Microkredieten boeren goed in Guinee

Microkredietverlening blijkt in Guinee bijzonder succesvol. Landbouwactiviteiten zijn er de voornaamste inkomstenbron. Trias en zijn partners spelen hierop in en verlenen kredieten specifiek voor landbouwactiviteiten.

Het enthousiasme van de Guinese bevolking is nauwelijks in te tomen. Het aantal leden van de kleine plattelandsbanken stijgt er spectaculair: van ongeveer 2.000 leden in 2008 naar 25.600 leden in 2010. We kunnen dus gerust spreken van een stormachtige ontwikkeling. Het aantal lokale kredietverleners, ook wel 'Associations de Services Financiers' (ASF) genoemd, is van 7 naar 37 gegroeid. Deze 37 plattelandsbanken die Trias mee ondersteunt zijn door de bevolking zelf opgericht. De groei van het aantal leden en de ASF’s geeft aan dat er een sterke behoefte is aan microfinanciering in Guinee.

De reden dat Trias in Guinee begonnen is met microfinanciering, is om activiteiten te stimuleren die een inkomen genereren. In het West-Afrikaanse land is landbouw nog altijd de belangrijkste activiteit. Daarom bestaat ongeveer 90% van alle kredieten die de plattelandsbanken toekennen uit landbouwkredieten. Met deze kredieten kunnen boeren zaaigoed en landbouwmachines (zoals wiedeggen en rijstpelmachines) aanschaffen.

Vanwege het grote en reële risico van misoogst, wordt microfinanciering volgens de literatuur bij voorkeur niet gegeven voor landbouwactiviteiten. Toch kiest Trias er in Guinee bewust voor om dit wel te doen. "De vele landbouwboeren in Guinee hebben de kredieten hard nodig om rond te komen," getuigt regiocoördinator Bert Snoek uit Guinee. "Bovendien wordt het risico van misoogst door Trias gedekt met een noodfonds, gegenereerd uit een hoger rentepercentage van 4%, in plaats van 3%. We zijn ervan overtuigd dat de boeren met de juiste begeleiding en ondersteuning een rendabel bedrijf kunnen opzetten."

Deze ondersteuning en begeleiding vinden gedurende het hele bedrijfsproces plaats, vanaf de kredietverstrekking tot aan de productverkoop. Het is partnerorganisatie Cafodec die de kredieten aan de plattelandsbanken toekent en hen helpt bij het beheer van de eigen middelen en van de kredietfondsen die Trias ter beschikking stelt. Daarbij helpt Aguidep de kredietnemers na te denken over hun bedrijfsbeheer en stelt een businessplan op. Ter bevordering van de landbouwproductie, verleent RGTA-DI adviezen en middelen. Tot slot ondersteunt ATC de verwerking en commercialisering van deze productie.

"Doordat verschillende partnerorganisaties van Trias in Guinee zo nauw bij het productieproces van de kredietnemers betrokken zijn, wordt het verloop op meerdere momenten gecontroleerd", vertelt Snoek. "Dit maakt het mogelijk om na te gaan of de toegekende kredieten effectief ingezet worden. Daarenboven kunnen de kredietbestedingen aan de hand van standaardberekeningen meetbaar gemaakt worden. Dit is een belangrijke eis voor Trias."

Als toelichting het volgende praktijkvoorbeeld:

Een boerengezin beschikt over één hectare grond om rijst te verbouwen. Eén hectare levert 1.500 kilogram rijst op, die het gezin kan verkopen voor 3.000 Guinese Frank (GNF) per kilo. Dit komt neer op een totaalomzet van 4.500.000 GNF.
Wanneer hetzelfde boerengezin een krediet van 1.00.000 GNF leent, kan het gezin de rijst verbouwen op een groter veld én een hogere opbrengst per hectare genereren door de begeleiding van partnerorganisatie RGTA-DI. Eén hectare grond levert daardoor 2.000 kilo rijst op. Het boerengezin kan nu beschikken over twee hectare grond, met een totaalopbrengst van 4.000 kilogram rijst. Deze totaalopbrengst kan het boerengezin verkopen voor 3.000 GNF per kilo rijst, wat resulteert in een omzet van 12.000.000 GNF. De omzet ligt dus maar liefst 7.500.000 GNF hoger dan als datzelfde boerengezin zonder krediet en begeleiding werkt.
De lening van 1.000.000 GNF en de rente van 240.000 GNF (6 maanden x 4%) kan het gezin gemakkelijk terugbetalen.

Dit voorbeeld bewijst dat - ondanks de onzekere landbouwactiviteiten - een boer toch winst kan maken en zijn lening kan afbetalen. Trias Guinee pleit voor een flexibele afbetalingsregeling. De rente en afbetalingstermijn zijn afhankelijk van het gewas of de activiteit. "We proberen maatwerk te leveren", drukt Bert Snoek ons op het hart. "Boeren hebben de mogelijkheid om hun lening voor rijst pas na zes à zeven maanden terug te betalen, niet direct na de oogst. Dit maakt het mogelijk om de oogst te verkopen wanneer het aanbod niet te groot is, waardoor de boeren hogere prijzen kunnen vragen."

De combinatie van intensieve begeleiding en maatwerk door Trias en haar partnerorganisaties, met een enthousiaste bevolking, lijken de sleutel te zijn tot het Guinese succes van microfinanciering.
Trias DOOR:

Deel dit artikel