‘Tsjetsjenen kunnen lang het goede en kwade herinneren’

De Staatsveiligheid en het antiterreurorgaan OCAD maken zich zorgen over een aantal radicale individuen binnen de Tsjetsjeense gemeenschap. Wat is er aan de hand? MO* vroeg het aan Aslan Saidoulaev, voorzitter van de Vereniging van de Tsjetsjeense Gemeenschap in Antwerpen (VTGA).


De Staatsveiligheid en OCAD maken zich zorgen over radicalisering binnen de Tsjetsjeense gemeenschap? Terecht?

Saidoulaev: Ik vind niet dat de Tsjetsjeense gemeenschap in België zo geradicaliseerd is. Hoewel dat er tekenen zijn, wijst het dragen van een baard of het bezoeken van moskeëen niet direct op radicalisering. Tsjetsjenen hebben veel wreedheden, geweld en onrechtvaardigheden moeten doorstaan in de laatste twee decennia. Zo goed als elke familie heeft te maken gehad met oorlog, en een deel van die mensen vindt alleen troost in religie. De ongerustheid van de Staatsveiligheid over de groei van radicalisering in onze gemeenschap vind ik overdreven. Anderzijds worden de factoren van radicalisering van individuen door ons niet ontkend.

De hedendaagse wereld is gekarakteriseerd door de groei van extremisme en terrorisme, maar de wortels daarvan liggen niet in de islam -letterlijk betekent islam ‘religie van de vrede'. De islam wordt gebruikt als een instrument om bepaalde extreme doelen te bereiken, terwijl het probleem veeleer van de politiek komt.

In de Koran staat dat één mensenleven evenveel waard is als het leven van de hele wereld. Het vermoorden van een persoon, vooral een onschuldige, wordt beschouwd als één van de zwaarste zondes. Inzake jihad bestaan er overigens zestien types. Vredeshandhaving, bescherming van eigendom, arbeid en onderwijs zijn ook vormen van jihad. Slechts één vorm is een "gewapende" jihad -niet te verwarren met terrorisme.




BRON:
MO* Magazine
Wereldmediahuis MO* DOOR:

Deel dit artikel