Sociale uitbarsting in de kledingindustrie van Bangladesh

Op maandag 22 mei braken massale en ernstige onlusten uit in de kledingindustrie van Bangladesh. Tot wanhoop gedreven door hongerlonen en onmenselijke arbeidsomstandigheden, kwamen tienduizenden arbeid(st)ers op straat. Honderden fabrieken werden in brand gestoken of beschadigd. Er werden optochten gehouden, barricades opgeworpen en auto's in brand gestoken. Gevechten braken uit tussen aan de ene kant protesterende arbeiders en anderzijds managers en werkgeversvriendelijke groepen, politie en andere veiligheidsdiensten. De dood van 3 arbeiders is bevestigd. Officieuze berichten melden 5 doden. Er zijn honderden gewonden. Vele van de aangevallen fabrieken produceren voor Westerse kledingondernemingen. De toestand is slechts sinds 8 juni, na meer dan 14 dagen, enigszins genormaliseerd.

Aanleiding
De rellen braken uit toen in de FS Sweater fabriek in Gazipur een staking uitbrak nadat 3 arbeiders door de politie waren gearresteerd op valse beschuldigingen. Een groep van 80 arbeiders was gaan onderhandelen met de leiding voor een hoger stukloon, dat bij een nieuwe bestelling zonder uitleg was verlaagd. Daarop fabriceerde het management valse beschuldigingen tegen de 80 . De politie kwam naar de fabriek en arresteerde drie werknemers. Daarop gingen de arbeiders in staking. Die werden op het fabrieksterrein opgesloten, zonder elektriciteit en water in een hitte van 40°C. Toen sommigen wilden ontsnappen door over de omheiningmuur te klauteren, werd er geschoten door de politie. Een arbeider werd doodgeschoten. De politie stopte het lichaam in een jutezak en trachtte het te verbergen in een opslagruimte.

Aanvallen op fabrieken
De woede van de arbeiders breidde zich razendsnel uit naar de vrijhandelszone van Savar, en verder over heel de kledingindustrie in en rond Dhaka. Vooral de fabrieken waar er problemen waren of nog zijn, leken het mikpunt. Het protest ging vooral over te lage lonen, de veel te lange werkdagen, het niet krijgen van één vrije dag per week, de onveilige ateliers en het bijna totale gebrek aan respect voor de basisrechten van de arbeiders, vooral van het recht op organisatie en op collectieve onderhandelingen. Verder heersen er in de meeste fabrieken zeer slechte sociale verhoudingen en zijn er geen mogelijkheden tot indienen van klachten.
De rellen waren het hevigst op 22 en 23 mei. Op 25 mei waren de meeste fabrieken terug open, maar in vele ervan waren slechts weinig arbeiders aanwezig, uit schrik voor represailles of arrestatie.
Maar de situatie was nog niet gekalmeerd. Tijdens de hele periode van 28 mei tot 4 juni zijn de protestacties en het geweld her en der heropgeflakkerd, vooral in de Savar DEPZ (Dhaka Export Processing Zone), waar dus vooral (buitenlandse) fabrieken gevestigd zijn die werken voor de Westerse kledingmerken. De moeilijkheden beginnen bijna altijd wanneer de arbeiders de uitbetaling van een hoger loon, overuren en achterstallen, minder lange werkdagen of ten minste 1 vrije dag per week eisen.

Reacties
De reactie van de overheid bestond er vooreerst in massaal de veiligheidsdiensten in te zetten, in en rond de fabrieken en de vrijhandelszones.
In plaats van naar de dieperliggende oorzaken te zoeken, werden op 23 mei verschillende vakbondsleiders opgepakt terwijl ze op kantoor waren of onderweg. Geen enkele was aanwezig bij de rellen. Eén werd 's avonds vrijgelaten, maar drie stafleden van BIGUF (Bangladesh Independent Garment Workers Union Federation) en de voorzitster van GWUF (Garment Workers Union Forum) werden geblinddoekt en enkelen werden hard geslagen en gefolterd. Allen ontkenden ze ten stelligste iets met de rellen te maken te hebben. Toch werden ze beschuldigd van vandalisme, vernieling van eigendommen en opstoken van arbeiders. GAP, het Amerikaans kledingbedrijf, is daarop tussengekomen en allen werden op 25 mei vrijgelaten. Op dit moment is niet bekend of de beschuldigingen tegen hen werden ingetrokken, dan wel of ze slechts op borg zijn vrijgelaten.
Door het massale en hevige protest lijkt het onmogelijk om de oorzaak te zoeken bij externe oproerkraaiers, of buitenlandse samenzweerders. Maar vooral de buitenlandse werkgevers in de BEPZ (Bangladesh Export Processing Zones) en het Bestuur ervan (BEPZA) doen dat toch. En er zijn regeringsleden die er politieke machinaties in zien voor de verkiezingen.
Op 24 mei werd een driepartijenvergadering gehouden met afgevaardigden van de regering, de BGMEA (kledingondernemersfederatie) en vakbonden. Daar werd een overeenkomst gesloten over een 11-puntenplan. De drie belangrijkste problemen om aan te pakken zijn: iedere arbeid(st)er moet een geschreven arbeidscontract krijgen (belangrijk voor het bewijzen van de anciënniteit en recht op sociale zekerheid); de minimumlonen moeten verhoogd worden (ca. $30/dag; zijn sinds 1989 niet verhoogd, in sommige gevallen zelfs verminderd); één vrije dag per week voor iedereen; en vakbondsvrijheid. Op 1 juni werd een tweede vergadering gehouden waarop een akkoord werd gesloten over volledig recht op organisatie in de exportindustrie.

Akkoord nog niet uitgevoerd
Maar in de praktijk is nog geen enkel van de eisen ingewilligd. Fabrieken in de EPZ bijv. bleven draaien op vrijdag (de wekelijkse rustdag voor de Islam). Daarom duurde  het gewelddadig protest voort. De fabriekseigenaars besloten de DEPZ (Dhaka Export Processing Zone), met in totaal 84 fabrieken te sluiten, totdat de autoriteiten de orde konden verzekeren. Op 8 juni werden de meeste ateliers - met uitzondering van A-One en YKK Zipper - onder strikte controle van de veiligheidsdiensten, terug geopend. Veel arbeid(st)ers zijn echter bang dat nu lijsten worden opgesteld met de namen van de deelnemers aan het protest.
Zestien arbeidsorganisaties hebben op 3 juni een ultimatum van drie dagen gesteld voor de uitvoering van het akkoord van 24 mei. Indien dat ultimatum zonder resultaat verstrijkt, wordt vanaf 13 juni een nationale staking van onbepaalde duur uitgeroepen.

Structurele maatregelen nodig
De laatste jaren heeft de internationale Schone Kleren Campagne (Clean Clothes Campaign) de aandacht gevestigd op de grote nood aan structurele maatregelen om een einde te maken aan de systematische en voortdurende schendingen van de arbeidsrechten in de kledingindustrie van Bangladesh. Zij heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat de kledingarbeiders de wanhoop nabij waren en gefrustreerd geraakten. Samen met vakbonden en NGO's heeft ze met aandrang de kledingmerken, de werkgevers en hun federaties opgeroepen om onmiddellijk actie te ondernemen. Maar ondertussen is er veel gepraat en zijn er slechts minimale verbeteringen gekomen voor de kledingarbeid(st)ers. Zo weinig dat velen van hen vinden dat ze niets te verliezen hebben en zich richten tegen de fabrieken waarvan ze in feite afhankelijk zijn.

Informatiebronnen
The Daily Star, www.thedailystar.net
Clean Clothes Campaign, www.cleanclothes.org
International Textile, Garment and Leather Workers Federation (ITGLWF), www.itglwf.org

geüpdatet tot 9 juni 2006

Deel dit artikel