MO*journalist Kristof Clerix schrijft nieuw boek over spionage in Brussel

spionage doelwit brussel'Spionage. Doelwit: Brussel' is te koop in de boekhandel

Sinds de Koude Oorlog is Brussel een schaakbord voor spionnen en dubbelagenten. Inlichtingenofficieren en agenten uit alle uithoeken van de wereld bevolken de straten van de Europese hoofdstad. Ze richten onder meer hun vizier op de NAVO en de EU-instellingen en zijn uit op militaire, politieke en economische kennis.

MO*journalist Kristof Clerix dook in de spionagedossiers van Praag, Berlijn, Boekarest, Boedapest, Sofia en Warschau, op zoek naar de beste Brusselse 007-verhalen uit de jaren zeventig en tachtig.




Uitzonderlijk stelden ook de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst authentiek materiaal ter beschikking. Clerix sprak bovendien met tientallen buitenlandse en Belgische spionnen. Het onderzoek biedt een unieke kijk in het schimmige, gesloten spiegelpaleis van de KGB, de Securitate & co.

 

Clerix' nieuwe boek 'Spionage. Doelwit Brussel' bundelt negen waargebeurde verhalen en bevat ook authentieke archiefdocumenten en fotomateriaal. Het legt bloot hoe geheim agenten in het hart van Europa doelwitten uitkiezen, contactpersonen onder druk zetten en informanten rekruteren. Ook de operationele technieken van inlichtingendiensten worden onthuld.

Enkele verhaalelementen: de Poolse geheime dienst richtte het vizier op het Europacollege in Brugge: de Oost-Duitse Stasi bracht midden jaren tachtig een opmerkelijk bezoek aan de abdij van Averbode; de Sovjet-KGB werkte met verschillende dode brievenbussen verborgen in de rand van Brussel en zette een heus netwerk rond economische spionage op; een Stasi-agent opereerde onder tien valse aliassen en probeerde een Belgische student te rekruteren; het chique Sint-Annakasteel in Oudergem was het decor van inlichtingenwerk door de Stasi; Oostblokspionnen onderhielden contacten met personen uit de Belgische vredesbeweging; twee Belgische politici kregen geld van de Tsjecho-Slowaakse geheime dienst; een belangrijke figuur uit de Europese beweging werd het doelwit van Hongaarse spionnen; de militaire inlichtingendienst runde een ultrageheime spooks-afdeling om na te gaan of de eigen collega's geen ongeoorloofde contacten onderhielden; en ook de haven van Antwerpen bleek een waar spionnennest.

Niemand kan met zekerheid zeggen hoeveel spionnen in Brussel actief waren tijdens de Koude Oorlog. Documenten in de archieven van inlichtingendiensten in zes voormalige Warschaupactlanden geven echter wel een idee van de omvang van die spionage.

In de jaren tachtig stuurde de Stasi-residentie in Brussel informatie afkomstig van 59 verschillende bronnen door naar Berlijn. In diezelfde periode overnachtten 75 verschillende Stasi-medewerkers in Belgische hotels. Samengeteld geeft dat minstens 134 Oost-Duitse spionnen en informanten.

De Sovjetunie dan. De Staatsveiligheid schat dat in de eerste helft van de jaren tachtig tussen de 40 en 45 Sovjet-inlichtingenofficieren in België actief waren. Uiteraard stuurden niet alle Oostbloklanden zoveel spionnen naar Brussel. Op de Tsjecho-Slowaakse ambassade werkten eind jaren tachtig zeven geheim agenten onder diplomatieke cover. Maar vast staat dat het spiegelpaleis dichtbevolkt was. Brussel kreeg tijdens de Koude Oorlog honderden spionnen over de vloer.

De EEG kon al sinds eind jaren zestig op belangstelling van buitenlandse spionnen rekenen, maar doelwit nummer één was uiteraard de Navo. Vooral de Stasi slaagde erin het hoofdkwartier in Brussel jarenlang te penetreren. Hun agent Rainer Rupp werkte van 1977 tot 1993 bij de Navo en speelde meer dan duizend geclassificeerde Navo-documenten door aan Oost-Berlijn. Naast militair en politiek inlichtingenwerk maakte ook economische spionage opgang tijdens de Koude Oorlog.

In de jaren tachtig stond brigade B4 van de Staatsveiligheid in voor contraspionage. Ze telde ruim 100 inlichtingenofficieren. De afdeling SDRA III van de Belgische militaire inlichtingendienst ADIV –eveneens bevoegd voor contraspionage– had zo'n 80 man in dienst. Niet niks, maar gelet op de internationale rol van Brussel was het ook niet overdreven veel. Samenwerking met bondgenoten – lees: gegevensuitwisseling via gecodeerde telexen en nota's–  bleek dus een noodzaak.

De Belgische inlichtingendiensten boekten tijdens de Koude Oorlog een aantal successen op het vlak van contraspionage. In de kwarteeuw na de verhuizing van de Navo moesten een negentigtal Oostblokspionnen België noodgedwongen verlaten –het gros waren Sovjets. Ze werden persona non grata verklaard of namen zelf de benen nadat hun clandestiene activiteiten waren ontdekt. Spionnen terugsturen gebeurde enkel als ze het echt te bont hadden gemaakt.

Anno 2013 is Brussel de diplomatieke hoofdstad van de wereld. Met 288 diplomatieke vertegenwoordigingen laat Brussel zelfs Washington (188) en Genève (172) achter zich. 75 internationale organisaties hebben in België een zetelakkoord ondertekend. Bovendien is de Europese Unie doorheen de jaren steeds verder uitgebreid en ook op buitenlands en militair vlak actief geworden.

Tel daarbij nog de honderden internationale ngo's, lobbyorganisaties, advocatenkantoren, media en bedrijfskoepels met hoofdzetel in Brussel, en je begrijpt dat nergens ter wereld de informatiedichtheid zo hoog is als in de Europese hoofdstad. Nogal logisch dat inlichtingendiensten uit alle continenten vandaag –meer dan ooit tevoren– in Brussel geïnteresseerd zijn. De klassieke spionagecovers –diplomatie, journalistiek, lobbywerk– zijn ruim voorhanden. Ook de bewegingsvrijheid binnen de Schengenzone maakt het voor spionnen makkelijker opereren dan tijdens de Koude Oorlog.

Volgens Alain Winants, adminsitrateur-generaal van de Staatsveiligheid, telt Brussel anno 2013 ongeveer 150 Russische diplomaten en is 'niet minder dan dertig procent' daarvan een inlichtingenofficier. Dat is meer dan tijdens de Koude Oorlog.


Meer info:

"Spionage. Doelwit: Brussel" door Kristof Clerix is uitgegeven bij uitgeverij Manteau. ISBN 978 90 223 2771 5.

Kristof Clerix is journalist bij MO*magazine en volgt al tien jaar de verborgen wereld van geheime diensten, infiltratie en staatsgeheimen. In 2006 verscheen zijn debuut "Vrij Spel. Buitenlandse geheime diensten in België". Clerix won de European Young Journalist Award en de aanmoedigingsprijs van de Nederlands-Vlaamse Vereniging van Onderzoeksjournalisten. Sinds kort is hij ook toegetreden tot het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten.

Clerix' onderzoek kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek (www.fondspascaldecroos.org), het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl) en het Fonds Pour le journalisme (www.fondspourlejournalisme.be).

 

Wereldmediahuis MO* DOOR:

Deel dit artikel