Migratie voor ontwikkeling



11.11.11 en Vluchtelingenwerk Vlaanderen organiseren op 5 december in Brussel een netwerkdag rond 'Migratie voor ontwikkeling'. Mensen met een migratie-achtergrond en Noord-Zuidorganisaties worden uitgenodigd om elkaar beter te leren kennen.

De diversiteit in onze samenleving is de voorbije 25 jaar niet alleen fors toegenomen, ze is ook veranderd. De studiedienst van de Vlaamse regering schat het aantal mensen met een migratieachtergrond (ook tweede en derde generatie) op 17,5% van de Vlaamse bevolking. Ondanks de migratiestop van 1974 zijn er niet alleen méér mensen van vreemde herkomst in ons land, de migratie-achtergrond is ook diverser geworden. Er zijn meer en heterogenere 'gemeenschappen'. Men spreekt van diversiteit-in-diversiteit.

Tegelijk winnen persoonlijke internationale netwerken in onze samenleving aan belang. Ghanese vluchtelingen, die in de jaren '80 van de vorige eeuw nog cassetjes opstuurden naar huis, kunnen vandaag met de smartphone hun geliefden op elk moment zien en horen.

Door de enorme toename aan communicatiemogelijkheden zijn wij allen hier én tegelijk verbonden met andere plekken op de wereld. En dit geldt evenzeer voor de Erasmusstudente die er een internationale groep facebook-vrienden op na houdt als voor de nieuwkomer die contact houdt met zijn familie thuis.

Superdiversiteit

Maar er is meer dan technologie: vliegreizen zijn goedkoper geworden, dankzij geld-transferdiensten en de toename van bankrekeningen in het zuiden kan geld veel sneller de wereld rondgaan, on-line kan je de telefoon van je neef in pakweg Kikwit van tientallen dollars belkrediet voorzien.

Deze combinatie van toegenomen diversiteit en internationale verbondenheid wordt omschreven als 'superdiversiteit'.

Het lijkt vanzelfsprekend dat in een superdiverse samenleving ook de banden met het Zuiden steviger worden aangehaald. Laat ons daarom eens kijken hoe die stevige banden met het land van herkomst worden vertaald in Noord-Zuidsolidariteit."

Sinds meer dan twintig jaar bedraagt het geld dat migranten naar hun landen van herkomst sturen een veelvoud van de bedragen die in officiële ontwikkelingssamenwerking omgaan, en, in meer dan één land, zelfs van de overzeese investeringen. Er is dan ook heel wat te doen over het belang van deze zogenaamde remittances. Sommigen zien hierin de toekomst van ontwikkelingssamenwerking.

Migranten maken het verschil

Financiële transfers van migranten naar hun familie mag dan wel de meest in het oog springende manier zijn waarop mensen vanuit het buitenland ontwikkeling in hun land van herkomst ondersteunen, ze zijn lang niet de enige. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), het VN-orgaan voor Migratie en Ontwikkeling, onderscheidt nog 5 andere manieren waarop individuele migranten het verschil maken.

Migranten investeren in hun land van herkomst, richten er bedrijven op of ondersteunen lokale NGO's. Bovendien stimuleert migratie toerisme – al was het maar omdat mensen naar hun land van herkomst reizen.

Mensen brengen vaardigheden die ze in hun nieuwe thuisland hebben geleerd naar hun land van herkomst. Zo gingen bijvoorbeeld Belgische artsen van Congolese origine een maand lang in de RDC werken. De groei van de IT-sector in India werd enorm gestimuleerd door Indische ingenieurs die hun sporen verdiend hadden in Silicon Valley.

Ook, en dit wordt vaak onderschat, zorgt migratie ervoor dat ideeën circuleren. Zo worden bijvoorbeeld vrouwenbewegingen in het Zuiden geïnspireerd door vrouwen die met nieuwe ideeën en gewoontes voor kort of langere tijd terugkeren naar hun land van herkomst. Dergelijke 'social remittances' kunnen de roep om emancipatie en rechten van de thuisblijvers versterken.

Overheden en internationale organisaties kunnen deze vormen van engagement ondersteunen. In vele landen lopen projecten om het versturen van geld goedkoper te maken. Het IOM ondersteunt de tijdelijke terugkeer van hooggeschoolde migranten naar hun land van herkomst, ... meer en meer overheden in het Zuiden proberen hun diaspora actief te betrekken bij de ontwikkeling van het land. Er gaan steeds luidere stemmen op om het uittekenen van een dergelijke migratiepolitiek te ondersteunen in het kader van ontwikkelingssamenwerking, zoals bijvoorbeeld Duitsland nu al doet.

Potentieel

Het aanboren van het potentieel van de diaspora's gaat steevast samen met het opbouwen of ondersteunen van netwerken en organisaties. Maar migranten, en zeker diegenen die gevlucht zijn voor onderdrukking, hebben niet gewacht op een overheid om zich te organiseren. Het Minderhedenforum verenigt indirect 1800 verenigingen van mensen met een migratie-achtergrond in Vlaanderen en Brussel. Maar het werkelijke aantal verenigingen wordt op een veelvoud hiervan geschat. Lang niet alle, maar toch zeer veel van deze organisaties zijn actief op het vlak van internationale solidariteit.

Qua schaal en organisatiestructuur zijn deze organisaties vergelijkbaar met 4de-pijlerorganisaties. Sommigen zijn ook als zodanig geregistreerd bij het 4de-Pijlersteunpunt. Zo hebben 11 van de 73 geregistreerde 4de-pijlerprojecten in de Democratische Republiek Congo hun oorsprong in migratie.

Vaak ondersteunen deze organisaties langlopende projecten in een geografisch beperkt gebied. De band met het land, de stad of het dorp van herkomst is levenslang. Deze projecten zijn dan ook bijzonder duurzaam.

Doordat persoonlijke motivatie een grote rol speelt, vinden we projecten tot in de verste uithoeken van de wereld.  De kennis van de lokale context is ook een troef, zowel voor de uitvoering  als voor de opvolging van het project: via persoonlijke netwerken kan eenvoudig gecontroleerd worden of de resultaten wel zo rooskleurig zijn als wordt verteld.

De combinatie van deze twee eigenschappen levert opmerkelijke resultaten. Diaspora-organisaties werken vaak in gebieden waar geen andere Noord-Zuidorganisaties komen. In conflictgebieden, waar de staat en internationale organisaties zich hebben teruggetrokken voor het geweld is de diaspora vaak de enige levensader van de lokale gemeenschappen.

Uit een recent rapport van het Overseas Development Institute blijkt dat sinds het begin van de Syrische burgeroorlog, nieuwe NGO's en 4de-pijlers wereldwijd als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Sommige van deze organisaties zijn op korte tijd uitgegroeid tot belangrijke spelers die, in partnerschap met gevestigde organisaties, humanitaire hulp naar moeilijk toegankelijke Syrische regio's brengen.

Maar er is echter ook een keerzijde: doordat ze zijn ingebed in duurzame persoonlijke netwerken, werken diaspora-organisaties vaak informeler dan andere 4de-pijler of Noord-Zuidorganisaties. Dit, en de wirwar aan organisatie(tje)s, zijn belangrijke obstakels voor een duurzame samenwerking met gevestigde NGO's. Bovendien is er vaak terechte twijfel over de representativiteit of de achterliggende politieke motieven van deze of gene organisatie .

Eerste stappen

In het buitenland, waar Noord-Zuidorganisaties vaker samenwerken met diaspora's, zien we dat koepelorganisaties een belangrijke rol spelen.

De Somalische diaspora in Groot-Brittannië richtte enkele jaren geleden een koepel op die alle initiatieven  samenbracht. Dit bood niet alleen kansen om de werking van  bestaande projecten beter te structureren, maar maakte het potentieel van deze diaspora meteen ook zichtbaarder voor de buitenwereld. De koepel kon zich opwerpen als partner en aanspreekpunt voor andere organisaties die in Somalië actief zijn.

In België sloegen enkele steden en gemeenten, in het kader van hun Noord-Zuidbeleid, de brug naar de diaspora's, maar de NGO's blijven hier wat achterwege. Het 4de Pijlersteunpunt is op dit moment de belangrijkste speler binnen de Vlaamse Noord-Zuidbeweging die actief initiatieven van mensen met een migratie-achtergrond opzoekt en ondersteunt.

Niettemin, de eerste stappen zijn gezet, maar er liggen nog vele mogelijkheden open om het potentieel van een superdiverse samenleving verder aan te boren.

Deel dit artikel