel gevaar en de democratie staat soms op losse schroeven.

Ook de antikapitalist Chomsky trok aan de alarmbel. Voor heel wat moraalridders het bewijs dat de ´progressieve´ regimes met hun planeconomieën geen alternatief kunnen bieden en intrinsiek antidemocratisch zijn. Is er een democratisch probleem in deze landen? Heel zeker, maar een beetje nuance is welgekomen.

Bolivia

Evo Morales kwam in 2006 aan de macht dankzij een brede volksbeweging, die komaf wou maken met het imperialisme en neokolonialisme via een veranderingsproces. Zijn sociale programma's maakten een wezenlijk verschil voor de allerarmsten, ook al hanteerde hij een voorzichtig macro-economisch beleid, met een radicale schuldafbouw en de terugkeer van de staat als economische en herverdelende actor. Dat werd internationaal gewaardeerd, zelfs door het IMF. Dus ja, het regime van Morales is progressief, want hij brak met neoliberalisme en privatisering.

De economie is echter amper gediversifieerd, met een grote informele economie en amper waardig werk tot gevolg. Morales slaagde er niet in Bolivia uit zijn extractivistische rol te halen, de afhankelijkheid van olie, gas en mijnbouw bleef. Daardoor wordt iedere kritiek op dit beleid gezien als een bedreiging voor de staat en haar ontwikkeling. Recent werden vier ngo´s beschuldigd van bedrog en imperialisme, symbolisch voor de kleine democratische ruimte. Dat bedreigt de beweging die Morales aan de macht bracht en leidt tot verkrampte uitspraken en maatregelen.

Bovendien ziet Morales de prijs van gas en andere grondstoffen dalen, de staatskas loopt langzaamaan leeg, wat leidt tot nóg meer extractie, meer soya-export en grote wegen worden aangelegd. Inheemse groepen protesteren tegen de ontginning van grondstoffen in beschermde gebieden, zonder consultatie. De beweging van 2006 valt uiteen. Morales staat erbij en kijkt er naar, als een politieke leider die met goede bedoelingen het systeem probeert te veranderen, maar gevangen zit in een mondiaal economisch systeem dat dit gewoonweg niet toelaat. (Klik hier voor het volledige verhaal van Bolivia)

Ecuador

De regering van Rafael Correa is sinds 2007 aan de macht en geniet veel internationaal aanzien. Hij is zich hiervan bewust en mikt met veel van zijn acties op de media-impact. Bijvoorbeeld wanneer hij onlangs in de VN opriep tot een verdrag dat bedrijven straft die de rechten van de natuur overtreden. De volgende dag werden echter ganse gezinnen uit hun huis gezet in de parochie Tundayme door de politie, in dienst van het mijnbedrijf Ecuacorrientes. Nog een voorbeeld van het dubbel moraal is de beslissing van Correa in 2013 om olie te ontginnen in het natuurreservaat Yasuni.

Inheemse groepen, arbeiders en vrouwen verdedigen hun rechten op straat, want er is geen vrijheid van meningsuiting meer. De repressie van de overheid is brutaal, veel volksleiders worden afgetroefd door de politie en hebben een proces aan hun been. Werknemers in overheidsdienst mogen geen vakbond meer oprichten, de regering haalde 40% weg van de pensioenfondsen en de sociale bescherming staat op de helling.

De sociale beweging, in een historische alliantie tussen vakbonden en inheemsen, poogt een grondwetsherziening tegen te houden, die niet enkel de onbeperkte herverkiezing van Correa zou toelaten, maar ook een vrijhandelsverdrag met de Europese Unie moet klaarstomen.

El Salvador

Sinds 2009 is het FMLN aan de macht in El Salvador, een socialistische partij en voormalige guerrillagroepering, met sinds 2014 Sanchez Ceren als president. Zijn overwinning maakte enorme verwachtingen los bij de bevolking, omdat hij een man van het volk lijkt: hij besliste om zijn eigen woning te blijven betrekken en niet het presidentieel paleis. Maar de verdeling van het land in twee grote politiek-ideologische machtsblokken maakt het moeilijk voor het FMLN om een progressief beleid te voeren met een meerderheid in het parlement.

Is er vooruitgang ? Zeer zeker op vlak van gezondheid, onderwijs en infrastructuur. Bovendien betrekt de overheid ook de civiele maatschappij in haar beleid. In 2009 koos die overheid er zelfs voor om samen met FOS-partner ACCPS een Nationaal Gezondheidsplatform op te starten. Het budget voor gezondheid werd intussen verhoogd en de regering startte in samenwerking met de civiele maatschappij het 'programma voor een menselijker gezondheidssysteem', dat de dienstverlening moet afstemmen op de behoeften van de gebruikers die ook, al dan niet anoniem, klachten kunnen indienen.

Maar El Salvador blijft wel één van de meest gewelddadige landen ter wereld, met 40 moorden per 100.000 inwoners. Ook het arbeidsbeleid laat nog veel te wensen over, met een repressief antisyndicaal klimaat.

Nicaragua

Nu Daniel Ortega, oud guerrillaleider van het FSLN, sinds 2006 opnieuw aan de macht is, zien de Nicaraguanen interessante veranderingen. Gezondheidszorg is gratis geworden en hoewel de kwaliteit nog vaak bedenkelijk is, is ze nu ook in rurale gebieden toegankelijker dan ooit. Maar de financiële ondersteuning vanuit Venezuela droogt stilaan op, waardoor er steeds minder middelen zijn om de sociale, vaak caritatieve, regeringsprogramma's te ondersteunen.

Voor echte structurele veranderingen lijkt er geen plaats te zijn. De regering zoekt een alliantie en consensus met de vakbonden en de privésector, maar in de praktijk dicteren machtige economische groepen het beleid in hun belang. Verschillende ministeries zijn gestopt met het publiceren van officiële statistieken. Bovendien besliste het parlement in 2014 dat de president oneindig kan herverkozen worden.

De democratische ruimte is de afgelopen 30 jaar nog nooit zo klein geweest. In september werd de juridische erkenning van de Nationale Federatie voor Coöperatieven ingetrokken, een politieke afrekening wegens te kritische uitlatingen van de federatie. Het middenveld is gepolitiseerd tussen voor- en tegenstanders van het regime, met weinig ruimte voor kritiek naar de buitenwereld toe.

Auteurs: Felix De Witte, Anke Leflere en David Verstockt en Jo Vervecken

26 oktober 2015
Auteur: David Verstockt et al.
Contact: Stijn.Roovers@fos-socsol.be

 

FOS DOOR:

Deel dit artikel