Nieuws van het Afrika Europa netwerk september 2014

De complexiteit van de aanpak Congolese conflictmineralen

In een open brief hebben tientallen Congo-deskundigen hun bezorgdheid geuit over de manier waarop de zogenoemde 'conflictmineralen' in Oost-Congo worden aangepakt. Ze vrezen dat de vele initiatieven om te voorkomen dat gewapende groepen hun oorlogsinspanningen financieren via de handel in delfstoffen hun doel voorbijschieten.

Zoals bekend zijn rebellenlegers in Oost-Congo zeer actief in de lucratieve grondstoffenhandel. Mensenrechtengroepen hebben jarenlang campagne gevoerd waarin ze consumenten aansporen om van producenten meer duidelijkheid te eisen over de herkomst van de materialen waarmee hun gadgets, zoals laptops en mobiele telefoons, worden gemaakt. Deze campagnes rond 'conflictmineralen' raakten in een stroomversnelling door het in werking treden van de Dodd-Frank Act in juli 2010. Hoewel die Amerikaanse wet vooral bedoeld was om orde op zaken te stellen in de financiële sector na de bankencrisis van 2008, bevatte deze ook een clausule over conflictmineralen. Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven die voor het maken van hun producten mineralen gebruiken uit Centraal-Afrika, moeten nu jaarlijks een rapport indienen bij de Amerikaanse beurswaakhond SEC. Het moet een overzicht bevatten van de maatregelen die ze hebben genomen om te voorkomen dat mineralen uit Congolese conflictmijnen in hun toevoerketen terechtkomen.

Bedrijven hebben sindsdien allerlei 'traceerbaarheids- en certificatiemechanismen' ingevoerd die de toevoerketens transparanter moeten maken. Het gevolg is echter dat er een wildgroei aan initiatieven is ontstaan die vaak zonder onderlinge coördinatie en afstemming worden geïmplementeerd in Congo. Veel lokale artisanale mijnwerkers en tussenhandelaren klagen dat ze nauwelijks weten wat de verschillende initiatieven inhouden. Ook is men bang dat deze initiatieven er uiteindelijk voor zullen zorgen dat alle vormen van artisanale mijnbouw worden verboden om op die manier het terrein vrij te maken voor grootschalige industriële mijnbouw. Daarmee zou veel lokale tewerkstelling verloren gaan.

Er kunnen ook vraagtekens worden geplaatst bij de effectiviteit van de hervormingen. Het feit dat nog steeds grote gebieden van Congo zijn uitgesloten van de programma's, bevordert de bevuiling van de 'conflict-vrije' aanvoerketen met 'conflict-mineralen' uit de uitgesloten gebieden. Smokkel naar buurlanden gaat gewoon door, al dan niet met betrokkenheid van Congolese ambtenaren die moeten toezien op de uitvoering van de hervormingen.

Er dienen volgens de opstellers van de open brief dus dringend serieuze stappen te worden gezet om de geloofwaardigheid en de continuïteit van de programma's te verbeteren. Dit betekent onder meer dat de initiatieven op veel bredere schaal moeten worden geïmplementeerd. Daarnaast zullen de capaciteit en de werkomstandigheden van de Congolese ambtenaren die de programma's implementeren op korte termijn moeten worden verbeterd, en moet de lokale bevolking die afhankelijk is van de mijnbouw veel directer worden betrokken bij de implementering. Blijft een dergelijke koerswijziging achterwege, dan moet worden gevreesd dat de talloze internationale initiatieven weinig zullen bijdragen aan een beter beheer van de Oost-Congolese bodemrijkdommen en een vermindering van het conflict. (Bron: MO*, 11/9/2014)

Hoe breng je een multinationaal mijnbouwbedrijf in kaart?

Internationale mijnbouwbedrijven zijn berucht om hun bijna ongrijpbare structuren, met tientallen dochterondernemingen in verschillende landen. Hoe kan je er ooit achter komen waarmee deze bedrijven zich allemaal bezig houden?

Met als doel deze ingewikkelde internationale bedrijfsstructuur te doorgronden, heeft een onderzoeksbureau, genaamd OpenOil, een project opgezet om tenminste één gigant in kaart te brengen: BP. Met behulp van een computerprogramma van iLab, spitte OpenOil alle openlijk verkrijgbare informatie over BP door. In drie weken tijd stelde het bureau zo een overzicht samen, waaruit blijkt dat de BP-groep zo'n 1180 (!!!) dochterondernemingen heeft, in 84 rechtsgebieden en met twaalf (!!!) eigenaarslagen (dochterondernemingen van dochterondernemingen, etc.). Het overzicht is te vinden op de website van OpenOil (zoekterm: mapping BP). Experts en activisten kunnen daarop de gebruikte methode leren, zodat zij deze kunnen toepassen op andere multinationals.

Afrikaanse ondernemingslust in Hong Kong

Dat Chinese bedrijven overal in Afrika voet aan de grond hebben gekregen is bekend. Dat andersom ook Afrikaanse ondernemers China hebben ontdekt is veel minder bekend. Hong Kong heeft zich ontwikkeld tot een van de belangrijkste centra van Afrikaanse ondernemingslust in China.

Volgens schattingen zijn er in Hong Kong ongeveer 20.000 Afrikaanse migranten. Velen verblijven er tijdelijk, om zaken te doen, maar enkele duizenden wonen er permanent. Het gaat niet alleen om zakenlui, maar ook om mensen die een restaurant of guesthouse runnen, Engelse les geven, etc. Naast Guangzhou, Yihu, Macau, Shanghai en Beijing heeft Hong Kong zich ontwikkeld tot een van de favoriete bestemmingen van Afrikanen.

Het 'epicentrum' van Afrikaanse handel in deze miljoenenstad is een 17 etages hoog gebouw dat bestaat uit vijf verschillende torens: Chungking Mansions. Er wonen en werken zo'n 5000 mensen. Daarnaast bezoeken per dag zo'n 10.000 mensen Chungkin Mansions voor de kledingbedrijven, schoenwinkels, supermarkten, geldwisselbedrijven en electronicawinkels. Het complex telt ook verschillende budgethotels en restaurants.

Volgens Gordon Mathews, professor anthropologie aan de Chinese Universiteit van Hong Kong, is ongeveer een vijfde van alle mobiele telefoons die aankomen in sub-Sahara Afrika verhandeld in Chungking Mansions. Helemaal soepel verloopt de Chinees-Afrikaanse handel niet. Afrikaanse zakenmensen klagen over steeds scherper wordende visaregels en taalproblemen. Desondanks geven zij aan dat zij het de moeite waard vinden hun handelsactiviteiten voort te zetten. (Bron: Think Africa Press, 1/9/2014)

Deel dit artikel