Trias steekt tandje bij voor herstel in Guinee

Trias Guinee werft negen medewerkers aan om twee extra programma's te beheren. 'Eén jaar na de ebola-epidemie kan Guinee die hulp goed gebruiken', zegt landendirecteur Lies Vanmullem.

lies2017

Als gevolg van de ebola-epidemie kwam de fragiele economische groei in Guinee helemaal tot stilstand. Bouwwerven vielen stil, grenzen gingen dicht. De epidemie is al een jaar achter de rug, maar de grote herstelprogramma's van de nationale overheid en internationale instellingen draaien nog niet op volle toeren.

'Gelukkig zie je in de steden wel toenemende bedrijvigheid. Er komen nieuwe winkels en hotels, het gaat de goede richting uit, ook al verandert er niet zoveel voor de kleine boeren en ondernemers. In een diep dal sukkelen, gaat sneller dan er weer uit kruipen', vertelt Lies Vanmullem.

Bedroevend rendement

De grootste werkgever in Guinee is de landbouwsector. Met primitieve werktuigen bewerken de boeren kleine percelen. Voor irrigatie en transport ontbreekt de nodige infrastructuur. 'Het gemiddeld rendement van de landbouwbedrijven is zo beperkt dat je er met een gezin moeilijk op een fatsoenlijke manier kan van leven', zo verwoordt Vanmullem het.

Met beperkte budgetten probeert de regering de boeren te voorzien van meststoffen en gewasbescherming. Helaas ontberen de meeste boeren de knowhow om er op vakkundige wijze mee om te gaan. Een lichtpuntje is dat de boeren wel degelijk vooruitgang boeken in de regio's waar ze onderling samenwerken.

Samenwerking loont

'Wie zoals ik voor Trias Guinee werkt, ziet de zaken op het terrein echt wel veranderen', getuigt Lies Vanmullem, die het project van de ossentractie als voorbeeld aanhaalt. 'Waar je vroeger twee of drie mensen nodig had voor ossentractie, is de techniek zodanig verbeterd dat een boer geen hulp van anderen meer nodig heeft. Voor westerlingen oogt deze techniek archaïsch, maar dat is het niet. Het is belangrijk dat boerenorganisaties opleidingen aanbieden, want de ossentractie verlicht de arbeid en maakt het mogelijk om grotere arealen te bewerken.'

In Haute Guinée beheersen de boeren de ossentractie in die mate dat de steun van Trias niet langer nodig is. In Bas-Guinée zijn de boeren zo enthousiast dat ze een deel van hun opleiding zelf financieren. 'Ze wachten niet tot Trias hen geld toestopt, dat is heel motiverend', luidt het.

Vrouwenemancipatie

In Guinee levert Trias ook inspanningen om activiteiten van vrouwen te integreren in de lokale economie. Eén van de speerpunten is de coöperatie Coprakam, die gespecialiseerd is in de productie en verkoop van karitéboter, aardnoten en honing. De 3.200 leden boekten in 2014 en 2015 voor het eerst een kleine winst, maar vorig jaar boerden ze weer achteruit door interne strubbelingen.

'De meeste vrouwen in de raad van bestuur zijn ongeletterd en hadden in het verleden niet genoeg zelfvertrouwen om het management van de coöperatie in goede banen te leiden. Maar ik zie dat de vrouwen stilaan beseffen dat het nu of nooit is voor hun organisatie. Eindelijk nemen ze het lot van hun coöperatie in eigen handen. De tijd zal uitwijzen of dit het definitieve scharnierpunt is voor Coprakam', zegt Vanmullem.

Politieke spanningen

Een factor die altijd roet in het eten kan gooien, is de politieke stabiliteit. De jongste jaren lijkt de rust weergekeerd in Guinee, maar spanningen zijn er op de achtergrond altijd. Zo zijn de leerkrachten momenteel aan het staken omdat de overheid een evaluatiesysteem heeft ingevoerd. Leerkrachten die een onvoldoende scoorden, werden zonder verpinken op straat gezet. Plots hebben een heleboel leerlingen geen onderwijzer meer.

Een nog grotere bedreiging is het uitstel van de lokale verkiezingen. Vorig jaar had Frankrijk nog bemiddeld in Guinee, met als uitkomst dat er deze maand een stembusslag zou plaatsvinden. 'We moeten hopen dat het rustig blijft', zegt Vanmullem. 'Zodra de poppen op het politieke toneel aan het dansen gaan, zijn de kleine ondernemers immers als eerste de pineut.'

 

Trias vzw DOOR:

Deel dit artikel