Nieuws van het Afrika Europa netwerk juli 2013

 

Afrikaanse landen willen beter omgaan met chemicaliën

Afrikaanse landen zijn een stappenplan overeengekomen om de omgang met gevaarlijke chemische stoffen te verbeteren. Veel landen op het continent beschikken nog niet over het wettelijk kader of de faciliteiten om dat op een duurzame manier te doen.

Vertegenwoordigers van 28 Afrikaanse landen ondertekenden begin juli op het hoofdkwartier van het VN-milieuagentschap UNEP een stappenplan dat Afrika in staat moet stellen om tegen 2020 op een verantwoorde manier om te gaan met chemicaliën. Het stappenplan moet Afrikaanse landen helpen om de juiste omgang met chemicaliën in hun nationale ontwikkelingsplannen te integreren. Zambia, Burkina Faso en Oeganda gaven als landen die al een stappenplan hebben goedgekeurd op nationaal niveau het goede voorbeeld.

Het stappenplan identificeert acht terreinen waarop actie moet worden ondernomen, waaronder bewustmaking, toegankelijkheid van informatie, het minimaliseren van de gezondheidsimpact en substitutie van gevaarlijke stoffen door veiliger alternatieven.

Volgens waarnemers komt het stappenplan niets te vroeg, want de productie en het gebruik van chemicaliën nemen exponentieel toe op het continent en zullen dat volgens projecties van UNEP blijven doen in de komende jaren.

Het milieuagentschap berekende dat de economische kosten voor de volksgezondheid, het milieu en de ontwikkelingsagenda dramatisch zijn als er geen beter beheer komt van het chemicaliëngebruik. Uit een studie van de Wereldgezondheidsorganisatie in 2011 bleek nog dat het onoordeelkundig gebruik van chemische stoffen wereldwijd verantwoordelijk is voor 4,9 miljoen doden en 86 miljoen levensjaren met beperkingen. (Bron: IPS, 9/7/2013)

 

Proefpersonen blootgesteld aan onnodig en risicovol medicijnonderzoek

Farmaceuten houden zich nog steeds niet aan de regels bij het doen van geneesmiddelenonderzoek. Proefpersonen staan onnodig bloot aan risico's voor medicijnproeven, die bovendien niet altijd in hun belang zijn. Aldus een rapport dat Wemos, een Nederlandse NGO die opkomt voor het recht op gezondheid wereldwijd.

Wemos bracht het rapport begin juli uit. Er worden voorbeelden in genoemd van onethisch medicijnonderzoek. Eén van de proeven is van de Brits-Zweedse farmaceut AstraZeneca, die onderzoek deed onder kinderen met astma in Zuid-Afrika. De proef vond plaats in het kader van afspraken met de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit om het geneesmiddel Symbicort pMDI te onderzoeken voor gebruik door kinderen in de Verenigde Staten. In de proef werd ter vergelijking een placebo gebruikt.

Wanneer stabiele astmapatiënten in plaats van werkende medicijnen een dummy inhalator krijgen, staan ze onnodig bloot aan het risico van een astma-aanval, zeggen deskundigen in het rapport. "Een fundamentele voorwaarde voor medisch onderzoek met mensen is dat het belang van de proefpersoon voorop staat. Dat was in dit geval beslist niet zo," zegt Annelies den Boer van Wemos. "Behalve dat het onderzoek gezondheidsrisico's met zich meebracht, is het de vraag waarom kinderen in Zuid-Afrika eraan mee moesten doen. De test is bedoeld voor het verkrijgen van een marktvergunning in Amerika."

In het rapport staan ook twee placeboproeven van farmaceut Janssen, onderdeel van het Amerikaanse bedrijf Johnson Johnson. Om de werkzaamheid van het geneesmiddel paliperidone palmitate vast te stellen, dienen proefpersonen in de placebogroep sneller en vaker een terugval te laten zien dan proefpersonen in de controlegroep. Het gaat hier om mensen met schizofrenie en daaraan verwante stoornissen, die volgens deskundigen risico lopen op blijvende schade door een terugval.

Den Boer zegt: "Wij vinden dat ook in deze studies het belang van de proefpersonen niet voorop staat. De studies worden ons inziens vooral gebruikt om een medicijn op de markt te brengen dat zeer veel lijkt op Janssens bestaande geneesmiddel tegen schizofrenie, waarvan de komende jaren vier patenten verlopen.

Opvallend is dat de studies van AstraZeneca en Janssen behalve in Zuid-Afrika ook in Oost-Europese landen zijn goedgekeurd. Den Boer zegt: "We weten dat de medisch-ethische toetsingscommissies in deze landen veel minder streng zijn dan die in West-Europa, waar deze proeven nooit zouden zijn goedgekeurd. Goede en duidelijke regelgeving is nodig om proefpersonen adequaat te beschermen." Ze wijst erop dat de Europese Commissie de regels voor het testen van medicijnen in Europa wil herzien. De wet ligt momenteel ter goedkeuring voor aan het Europees Parlement en de Europese lidstaten. (Bron: WEMOS, 9/7/2013)

 

 

Virungapark dreigt van Werelderfgoedlijst te verdwijnen

De veiligheidssituatie in het Congolese Virungapark is zo verslechterd dat het van de Werelderfgoedlijst dreigt te verdwijnen. Het gewapende conflict in de regio en oliewinning brengen het natuurgebied steeds meer schade toe.

Het 8000 vierkante kilometer grote Nationaal Park Virunga bevindt zich in het oosten van de Democratische Republiek Congo, aan de grens met Rwanda en Oeganda. In het park leeft een belangrijke populatie berggorilla's. Het park is momenteel echter het toneel van gevechten tussen het Congolese leger en rebellengroepen. Daarbij zijn onlangs opnieuw twee parkwachters omgekomen. Vorig jaar lag het aantal patrouilles door parkwachters al een derde lager.

Een andere reden van zorg is dat de Congolese regering concessies toestond aan oliebedrijven voor oliewinning in de streek. De schade door het geweld en de oliewinning dreigt onomkeerbaar te worden, zeggen IUCN en het Werelderfgoedcentrum. Dat kan uiteindelijk leiden tot het schrappen van Virunga op de Werelderfgoedlijst. Het park staat sinds 1979 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. In 1994 kreeg het de status van bedreigd werelderfgoed. Het Werelderfgoedcomité besliste in juni nog om het Congolese natuurpark op de lijst van bedreigde sites te houden. (Bron: IPS, 24/6/ 2013)

 

 

AEFJN België DOOR:

Deel dit artikel