Noord Zuid nr. 47 augustus 2012

VOORUITGANG VAN DE PRIORITAIRE DOSSIERS VAN AEFJN

Het lobbywerk, eigen aan de inzet van AEFJN, bestaat erin een geweldloze druk uit te oefenen op de beslissingnemende centra, de nationale maar vooral de Europese, waar gedeeltelijk beslist wordt over de toekomst van honderden miljoenen personen in Afrika en elders. AEFJN klaagt sommige Europese wetsvoorstellen en richtlijnen aan die schadelijke invloeden hebben, maar verstrekt ook opbouwende adviezen en alternatieve voorstellen die de mensenrechten bevorderen.

Op lange termijn is lobbywerk zeker efficiënt. Als gevolg van opeenvolgende compromissen, geeft het vooral resultaat in kleine pasjes die uiteindelijk effect opleveren, eerder dan in spectaculaire vooruitgang. Maar soms kent men ook mislukkingen, voorlopig of definitief.

De verkregen resultaten zijn nochtans reëel omdat het lobbywerk gerund wordt door een brede coalitie van NGO's die talrijke mogelijke kiezers vertegenwoordigen in Europa. Ook de uitwisseling tussen partner NGO's uit Noord en Zuid geeft heel wat mogelijkheden voor verandering, die zich uitbreiden. Buiten het lobbywerk zijn er andere factoren voor verandering in het spel, onder meer de krachtverhoudingen op politiek, economisch en financieel vlak, de sociale verantwoordelijkheid van de ondernemingen, en uiteraard de context zoals de M.D.O. (MilleniumDoesltellingen voor Ontwikkeling) van 2015.

Nemen we in het kort enkele dossiers door waarin AEFJN werkzaam is.

 

 

Het dossier Handelsovereenkomst

Ter bestrijding van namaak (bekend als A.C.T.A., Anti-Counterfeiting Trade Agreement)

Dit internationaal akkoord, dat in het geheim werd onderhandeld tussen enkele rijke landen, werd op 4 juli ll. verworpen door het Europese Parlement (E.P.), wat zijn toepassing heel moeilijk zal maken op mondiaal vlak. AEFJN heeft lang gewerkt om een herziening te verkrijgen van dit akkoord dat een unfair voordeel zou verleend hebben aan merk-geneesmiddelen ten nadele van de generische geneesmiddelen en omwille van de beperking die het zou hebben opgelegd aan het op de markt brengen van generische geneesmiddelen in Afrika. ACTA stelde humanitaire leveranciers van geneesmiddelen bloot aan gerechtelijke vervolgingen inzake rechten op intellectueel eigendom. Laten we hopen dat de Europese Commissie (E.C.), in het bijzonder het Commissariaat voor de Handel, en de Europese Raad lessen zullen trekken uit deze afkeuring.



Het dossier Regionale economische partnerschap akkoorden

(bekend als E.P.As., Economic Partnership Agreements)

In hun huidige vorm bedreigen de EPAs de voedselsoevereiniteit van de A.C.P. landen en regio's, waarvan sommigen behoren tot de minst ontwikkelden. Daarom haperen de onde-rhandelingen met talrijke A.C.P. landen en is de kalender niet geëerbiedigd tot grote ergernis van de E.C. Deze besliste dus de druk te verhogen en stelde voor de einddatum vast te leggen op 1 januari 2014, zo niet zouden de weerbarstige A.C.P. landen hun handels-voordelen t.a.v. de E.U. kunnen verliezen. Dit eenzijdig voorstel van de E.C. heeft een stroom van protest ontketend bij talrijke A.C.P. landen en bij de civiele maatschappij in Europa die aan het E.P. gevraagd hebben deze einddatum te verwerpen. De Commissie Ontwikkeling van het E.P. steunt deze aanvraag, maar de Commissie Handel van het E.P. beperkt zich tot het aanbevelen om de tijdelike EPAs van de einddatum tot januari 2016 uit te stellen. Een korte adempauze in de lange strijd tussen de E.C. en de A.C.P. landen...

Anderzijds bestaan de afvaardigingen van de A.C.P. landen steeds meer uit onderhandelaars van hoog niveau, die heel goed het hoofd kunnen bieden aan de onverzettelijkheid van de Europese functionarissen. De E.C. neemt heel wat risico's met haar gespierde politiek, onder meer van nieuwe stukken van de markt te verliezen aan de BRICS (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) die dagelijks terrein winnen in Afrika. Laten we hopen dat er een coherente reactie komt van het E.P. en de Europese Raad, die bevoegd zijn om de toekomstige agenda te bepalen.


Het dossier over de Europese politiek m.b.t. ontwikkeling

Op 14 mei heeft de Raad voor buitenlandse zaken van de E.U. het "Programma voor verandering" ('Agenda for Change') aanvaard op voorstel van de E.C. na een lang debat met de NGOs van ontwikkeling. Toen dit programma aanvaard werd (dat, in feite, de ontwikkelingsmiddelen reeds beïnvloedt die de E.U. plant voor de periode 2014-2020), heeft de Raad nochtans trachten te antwoorden op verschillende kritische bemerkingen, o.m. van de civiele maatschappij.

Het is interessant te noteren dat de actie die sinds achttien maanden gevoerd werd door de Europese ONG's, waaronder AEFJN, bepaalde vruchten heeft afgeworpen. De tekst die uiteindelijk werd aanvaard, verschilt toch gevoelig van deze die in januari 2011 werd voorgesteld. Zo bv.: de evaluatie in functie van de "rentabiliteit van de hulp"werd vervangen door de term "het impact op het terrein"; de coherentie van de politiek voor de ontwikkeling werd krachtig onderlijnd, evenals de gender thematiek, de benadering van ontwikkeling gebaseerd op de Mensenrechten en de opvoeding tot ontwikkeling. Wel blijven er heel wat onderwerpen waarover de civiele maatschappij bekommerd is, maar haar actie heeft minstens tot gevolg gehad dat bepaalde benaderingen genuanceerd werden: dit is het geval met de concepten van "inclusieve groei" en "differentiatie" die voortaan verbonden worden aan de noties van impact op de mensen en van strijd tegen de ongelijkheden. Andere nuttige verduidelijkingen werden aangebracht betref-fende de plaats van de privé sector en die van de organisaties van de civiele maatschappij... Dus, de tekst is beter dan voorheen, maar er blijven grote zwarte vlekken...


Het dossier VWH (Verdrag over de Wapenhandel): tussen mislukking en optimisme

Van 3 tot 27 juli werd te New York de internationale conferentie van de UNO gehouden over het VWH in aanwezigheid van delegaties uit meer dan 170 landen, met vertegenwoordigers van de civiele maatschappij. Zij wisselden hun (soms contradictoire) standpunten uit over een tekst van VWH die moest aangenomen worden bij consensus.

Op 26 juli werd een minimalistische ontwerptekst voorgesteld door de voorzitter van de conferentie, Garcia Moritan. Helaas, de volgende dag, op 27 juli, laatste dag van de onderhandelingen, hebben de Verenigde Staten, gevolgd door Rusland, Cuba, Noord Korea en Venezuela, een uitstel gevraagd om 'bepaalde kwesties te verduidelijken'. De Conferentie is er dus niet toe gekomen de sterke en dwingende tekst te aanvaarden die velen verhoopt hadden en is op een mislukking uitgelopen. Wat meer is, er is geen enkele datum weerhouden voor het vervolg en er valt erg te vrezen dat niets zal veranderen voor de verkiezing van de nieuwe president van de Verenigde Staten in november.

 
Een groep van 90 landen, waaronder die van de E.U., vele landen uit Afrika, Latijns Amerika en de Caraïben, heeft opnieuw bevestigd dat ze "ontgoocheld maar niet ontmoedigd" waren en verwachtten dat men in de komende maanden zou komen tot een VWH. Zij hebben ook gevraagd dat de tekst van 26 juli zou overgemaakt worden aan de Algemene Vergadering van de V.N. (AVVN) op het einde van het jaar, in de hoop dat het onderhan-delingsproces, wanneer het zal plaatsgrijpen, op die wijze niet van nul zou herbeginnen...

Op de avond van 27 juli, hebben zelfs de USA verklaard dat ze wensten dat de AVVN het mandaat van de Conferentie zou uitbreiden om over een VWH te onderhandelen, en deden dus een oproep voor een tweede onderhandelings-ronde in 2013.

Anderen zeggen: de deur blijft dus geopend voor toekomstige onderhandelingen, en een tekst zou kunnen voorgelegd worden aan de 193 landen van de AVVN, die met een tweederde meerderheid kan aanvaard worden. Deze zou vervolgens moeten geratificeerd worden door 65 landen om van kracht te worden.

Alles is dus niet verloren, maar de druk moet
AEFJN België DOOR:

Deel dit artikel