Riccardo Petrella: Water moet een gemeenschappelijk goed blijven


riccardo petrellaRiccardo Petrella, voorzitter van het Institut Européen de Recherche sur la Politique de l'Eau (IERPE), zet enkele kanttekeningen bij het Europese waterbeleid: 'Het zijn niet enkel de economische belangen die tellen'. 

Op 14 november heeft de Europese Commissie het "Plan voor de bescherming van de watervoorraden van Europa" goedgekeurd. Dit is het belangrijkste Europese politieke document betreffende water sinds de Europese Kaderrichtlijn over water in het jaar 2000. 

Wat vooral treft is dat de toekomst van het water in Europa geen enkele Europese bezieling kent, en geen enkele Europese specificiteit op politiek, institutioneel of cultureel vlak. Water wordt enkel behandeld als een kwestie van beheer.


 

Het "Plan" betreft de goede ecologische toestand van het waterbestand, het "rationele" (economische en financiële) beheer van het water, de kwetsbaarheid van Europa voor overstromingen en droogten, de promotie van technologische innovatie...

Het behelst achttien objectieven, waarvan de meeste economische en financiële kwesties betreffen. In de vier werkingsmechanismen werd een grote plaats voorbehouden voor de facultatieve instrumenten (etiketteringen en certificaten worden overgelaten aan de vrijheid van de operatoren) terwijl de toepassing van het systeem van marktprijzen, volgens het principe van "de consument betaalt", verplichtend is.

Men mag de Commissie en haar diensten gelukwensen voor het gerealiseerde werk maar de basisbeginselen van het plan en de daaruit voorvloeiende actieprioriteiten en voorstellen vormen een probleem.

 

Aquamoney

De Commissie ziet water alleen als een "natuurlijk kapitaal". Ze spreekt niet over water als een "bron van leven", een "natuurlijk goed", een "gemeenschappelijk goed", een "erfgoed" van het leven.

Ze gebruikt louter het concept "natuurlijk kapitaal". Deze keuze is niet onschuldig. In de economie is de term "kapitaal" sterk verbonden met de noties van "schulden" en rijkdom, vooral individueel, iets dat men zich kan toe-eigenen en uitbaten. Trouwens, sinds jaren zoekt de Commissie om een economische (monetaire et financiële) waarde te geven aan het water en aan de milieudiensten dat ze biedt.

Het te gelde maken van het waterkapitaal wordt beschouwd als de noodzakelijke en onmisbare basis om een Europese politiek van doelmatig "beheer" van het water te definiëren. "AquaMoney" was een van de belangrijkste onderzoeksprojecten over economie van het water gefinancierd door de Europese Commissie. Het "Plan" is dus gecentreerd op de boekhouding, de balans en het deficit van het water.

Het "Plan" gaat vooral uit naar de hoeveelheid, de kosten en de inkomsten van het water. De cijfers zijn uiteraard belangrijk en de plannen van de wateroppervlakten per hydrografisch bekken zijn nodig, maar de toekomst van het water en van het leven kan men niet opsluiten in een kooi van cijfers. Achter die cijfers zijn er mensen, rechten en plichten, en krachtverhoudingen die dikwijls ongelijk en onrechtvaardig zijn. En daarover spreekt de Commissie niet. Een wetenschappelijke verblinding die verarmt.

Indien de Commissie het water had beschouwd als een "gemeenschappelijk goed", dan had zij kunnen "ontdekken" dat de meeste waterbekkens in Europa transnationaal zijn en Europees. Bijgevolg zou de diepe zin van een Europese waterpolitiek erin bestaan het water te valoriseren als een Europees gemeenschappelijk goed. Het water zou de basis kunnen vormen voor een echte Europese samenwerking/integratie, zoals kolen en staal dit waren in de jaren '50 en '60 !

 


De verbruiker betaalt

eu druppel waterDe prijs van het water is een geloofsakte: voor de Commissie is er geen rationeel waterverbruik buiten de prijs/prijsbepaling, gefundeerd op het principe dat de totale kosten van de productie, winst inbegrepen, moeten teruggewonnen worden.

Voor haar is het art. 9 van de kaderrichtlijn de sluitsteen van het beheersysteem van het water in Europa. In het "Plan" maakt ze er zelfs een voorwaarde van voor een eventuele toegang tot de Europese Fondsen (rurale ontwikkeling, structurele en cohesiefondsen, en leningen van de BEI...).

Het "Plan" bekrachtigt het geloof dat de "verbruiker" de kosten van het water moet betalen, wat ook de natuur en bestemming van dit verbruik moge wezen; want voor de Commissie is elk water een hulpmiddel dat omgezet wordt in een product of een dienst, en dus moet de toegang ervan en zijn gebruik "betaald" worden door diegenen die haar gebruiken of verontreinigen.

Zij wil geen verschil zien tussen het water waarop ieder menselijk wezen en iedere menselijke gemeenschap recht heeft om te leven en samen te leven, en anderzijds het water dat bv. dient om planten te kweken voor biobrandstoffen of water voor private zwembaden.

Er staat geen enkele verwijzing naar het "menselijk recht" op drinkwater of de watersanering, een "plicht" die toch erg verschilt met die van het water voor de afkoeling van de atoomcentrales.

De publieke werken voor de watersanering, onvervangbare basis van de menselijke gezondheid, moeten niet in hetzelfde schuitje gehuisvest worden als de recyclage van het afvalwater voor bepaalde verontreinigende industriële activiteiten.

En één ding is de veiligheid van het water voor de basisvoeding, een ander de veiligheid van het water van Coca Cola, Nestlé of Microsoft... Men kan het water voor het leven niet op gelijke wijze behandelen als petroleum of gas. Nochtans is het dit dat de Europese executieve doet door zijn "Plan voor het water" in te schrijven in de strategie 2020 van de Unie voor "A Ressources Efficient Europe".

De voorstellen en de voorrang van actie van het "Plan" betreffen onvermijdelijk de verplichte plaatsing van individuele watermeters voor alle gebruik, de verbetering van de evaluatiemethodes voor kosten/winst, de technieken voor het te gelde maken van het water, de grootste efficiëntie van de handelssystemen voor de waterrechten...

 


Burger vs belangenpartijen

Voor de Europese Commissie zijn de vitale actoren voor de toepassing en de realisatie van het "Plan" uitsluitend de lidstaten en de "stakeholders" (belanghebbenden). Het "Plan" maakt nooit referentie naar de "burgers", de civiele maatschappij.

De Europese burgers bestaan niet, hebben niets te zeggen of te doen betreffende de bescherming van het water. Voor de Commissie zijn de eigenaars van het terrein "belangenpartijen", zoals de producenten van papier of van spuitwater. Hun vertegenwoordigers maken dan ook deel uit van diverse consultatieve comités opgericht door de Commissie voor het water. Maar de buurt- of burgerverenigingen die zich opstellen tegen de privatisering van de waterdiensten hebben geen plaats in die comités.

Dit is een onaanvaardbare verblinding in een Europa dat de deelname van de burgers wil bevorderen. Het zijn niet enkel de economische belangen van de machtigen die tellen!

 

Riccardo Petrella
Riccardo Petrella is econoom en politicoloog en was tot 2004 hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain. Hij verwierf wereldwijd bekendheid als de bezieler van de Groep van Lissabon.

Vertaling naar het Nederlands: Pater Frans Devillé.

Meer info:

 

AEFJN België DOOR:

Deel dit artikel