Red Hand Day 2009:

Sinds 2002 staat 12 februari gekend als Red Hand Day, dag waarop jaarlijks extra aandacht wordt gevraagd voor de strijd tegen het inzetten van kindsoldaten. Op Red Hand Day 2009 pleit het VIC, samen met alle leden van de Belgische coalitie tegen het gebruik van kindsoldaten voor een structurele aanpak van de problematiek van de kindsoldaten.

Primeur twee weken geleden in Den Haag, waar het eerste proces van het Internationale Strafhof zijn aanvang kende. In de beklaagdenbank zit de Congolese militieleider Thomas Lubanga. De man leidde tussen 1999 en 2003 de UPC, een gewapende groepering uit Ituri, in het noordoosten van Congo, die er van verdacht wordt zich schuldig gemaakt te hebben aan massale slachtpartijen en rekrutering van kindsoldaten in de strijd tussen de lokale Hema en Lendu bevolkingsgroepen. Vandaag staat Lubanga in Den Haag terecht wegens het rekruteren en inzetten van kinderen in een gewapend conflict. De zaak-Lubanga heeft dus een dubbele historische waarde: niet alleen is dit het eerste proces voor het Internationale Strafhof, het is ook de eerste maal dat het inzetten van kindsoldaten door een rechtsorgaan als misdaad wordt beschouwd.

Nauwelijks drie dagen na aanvang krijgt het proces echter een zware klap te verwerken. Een van de jongeren die als getuige was opgeroepen, trekt zijn verklaringen in. De jongen getuigde over zijn leven als kindsoldaat in de militie van Lubanga, maar geïntimideerd door de militieleider, die de jongere tijdens zijn verhoor strak in de ogen keek, wijzigt de jongen later bruusk zijn getuigenis: hij was nooit kindsoldaat geweest maar zou door een internationale organisatie aangezet zijn om tegen de beschuldigde te getuigen. Waarnemers menen echter dat de –minderjarige- getuige zijn verklaringen introk uit angst voor de eigen veiligheid. Er zouden geen specifieke veiligheidsmaatregelen getroffen zijn voor de getuigen en de jongen, die nog steeds in Ituri leefde, vreesde represailles van de aanhangers van Lubanga.

Samengevat: militieleiders mogen dan al niet meer veilig zijn voor het Internationaal Strafhof, jongeren zijn intussen nog lang niet veilig voor militieleiders.

Dit voorval illustreert pijnlijk treffend de boodschap van de Belgische Coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten: de inspanningen en maatregelen die in de strijd tegen het gebruik van kindsoldaten zijn uitgevaardigd zijn lovenswaardig, maar brengen voorlopig te weinig verandering op het terrein.

Het voorbije jaar werd de strijd tegen het gebruik van kindsoldaten gesymboliseerd door de Rode Handen Campagne. Het objectief was om wereldwijd één miljoen handafdrukken te verzamelen als duidelijk signaal van een wereldwijd protest tegen deze praktijken. Dit signaal werd door de Belgische bevolking alvast verstuurd: het voorbije jaar werden maar liefst 69.000 rode handafdrukken verzameld, een duidelijk bewijs dat de bevolking begaan is met de problematiek en het lot van de kindsoldaten.

De Rode Handen campagne verkreeg ook steun op beleidsmatig niveau: zowel minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht als Charles Michel, minister van Ontwikkelingssamenwerking verbonden zich er tijdens de campagne toe om het Belgische beleid in de strijd tegen het gebruik van kindsoldaten verder te zetten en te intensifiëren, op nationaal als internationaal vlak.

Dat het engagement van de voorbije jaren (zowel van de Belgische regering als van internationale instanties) positief is en kan bogen op resultaten, zal niemand betwisten: de uitvaardiging van de principes en engagementen van Parijs in 2007 die expliciet de situatie van kinderen in gewapende conflicten behandelen, de actieve rol van het Internationaal Strafhof en regionale tribunalen in het ter verantwoording roepen van individuen die zich schuldig maken aan het rekruteren van kinderen of de indrukwekkende toespraak van toenmalig Premier Verhofstadt voor de VN-veiligheidsraad in september 2007 zijn allen exponenten van het toegenomen bewustzijn over het lot van de kindsoldaten en voorbeelden van concrete maatregelen die op beleidsniveau genomen zijn.

De verwezenlijkingen van de voorbije jaren staan echter al te vaak in schril contrast met de realiteit op het terrein: alleen al in Oost-Congo zijn het voorbije jaar honderden en misschien wel duizenden jongeren gerekruteerd door alle partijen die in het conflict actief zijn. Het jongste rapport van Amnesty International over het conflict in Congo en de getuigenissen die Human Rights Watch eind 2008 verzamelde in Noord-Kivu illustreren de noodtoestand waarin vele jongeren en hun families zich bevinden: vluchtelingenkampen en scholen worden overvallen, wegblokkades worden opgeworpen, milities gaan eenvoudigweg van deur tot deur om jongeren op te vorderen en in te lijven in hun milities.

Deze praktijken halen het nieuws wanneer het gaat om brutale rooftochten zoals die van de CNDP eind 2008 of het LRA begin 2009, maar naast deze raids is er ook sprake van massale “stille rekruteringen”: jongeren sluiten zich vrijwillig aan bij milities, aangespoord door militieleiders die inspelen op de moeilijke omstandigheden waarin deze jongeren leven (armoede, onveiligheid) en hen een leven van rijkdom, macht en prestige beloven.

Deze vaststellingen mogen echter geen aanleiding geven tot defaitisme en fatalisme in de strijd tegen het gebruik van kindsoldaten. Ze tonen wel duidelijk aan dat de grote uitdagingen voor de komende jaren er in zullen bestaan om de uitgevaardigde instrumenten, verklaringen en richtlijnen te vertalen tot maatregelen die een concrete verbetering betekenen voor het leven van de (mogelijke) slachtoffers: kinderen en hun families in conflictgebieden.

Daarom pleit de Belgische Coalitie tegen het gebruik van kindsoldaten ervoor dat de strijd tegen de inzet van jongeren in conflicten in een ruim perspectief gezien en gevoerd wordt. Initiatieven die een einde maken aan de straffeloosheid voor individuen zoals Lubanga, Nkunda, Ntaganda en Kony die zich schuldig gemaakt hebben of nog steeds schuldig maken aan het rekruteren van kinderen, verdienen al onze steun. Essentieel lijkt ons echter evenzeer dat er nog meer prioriteit wordt gegeven aan het aanpakken van de diepere structurele oorzaken die al te vaak leiden tot de rekrutering van deze jongeren: armoede, marginalisering, onderwijs, werkgelegenheid. Wij roepen de Belgische overheid en de internationale instellingen dan ook op om zich ten volle te blijven engageren in projecten die preventief werken op lokaal niveau. Enkel door de sociale en economische positie van jongeren en de gemeenschappen waarin ze opgroeien te versterken, kan hun reïntegratie succesvol zijn. Enkel door jongeren concrete kansen te geven in hun eigen gemeenschap, kan de risicogroep voor rekrutering beperkt worden.

VIC, Amnesty International, Pax Christi, Plan België, Unicef
De Belgische Coalitie tegen het gebruik van Kindsoldaten
KIYO DOOR:

Deel dit artikel