Palmolie bedreigt de boeren in Teluran

Teluran, een dorp van 80 gezinnen in West Kalimantan (Indonesië). Na een urenlange rit vanuit Pontianak moeten we de laatste kilometer te voet afleggen. De brug is te smal, het lijkt wel het einde van de wereld. Ondanks de vermoeidheid en ook wel opluchting van onze aankomst heb ik nog even de reflex om naar de hemel te kijken: wat een sterrenpracht.

Nadat we de wankele brug zijn overgestoken zwelt het hondengeblaf aan. Toch hoor ik ook gezang en muziek in de verte, het maakt me erg nieuwsgierig. Ik herinner me plots het boek van de correspondent  van de Independent die getuige was van de moordpartijen van de Dayaks op de Madurezen. Dayaks beweren over bovennatuurlijke krachten te beschikken na nachtelijke sessies die hen in trance brengen.  Ik ben hier met vrienden van Walhi en hoop niet alleen kennis te maken met het werk van Walhi, maar eveneens iets van de Dayak cultuur op te snuiven.

Nadat we ons tapijt krijgen toegewezen hoor ik dat de nachtelijke muziek onderdeel is van een genezingssessie van de sjamaan. De opa van onze gastheer Tulus heeft last met de ogen en de familie heeft daarom besloten om de kwade geesten te verdrijven. De opa is immers op een verkeerde plaats het bos ingestapt en moet gezuiverd worden. Tulus verzekert me dat dit soort sessies uitzonderlijk zijn geworden. Hij nodigt ons uit om een kijkje te gaan nemen. Het is ondertussen 1u30 en het is net stil geworden. Blijkbaar is de sessie stilgelegd, de ganse familie ligt op de grond, ik zie nog 2 gongs, een soort altaar, met kaarsen en allerlei kleine offers. We krijgen een glas tawak aangeboden, een zoete en minder sterke variante op de arak (lokaal alcoholische drank). De sjamaan komt uit een ander dorp en heeft een rustpauze ingelast, officieel een 2-tal uren, maar ik hoor later dat de sessie pas 's ochtends is herbegonnen.

Maar dit was niet het doel van dit bezoek, wel een nadere kennismaking met het werk van Walhi in West-Kalimantan. De eerste uitleg komt van Sabang, de nieuwe directeur van Walhi-Kalbar. Hij stelt zijn ploeg voor en geeft in een PowerPoint een overzicht van Walhi's programma en de samenwerking met de 10 leden.

Bioregionalisme
In het verleden werd Walhi te vaak geconfronteerd met het gevoel dat het achter de feiten aan liep. Er wordt ergens een houtkapconcessie toegewezen, er komt protest en de lokale organisaties contacteren Walhi, maar eigenlijk is het reeds te laat om actie te voeren. Of een rivier is vervuild en de bron van vervuiling ligt in een andere provincie. Gezien de verregaande autonomie van de regionale Walhi-kantoren was het niet altijd makkelijk om grensoverschrijdende campagnes op te zetten. Om efficiënter en meer pro-actief te kunnen werken heeft Walhi een nieuwe strategie gelanceerd: bioregionalisme. De samenwerking tussen de regionale kantoren wordt versterkt, er komt vb é é n coördinator voor Kalimanten, Java, Sumatra, enz en er worden grensoverschrijdende campagnes opgezet.

SOB, Save our Borneo of Shield of Borneo
In Kalimantan kreeg deze campagne eerst de titel Save Our Borneo, maar recentelijk werd dit Shield of Borneo, kortweg SOB. In zowat alle provincies wordt men geconfronteerd met gelijklopende problemen: een snelle uitbreiding van de palmolieplantages, vervuiling van de rivieren en een toenemende mijnbouwactiviteit. Dankzij  de campagne kan men veel sneller in actie schieten, de communicatie is verbeterd, de gegevens en de kennis over een bepaald dossier worden sneller doorgespeeld.

Momenteel staat de campagne nog in haar lanceerfase. Vooraleer naar het grote publiek te stappen, wil men eerst de directe partners van Walhi beter in het project betrekken, met name de leden en de volksorganisaties die met Walhi samenwerken. Deze benadering biedt ook de kans om acties te plannen met SAM, de Friends of the Earth in Maleisië. Een belangrijke doelstelling in de campagne is immers om de uitbreiding van 2 miljoen ha palmolieplantages in het grensgebied met Maleisië te counteren.

Palmolie ligt de Dayaks zwaar op de maag
In Telapan hoor ik waarom de bevolking samen met Walhi strijd voert tegen de ongebreidelde expansie van de plantages. De Dayaks houden sterk aan hun tradities, een argument als "onze voorouders hebben rubber verbouwd, wij zetten dat verder" klinkt ons wat vreemd in de oren, maar hierachter schuilt een hele sterke band met tradities  en geloof. Veel heeft ook te maken met de aard van het product en de productiewijze, de manier waarop de palmolie door de overheid en de bedrijven opgedrongen wordt en  de sociale gevolgen.

Grond
 In Kalbar zijn ruim 20 palmoliebedrijven. De toenemende populariteit van palmolie drijft de bedrijven tot het uiterste om nieuwe gronden in te pikken. Boeren worden onder druk gezet om hun gronden te verkopen, maar voor velen is deze grond zowat het belangrijkste wat ze bezitten. Boeren die hun grond verkopen verliezen hun onafhankelijkheid en hun reden van bestaan. Momenteel hebben zowat alle Dayaks rubberbomen, die hebben minder onderhoud nodig, zoals het gebruik van sproeistoffen, produceren langer (40 jaar tgo 20 voor palmbomen) en op een areaal van 2 ha kan je reeds elke week rubber verkopen. Een kleine rubberplantage wordt dan ook in de volksmond ATM genoemd, een biljetautomaat. Indien je geld nodig hebt tap en verkoop je wat rubber. Als kleine grondbezitter is het niet makkelijk om palmolie rendabel te maken. Met rubberbomen kan dat wel, vandaar de populariteit van deze boom. Hoewel de marktprijs voor natuurrubber recent flink is gedaald, is het geloof in deze boom groot.

Sociale gevolgen
Dayaks zijn in meerderheid katholiek. De Kerk speelt een niet onbelangrijke rol in het verzet tegen de palmolie. De grote plantages zijn immers oorden van verderf. Plantagearbeiders zijn doorgaans lange tijd van huis, drinken regelmatiger alcohol, hangen rond in bars, die op hun beurt prostituees aantrekken en op zondag is er geen tijd meer voor een kerkbezoek, want er wordt 7 dagen op 7 gewerkt. Deze socio-culturele impact is niet te onderschatten, zeker voor volkeren die hun tradities graag in eer houden en elke verandering wikken en wegen.

Ecologische gevolgen
De intensiteit van de palmolieteelt maakt dat er veel mest- en sproeistoffen gebruikt worden. Deze zorgen niet alleen voor een vervuiling van de rivieren, maar onderzoek heeft aangetoond dat in vele bedrijven stoffen gebruikt worden die reeds lange tijd in Europa verboden zijn, dat arbeiders nauwelijks geïnformeerd worden over het gevaar van de sproeistoffen en geen of nauwelijks beschermende kledij krijgen.
De vervuiling van de rivieren is een potentieel gevaar, want veel inheemse volkeren leven nu eenmaal langs de rivier, die een bron van leven is. Ze vangen er niet alleen hun vis, maar ook de ochtendlijke douche en het poetsen van de tanden vindt hier plaats.  

Informatie
Ondanks alle gevaren worden Dayak-boeren vaak verleid door de mooie som geld die hen geboden wordt voor hun lapje grond. Zij leven immers hoofdzakelijk van een overlevingslandbouw: door een goede aanplanting van diverse bomen en struiken, hun rijstvelden, groenteteelt, visvangst en het kweken van kleinvee en een varken is er wel eten, maar weinig inkomsten. Die halen ze voornamelijk uit rubber, recentelijk ook visteelt, fruit en groenten. Als ze plots enkele miljoenen Rp in handen kunnen krijgen is de verleiding reëel. Dankzij de sensibilisatie van de ngo's zijn de boeren nu wel beter geïnformeerd. Boeren weten nu wat de voor- en nadelen zijn en kunnen argumenten aanhalen om af te zien van de verkoop.

Steun
Het dorpshoofd vertelde ons ook dat ook de materiële steun van de ngo's uiterst waardevol was. Dayaks willen ook wel voldoende geld om bij ziekte een goede dokter te kunnen raadplegen, hun kinderen naar school te sturen of een bromfiets te kopen. Tijdens mijn bezoek werd een paar keer aangedrongen op meer steun voor het zoeken naar en opzetten van inkomensgenererende activiteiten. Dit ligt niet binnen de objectieven van Walhi, maar Walhi beloofde alvast om uit te kijken naar ngo's die deze vragen voor concrete steun kunnen opnemen.  

Deel dit artikel