MO*paper: De twijfelachtige kleur van groen geld

foto MOpaper96 CC Neil Palmer CIAT for CenterforInternationalForestryResearchCIFOR

Kopen wij met 'betalingen voor ecosysteemdiensten' aan het Zuiden onze verantwoordelijkheid af voor het overmatig gebruik van natuurlijke rijkdommen?

Ontbossing en veranderingen in het grondgebruik behoren tot de belangrijkste oorzaken van de CO2-uitstoot en het verlies van biodiversiteit. Het afgelopen decennium zijn in het kader van de wereldwijde klimaatonderhandelingen nieuwe beleidsinstrumenten voorgesteld om de specifieke emissieproblemen aan te pakken.

Aan de basis van die onderhandelingen ligt steeds nadrukkelijker een antropocentrische visie: de natuur wordt gezien als leverancier van een aantal voordelen (ook 'ecosysteemdiensten' genoemd) voor de menselijke samenleving, waarbij de nadruk ligt op haar rol als leverancier van bijvoorbeeld schone lucht en zuiver water en behoedster van de biodiversiteit.

Momenteel woedt een 'verhit' debat over één van de belangrijkste mechanismen, namelijk het idee van 'betalingen voor ecosysteemdiensten', waarbij grondbeheerders financieel beloond worden wanneer zij hun grond op een milieuvriendelijke, maar economisch minder winstgevende manier gebruiken (bijvoorbeeld voor herbebossing).

Het basisidee bestaat erin dat er minder bomen zullen worden gekapt als grondeigenaars financieel gecompenseerd worden om de bomen op hun grond in leven te houden (bijvoorbeeld voor het leveren van schone lucht door de opname van CO2).

Win Win?

Wanneer het gaat om arme grondeigenaars, zoals kleine boeren in ontwikkelingslanden, wordt verondersteld dat die betalingen voor ecosysteemdiensten ook een belangrijke rol kunnen spelen in de armoedebestrijding. Vandaar dat betalingen voor ecosysteemdiensten vaak worden voorgesteld als een potentiële win-winoplossing, die er – eindelijk – in slaagt milieubehoud en ontwikkeling met elkaar te verzoenen.

Maar als die mechanismen worden gefinancierd door de vervuilers in de ontwikkelde landen, is dat volgens sommige critici niet meer dan een excuus voor de rijken om zelf te blijven vervuilen en de verantwoordelijkheid voor het milieu door te schuiven naar de armen.

Nicaragua als voorbeeld

Veel ontwikkelde en ontwikkelingslanden experimenteren momenteel met vormen van betaling voor ecosysteemdiensten. Zo ook Nicaragua, een van de armste landen in Amerika, waar een aantal van die programma's lopen in een poging om een eind te maken aan de ontbossing, die intussen een van de hoogste percentages in de wereld heeft bereikt.

In deze MO*paper belichten Gert Van Hecken en Kahlil Baker, twee experts met een uitgebreide ervaring in Nicaragua, deze problematiek vanuit tegenovergestelde standpunten. De tekst is een aangepaste en vertaalde versie van een Engelstalig artikel dat oorspronkelijk verscheen als 'kruisvuurdebat' in het tijdschrift Enterprise Development Microfinance.

De beide deskundigen kregen twee ronden om hun standpunten uiteen te zetten en te verdedigen. Hoewel het debat zeker niet gesloten is, bieden de argumenten die hier naar voren worden gebracht de lezers een inzicht in een aantal belangrijke kwesties die momenteel ter tafel liggen en die nadere aandacht verdienen.

 

Over de auteurs

Gert Van Hecken verricht postdoctoraal onderzoek met middelen van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). Hij is verbonden aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en -beheer (IOB) van de Universiteit Antwerpen en aan de Universiteit van Centraal-Amerika in Nicaragua. Hij specialiseert zich in de relatie tussen milieu en ontwikkeling, in het bijzonder in de sociaal-politieke aspecten van marktconforme instrumenten voor milieubeheer.

Kahlil Baker is directeur van Taking Root, een organisatie zonder winstoogmerk die betalingen voor ecosysteemdiensten
gebruikt om kleine boeren in Nicaragua te steunen bij de gedeeltelijke herbebossing van hun grond, met de bedoeling om de klimaatverandering te beperken, de armoede te verlichten en ecosystemen te herstellen. De activiteiten van Taking Rootworden gefinancierd door de verkoop van koolstofemissierechten. Kahlil Baker is ook verbonden aan de Universiteit van Brits-Columbia in Canada.

Over de MO*papers

MO*papers is een serie analyses die uitgegeven wordt door Wereldmediahuis vzw. Elke paper brengt fundamentele informatie over een tendens die de globaliserende wereld bepaalt. MO*papers worden toegankelijk en diepgaand uitgewerkt.

MO*papers worden niet in gedrukte vorm verspreid. Ze zijn gratis downloadbaar op www.MO.be/papers. Bij het verschijnen van een nieuwe paper wordt een korte aankondiging gestuurd naar iedereen die zich registreert op www.MO.be/papers.

Deel dit artikel