Kinderen Lubumbashi verdienen bij op begraafplaatsen

Arme gezinnen uit Lubumbashi sturen hun kinderen naar de begraafplaats om daar klusjes op te knappen voor mensen die er de graven van verwanten komen verzorgen. De traditionele angst voor de plek hebben de kinderen helemaal afgelegd.

Veertig dagen na de begrafenis van zijn moeder is Patrick Kalombo weer op de begraafplaats van Pengapenga bij de Gécamineswijk in Lubumbashi. Het is tijd om de grafzerk te plaatsen. Maar meteen bij de poort van de begraafplaats wordt hij omzwermd door een tiental kinderen. Ze zijn gewapend met harken, schoppen en hakken en allemaal bieden ze hun diensten aan.

"Onvoorstelbaar", reageert Patrick, die er uiteindelijk in slaagt zijn weg alleen verder te zetten. "Toen wij klein waren, durfden we niet in de buurt van een lijk komen, laat staan ons op een begraafplaats te wagen."

Wat verderop zijn andere bezoekers wel ingegaan op het aanbod. "We zijn hier amper een half uur. Drie kinderen hebben de voor ons een grafkuil gegraven voor een heel lage prijs", zegt iemand uit het gezelschap.


Geen straatkinderen

Er werken al twee jaar kinderen op de verschillende begraafplaatsen in Lubumbashi. Het gaat meestal niet om straatkinderen, maar om de kroost van gezinnen uit de omgeving. Ze worden door hun ouders naar de begraafplaatsen gestuurd om het gezinsinkomen aan te vullen.

Kinderen jonger dan achttien mogen in principe niet werken in Congo. Maar de dienst die op dat verbod moet toezien in Lubumbashi, weet zich geen raad. "We werken samen met de bewakers en de verantwoordelijken van de begrafenisdienst, maar de begraafplaatsen zijn niet afgesloten en veel gezinnen zijn zo arm dat we niet zomaar kunnen optreden", zegt het hoofd van de dienst Gender, Kind en Gezin.

Jacqueline Mujinga heeft enkele kleinkinderen die op de begraafplaats van Pengapenga aan de slag zijn. Haar eigen kinderen zijn dood. "Niemand helpt me om mijn gezin te onderhouden, en mijn gezondheid laat me niet toe zelf te werken. We overleven met het geld dat mijn kleinkinderen elke dag binnenbrengen."

De jonge begraafplaatsarbeiders weten goed waarmee ze bezig zijn. De veertienjarige Alphonse Mulumba combineert het werk tussen de zerken met de school. "Ik ga 's namiddags naar school, en dus zorg ik ervoor dat ik hier elke ochtend heel vroeg ben, terwijl de eerste bezoekers komen. Ik werk dan tot half twaalf; dan is het tijd om naar school te vertrekken."

Net als de andere leden van zijn kleine werkploeg beweert Alphonse dat lijken of begraafplaatsen hem niets meer doen. "Het geldgebrek heeft alle angst verdreven", zegt hij. Zijn twee jaar oudere vriend Joël Muleka, die de hele dag moet zien te vullen met klusjes, klinkt ook onbewogen. "De doden zijn dood. Ze hebben geen enkele invloed meer op de levenden", zegt hij.



BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel