Rol opkomende landen beperkt bij ontwikkelingshulp

IPSWASHINGTON , 13 november 2011(IPS ) - Experts hopen dat opkomende economieën zoals Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika (de BRICS-landen) een belangrijke rol gaan spelen in ontwikkelingshulp. Deze landen zijn daar echter nog niet toe in staat, zeggen critici.
Van 29 november tot 2 december komen tweeduizend experts en afgevaardigden van overheden in Busan in Zuid-Korea bijeen voor het vierde High Level Forum on Aid Effectiveness.

De rijke landen, die traditioneel de ontwikkelingshulp domineren, bezuinigen op hun budgetten als gevolg van de economische crisis. De in het verleden gemaakte afspraken staan echter nog steeds, en het is de vraag wie ze nakomt.

De inbreng van de BRICS-landen was tot nu toe beperkt. Dat blijkt uit het feit dat deze landen in de afgelopen tien jaar 26 miljard dollar aan leningen aan lageinkomenslanden beloofden. De traditionele donoren van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) zegden in diezelfde periode 269 miljard dollar toe.

Daarnaast vrezen waarnemers dat de Zuid-Zuid-partnerschappen grotendeels hetzelfde "uitbuitende" karakter hebben als de traditionele relaties tussen rijke landen en ontwikkelingslanden.

Zwakke instituten

Volgens ontwikkelingseconoom Jayati Ghosh, veranderen "groepen" zoals BRICS de handels- en investeringspatronen niet zozeer, ze weerspiegelen die eerder. "We hebben kunnen zien hoe multinationals opkomen in het Zuiden. Deze bedrijven bevestigen eerder de universele tendens van het kapitaal dan dat ze op grond van hun locatie een verschil maken."

"Anderzijds is het ook zo dat kapitaal zwaar leunt op overheidssteun en dat landen - ook in het Zuiden - zich, ondanks de toenemende onafhankelijkheid en transnationaliteit van kapitaal, inspannen voor kapitaal dat uit hun eigen land afkomstig is", zegt ze.

In een recent werkdocument van Nkunde Mwase, econoom bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), wordt ingegaan op de toegenomen financiering van ontwikkeling in lageinkomenslanden door BRICS-landen. De BRICS-landen lenen volgens Mwase meer aan lageinkomenslanden met zwakkere instituten. Landen die geografisch gezien ongunstig liggen en weinig natuurlijke rijkdommen hebben, krijgen aanzienlijk minder financiering dan de lageinkomenslanden met veel natuurlijke rijkdommen.

Niet-duurzaam

Veel leningen zijn in de afgelopen jaren verstrekt door China, zegt Mwase. "We hebben geen bewijs gevonden dat lageinkomenslanden met goed bestuur beloond worden met meer financiering. Hoewel deze bevindingen niet uniek zijn voor de BRIC-landen, verhogen de snel groeiende investeringen de noodzaak om te verzekeren dat de financiering niet de pogingen ondermijnt om tot beter bestuur te komen in deze landen", zegt ze.

"Dergelijke leningen kunnen landen in een schuldenval jagen als de risico's niet goed in ogenschouw genomen worden ", zegt Mwase. "De arme landen moeten zich ervan verzekeren dat de financiering naar projecten met een grote opbrengst gaat en hen niet een niet-duurzame weg opduwt."

De investeringen door de opkomende landen zijn vaak weinig transparant, of het nu gaat om hulp, leningen of zelfs commerciële contracten tussen BRICS-landen en armere landen. "Landen zoals China en India publiceren geen informatie over specifieke landen als het gaat om hun concessionele en niet-concessionele leningen", staat in een document van het Centrum voor Chinese Studies van de Stellenbosch Universiteit in Zuid-Afrika.

"Dat maakt het moeilijk voor de parlementen in partnerlanden en maatschappelijke organisaties om de impact die het geld heeft op de ontwikkeling, te meten. Er is meer transparantie nodig als we willen weten welke impact de "BRICS-ontwikkelingspakketten" hebben."

Zambia

Susan Thomson, postdoctoraal onderzoeker politicologie aan Hampshire College, maakt zich zorgen over de negatieve impact van ontwikkelingshulp door BRICS-landen. "De Verenigde Staten, Canada en de Europese Unie stellen aan hulp voorwaarden op het gebied van mensenrechten. Het is onwaarschijnlijk dat de BRICS-landen dat ook doen."

Als voorbeeld noemt ze Zambia, waar plaatselijke arbeiders zeven dagen per week werken aan Chinese ontwikkelingsprojecten. Internationale of binnenlandse wetgeving op het gebied van arbeids- en sociale rechten, wordt daarbij genegeerd.

"Het feit dat Afrikaanse regeringen actief zoeken naar extra hulpkanalen zal leiden tot een verbreding van de economische kloof. De winnaars zullen de BRICS-landen zijn, en de verliezers de kleine boeren, vrouwen, mensen met hiv/aids en alle andere traditionele verliezers van dit systeem", zegt Thomson.

Landroof

Uit een studie van de niet-gouvernementele organisatie GRAIN en de Economic Research Foundation uit 2011, blijkt dat Indiase bedrijven grote stukken land opkomen in Afrika, met de bedoeling hun voedselproductie uit te besteden aan lageinkomenslanden.

In 2010 investeerden meer dan tachtig Indiase bedrijven zo'n 2,4 miljard dollar in grond in landen zoals Ethiopië, Kenia, Madagascar, Senegal en Mozambique. Het is de bedoeling dat het land gebruikt gaat worden voor het verbouwen van voedselgewassen voor de Indiase markt.

De Indiase handelwijze laat zien dat Zuid-Zuidsamenwerking zijn beperkingen heeft als het gaat om het opheffen van ongelijkheid en uitbuiting, zegt Ghosh.

Volgens haar hebben Zuid-Zuidpartnerschappen de potentie om het karakter van de huidige economische orde te veranderen, maar alleen als ze anders ingericht worden. "Momenteel zijn ze net als de Noord-Zuidpartnerschappen in de eerste plaats gericht op belangen van bedrijven. Ze opereren binnen het door de markt gedreven systeem waarbij de belangen van grote bedrijven prevaleren boven die van burgers."

Auteur: Kanya D'Almeida

Deel dit artikel