Indonesische ngo wil buitenlandse dokters weg


De Indonesische Rode Halve Maan ziet de buitenlandse dokters in Atjeh liever vertrekken en wil de noodhulp toevertrouwen aan lokale artsen. De ngo vindt dat er een overaanbod is van 'goeddoeners die de taal niet spreken.'


'De aanwezigheid van buitenlands dokters botst op taal- en cultuurbarrierres', zei Gunawan (één naam), de woordvoerder van de Indonesische Rode Halve Maan, maandag. Gunawan stelt dat zijn 390 lokale vrijwillige hulpverleners best zonder hulp van buitenaf kunnen. 'De internationale gemeenschap zou ons beter geneesmiddelen opsturen in plaats van dokters.'
De Indonesische Rode Halve Maan werkt naast het Indonesische Rode Kruis in Indonesië. Alleen die laatste organisatie is aangesloten bij de Federatie van Rode Kruis- en Rode Halve Maan-verenigingen (IFRC), de koepelorganisatie van alle nationale Rode Kruis- en Rode Halve Maan-verenigingen. De ngo speelt wel een grote rol bij de hulpverlening in de Indonesische provincie Atjeh. Daar kwamen tienduizenden mensen om het leven door de aardbeving en de vloedgolf van 26 december. Ziekenhuizen werden vernield, dokters en verplegend personeel kwamen om.
Bernt Apeland van het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) in Genève, dat de internationale noodhulp coördineert, is verrast door de uitspraken van Gunawan: 'Ik ben het ermee eens dat eenmaal de situatie onder controle, de gezondheidszorg opnieuw de verantwoordelijkheid van de Indonesiërs moet worden. Maar nu hebben we te maken met een crisissituatie.'
Momenteel zijn hulpverleners uit de VS, Duitsland, Turkije, Maleisië, Pakistan, India en ook uit België actief in Atjeh. Gorik Ooms, algemeen directeur van AZG-België, meldt dat zijn mensen in Atjeh, onder wie ook enkele Belgen, geen enkele tegenkanting ondervinden van lokale hulporganisaties. 'Van bij het prille begin werken de buitenlanders nauw samen met Indonesische artsen en mensen van ter plaatse. Onze hulpverlening daar staat onder toezicht van Indonesiërs. Op het terrein ondervinden wij geen gevolgen van de uitspraken van de Indonesische Rode Halve Maan.' Meer dan honderd internationale hulporganisaties voorzien de bevolking in Atjeh van drinkwater, voedsel en onderdak. 'Ik kan me de frustratie wel voorstellen van sommige Indonesische ngo's wanneer alles in het Engels verloopt. Wij proberen hen zoveel mogelijk te betrekken', zegt Ooms.
De slachtoffers zelf hoort niemand voorlopig klagen. Murizal Hamzah, een journalist van de Indonesische krant 'Sinar Harapan daily', vindt het verzoek een beetje vreemd. “Ik heb veel ziekenhuizen bezocht in Atjeh. De buitenlandse dokters zijn meer in trek dan de lokale, want de bureaucratie van de Indonesische medische diensten is berucht.” Nooit was de Indonesische provincie zo toegankelijk voor de buitenwereld als nu. Tot voor de onfortuinlijke 26 december was Atjeh bijna volledig afgesloten van de buitenwereld omwille van militaire operaties tegen de Vrij Atjeh Beweging (GAM), die al sinds 1976 voor onafhankelijkheid strijdt.
De Wereldgezondheidsorganisatie van de VN vreest nog steeds voor het uitbarsten van epidemieën als malaria en de mazelen. Er wordt nu gewerkt aan een grootschalig vaccinatieprogramma. Tot 65.000 kinderen zouden daarbij ingeënt moeten worden. (WD/MM)

IPS DOOR:

Deel dit artikel