Red Hand Day 2010 : aanbevelingen van de Belgische Coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten


Op 12 februari 2002 trad het optioneel protocol aangaande de betrokkenheid van kinderen in gewapende conflicten in voege. Sindsdien staat 12 februari bekend als Red Hand Day. Op deze dag vragen kinderrechtenorganisaties en instellingen aandacht voor de tienduizenden minderjarigen die wereldwijd leven in de context van een gewapend conflict. Ook in 2010 maakt de Belgische Coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten bij de gelegenheid van Red Hand Day een stand van zaken op en brengen we enkele aanbevelingen over aan de beleidsmakers in ons land.

De voorbije tien jaren kreeg het fenomeen van de kindsoldaten bijzondere aandacht op nationaal en internationaal vlak. Organisaties en instellingen brachten het lot van de kindsoldaten onder de aandacht en de praktijken van rekruterende milities en overheden werden aangeklaagd. Verdragen werden uitgevaardigd én geratificeerd. Daarenboven werden monitorings-, beleids- en legale instrumenten geoperationaliseerd om het onwettig gebruik van kindsoldaten te documenteren en de straffeloosheid in te dijken.

Tezelfdertijd werd op het terrein expertise opgebouwd. DDR-programma's (Disarmament-Demobilisation-Reintegration) werden opgezet om tienduizenden jongeren die betrokken waren geraakt bij gewapende conflicten te begeleiden bij hun reïntegratieproces in de samenleving. Evaluaties van afgelopen en lopende programma's brengen algemeen erkende best practices naar voor, methodologieën die jongeren kunnen op weg helpen bij een duurzame reïntegratie in de samenleving.

Deze evaluatieoefeningen onderlijnen echter ook de moeilijkheden en obstakels die een duurzaam reïntegratieproces dient te overwinnen, uitdagingen waar alle partijen die zich engageren in de strijd tegen het gebruik van kindsoldaten tegen aan kijken.

In oktober 2009 formuleerde de eerste internationale interdisciplinaire conferentie rond War Affected Children in ons land, georganiseerd door het Centre for Children in Vulnerable Situations van de Ugent, UA en KULeuven in samenwerking met Unicef en het Platform Kinderrechten in Ontwikkelingssamenwerking , een aantal aanbevelingen omtrent de reïntegratieprocessen van jongeren die getroffen werden door gewapende conflicten. De Belgische Coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten wenst deze aanbevelingen te hernemen opdat deze hun weg vinden naar implementatie in beleid en uitvoering.

De Belgische Coalitie ondersteunt dan ook deze aanbevelingen en pleit voor een "integratie van de reïntegratieprogramma's": een geïntegreerde aanpak in doelgroep, methodologie en tijd:

Een geïntegreerde aanpak in doelgroep: integratie en verbreding van de doelgroep.
Al te vaak wordt de doelgroep van jongeren getroffen door conflicten (Children affected by armed conflict - CAAC) vernauwd tot kindsoldaten (Child Solders - CS). Deze nauwe focus houdt risico's in voor duurzame reïntegratieprocessen en de reconstructie van de post-conflict samenleving. Rëintegratieprocessen die zich exclusief richten op ex-kindsoldaten, de jongeren die actief hebben deelgenomen aan de gewapende conflicten (in welke functie/hoedanigheid ook) gaan voorbij aan de wetenschap dat in een context van conflict de kansen en mogelijkheden van àlle jongeren worden gehypothekeerd. Wanneer een reïntegratieprogramma in zijn focus op ex-kindsoldaten voorbij gaat aan de noden van de overige getroffen jongeren, neemt de kans op frustraties bij Children affected by Armed Conflicts toe. Zij beschouwen de exclusieve hulp aan de ex-kindsoldaten immers als een "oorlogspremie" voor hun leeftijdsgenoten die misdaden begingen, terwijl voor de jongeren die geen wapens opnamen maar evenzeer getroffen werden door het conflict, geen plaats voorzien is in de reïntegratieprogramma's. De breuklijn die hierdoor ontstaat tussen de "haves", die de hulp ontvingen en de "have-nots", wordt nog verzwaard door dit sentiment van "beloning van misdaden". Dit kan een zware hypotheek leggen op een prille post-conflict-samenleving. De Belgische Coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten pleit dan ook voor een geïntegreerde aanpak van reïntegratieprogramma's waarbij de exclusieve focus op kindsoldaten wordt verbreed naar die van alle jongeren die getroffen worden door gewapende conflicten.

Een geïntegreerde aanpak in methodologie: opwaardering van de "R" in "DDR".
Hoewel DDR-programma's (Disarmament-Demobilisation-Reintegration) als einddoel de sociale reïntegratie van jongeren in de gemeenschap nastreven, ligt de nadruk vaak op de eerste twee stappen in het proces: ontwapening en demobilisatie. Aan de reïntegratie in en verzoening met de samenleving lijkt minder belang gehecht te worden. Deze aanpak kent zelfs een ruimtelijke exponent: zo gebeurt het dat het DDR-proces plaats vindt binnen de beslotenheid van een reïntegratiecentrum. In deze ruimtelijke context kunnen de ontwapening en de demobilisatie als punctuele actie en ritueel wel hun totstandkoming kennen, een duurzaam sociaal reïntegratieproces van een jongere in zijn gemeenschap kan nooit gerealiseerd worden vanuit een dergelijk centrum. De Belgische Coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten pleit dan ook voor een grotere aandacht voor de sociale reïntegratie van jongeren en een geïntegreerde en gediversifieerde methodologie in DDR-programma's. De sociale reïntegratieprocessen bouwen voort op een doorgedreven participatie van individu en gemeenschap, zo worden lokale helings- en transformatieprocessen als referenties beschouwd in reïntegratie en verzoening.

Een geïntegreerde aanpak in tijd: DDR-programma's linken aan lange termijnontwikkeling.
DDR-programma's worden vaak als noodhulp of transitieprojecten beschouwd: punctuele programma's of projecten die binnen een bepaalde termijn afgewerkt worden. Het gevaar van noodhulp en transitieprojecten is hun zwakke relatie met de sociale en economische context waarin deze plaatsvinden. Zeker in het geval van de reïntegratieprocessen is een sterke link met de structuren van de lokale samenleving en met lange termijnontwikkelingsprogramma's onontbeerlijk. De reïntegratieprocessen kennen als lokale context immers samenlevingen en gemeenschappen die elementen en structuren van ongelijkheid en verdeeldheid in zich meedragen en dus de oorzaken van conflict in zich meedragen. Korte termijnhulp, zoals noodprojecten, is niet bij machte om structuren van ongelijkheid te veranderen. DDR-programma's worden daarom best gelinkt aan programma's van structurele en duurzame ontwikkeling, die sociale, culturele en economische capaciteit opbouwen en versterken om ongelijkheden die zich op deze breuklijnen situeren op een duurzame wijze uit een samenleving te bannen. Bovendien verzekert een link tussen DDR-programma's en structurele ontwikkelingshulp een continuüm in de inspanningen, omdat er geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen verschillende interventies. De Belgische coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten pleit daarom ook voor een integratie van DDR-programma's in duurzame en structurele ontwikkelingsprogramma's.

Meer info:Belgische Coalitie tegen het Gebruik van Kindsoldaten
Secretariaat: Italiëlei 98 A, 2000 Antwerpen
Contactpersoon Coalitie: Stijn Van Bever, tel. 0485 - 62 65 88

Zie ook:

 

Deel dit artikel