Rechts of rechtser in Colombia

colombia verkiezing

[Foto: Óscar Iván Zuluaga]

Op 25 mei trokken niet alleen de Belgen naar de stembus. Ook in Colombia was het verkiezingsdag. Slechts 40% van de bijna 33 miljoen stemgerechtigden in Colombia brachten hun stem uit in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. In Colombia is er immers geen stemplicht, wel stemrecht. Dit geeft aanleiding tot een welig tierende corruptie en het afkopen van stemmen, vooral in de armste wijken, waar buurthoofden maar liefst 2.500 euro toegespeeld krijgen per 100 stemmen die ze ronselen.

 



De resultaten zijn dan ook weinig verrassend. Rechts blijft de touwtjes stevig in handen houden in Colombia, een land waar al 50 jaar een gewapend conflict woedt; een land van extremen, ook in de politiek.

De kandidaat van de extreem rechtse partij Centro Democrático, Óscar Iván Zuluaga, won ondanks de hacking- en corruptieschandalen de eerste ronde van de presidentsverkiezingen met net geen 30% van de stemmen. Die overwinning heeft Zualaga, een politieke nobody, te danken aan een weldoordachte en atypische verkiezingscampagne, en aan de overwinning van Centro Democrático, de partij van ex-president Uribe, bij de senaatsverkiezingen van maart 2014.

Op 15 juni neemt Zuluaga het in de tweede ronde op tegen regerend rechts president Juan Manuel Santos, die bijna 26% van de stemmen wist binnen te rijven. 

 

Links groeit gestaag


Links daarentegen kon, met de vrouwelijke tandem Clara López van Polo Democrático en Aída Avella van Unión Patriótica, rekenen op 2 miljoen van de uitgebrachte stemmen. Onder het bewind van Santos kende de sociale beweging een duidelijke opgang, die uitmondde in de heroprichting van de politieke volkspartij Unión Patriótica, die in de jaren tachtig volledig werd uitgemoord.

Deze opgang wordt nu vertaald in 15,3% van de stemmen, een hoopvol resultaat, en veel meer dan de 6% die de exitpolls aangaven. Het is de weergave van een groeiend bewustzijn bij de Colombianen, maar niet voldoende om de tweede ronde te halen. 

 

Vredesdialoog in het gedrang


In 2002 behaalde Uribe een eerste klinkende overwinning in de presidentsverkiezingen. In 2006 deed hij deze stunt met glorie over. In 2010 schoof hij Santos naar voor, de minister van Defensie in zijn regering, van wie hij dacht dat die mooi in de extreem rechtse pas zou blijven lopen. Dit was echter een misrekening van Uribe. Santos koos voor een iets gematigder en opener rechts beleid en startte in 2012 de vredesdialoog met de rebellenbeweging FARC. Uribe, de vroegere mentor van Santos, ging in de oppositie als grote tegenstander van deze dialoog. Hij richtte een nieuwe politieke partij op, Centro Democrático, die bij de verkiezingen van maart 2014 maar liefst 21 van de 102 zetels behaalde in de Senaat, met Uribe himself als lijsttrekker. 

Met andere woorden, als Zuluaga - de kandidaat van Uribe - het ook in de tweede ronde haalt van Santos, dan betekent dit allicht de doodsteek voor het vredesproces. Dit vredesproces wordt voluit gesteund door de FOS-partners. Met een derde deelakkoord over de aanpak van de drugshandel, dat in mei werd afgesloten na anderhalf jaar onderhandelen, zond Santos nog een sterk signaal uit naar de Colombianen over de mogelijke toekomst van de vredesdialoog bij zijn herverkiezing. 

Net als in België hebben een aantal organisaties uit het middenveld, waaronder ook de FOS-partners, sterk opgeroepen om te stemmen voor links, voor een model van sociale gelijkheid. Met de uitslag van deze eerste ronde is het echter duidelijk geworden dat Colombia nog minstens enkele jaren dezelfde neoliberale en rechtse koers zal blijven varen. Toch staat er nog veel op het spel in de tweede ronde: de toekomst van het vredesproces en van de sociale beweging.


Auteur: Jo Vervecken 

Deel dit artikel