Wat valt er nog te zeggen over het drama van Aleppo?

De beelden die we op ons scherm te zien krijgen, grijpen naar de keel. Er is het leed van de burgers in Aleppo en dat knagende gevoel van onmacht. De ontredderde en uitgeputte gezichten van de burgers die Oost-Aleppo verlaten, spreken boekdelen over het vreselijke leed dat ze doorstaan hebben.

Wekenlang kreeg de bevolking hevige bombardementen over zich heen. Daarbij verloren ze kinderen, ouders, broers, zussen, vrienden,... Bij de herovering van de stad door het Syrische leger, wijk na wijk, gebeurden nieuwe gruweldaden. De VN had het over 82 burgerdoden, alleen op maandag, waaronder vrouwen en kinderen.

Tezelfdertijd houdt onze regering, namens Staatssecretaris Theo Francken, voet bij stuk om geen humanitair visum te verstrekken aan een gezin uit Aleppo hoewel een gezin uit Namen bereid is om hen op te vangen. Het visum toekennen zou maar een druppel op een hete plaat zijn, maar zelfs dit symbolisch gebaar weigert onze regering.

De val van Aleppo, waarover gaat het juist?

A. L. E. P. P. O
Deze zes letters weergalmen voortdurend in het hoofd van velen onder ons. Het zal nog lang duren dat we bij het horen van de naam van deze stad niet anders kunnen, dan denken aan deze vreselijke oorlog die al vijf jaar woedt in Syrië.

Met zijn twee miljoen inwoners is Aleppo de grootste stad van Syrië. Net zoals in andere steden van het land brak er in 2011 volksprotest uit tegen het autoritaire bewind van Assad. In de zomer van 2012 werd de stad echter aangevallen door de rebellen waarvan sommigen gesteund en gefinancierd werden door het Westen en de Golfstaten. In de daaropvolgende maanden namen ze de oostelijke wijken van de stad onder controle.

De voorbije vier jaar bleef het westelijke deel van de stad in handen van het Syrisch leger, het oostelijk deel in handen van de rebellen. Het platteland rond de stad was eveneens opgedeeld tussen de verschillende strijdende partijen. De frontlinies verschoven wel eens in deze of gene zin maar de situatie bleef vrijwel ongewijzigd.

De bevolking van Aleppo heeft het zeer zwaar te verduren gehad en bleef gedurende die hele periode blootgesteld aan het oorlogsgeweld. Er vielen doden en gewonden door de bombardementen maar ze hadden ook onderbrekingen van water en elektriciteit te verduren. Er was een gebrek aan medicatie. Ze hadden honger. Ze hadden kou. Hoeveel kinderen zullen niet levenslang getraumatiseerd zijn?

De situatie veranderde zeer snel in de afgelopen weken. Het Syrische leger begon een offensief in de wijken die in handen waren van de rebellen, met de steun van buitenlandse milities en de doorslaggevende steun van Russische troepen die zich sinds september 2015 in het conflict gemengd hebben. Op korte tijd konden ze bijna alle wijken die in handen waren van de rebellen onder hun controle krijgen.

En wat met de burgers?

Gedurende die hele tijd heeft de burgerbevolking vreselijk geleden. Woonwijken die onder de controle van het Syrische leger waren, werden door de rebellen bestookt met mortieren. De wijken in Oost-Aleppo, waar de rebellen heer en meester waren, werden zwaar gebombardeerd. Aan beide kanten van de frontlinie vielen honderden onschuldige slachtoffers.

Wie zijn die rebellen eigenlijk?

De cijfers lopen uiteen, maar men gaat er van uit dat er zowat 10.000 rebellen in Oost-Aleppo actief waren. Een deel van hen behoorde tot het voormalige Al Nusrafront, dat tot voor kort openlijk trouw zwoor aan de terroristen van Al Qaeda. Daarnaast waren ook andere gewapende groepen actief met Syrische en buitenlandse strijders. Het is bewezen dat sommige van hen actief werden gesteund door de Golfstaten en het Westen.

De belangrijkste en grootste rebellengroepen waren jihadistische en islamistische groepen die nauwelijks moesten onderdoen voor Al Nusra. Hun wreedheden en mensenrechtenschendingen werden door westerse mensenrechtenorganisaties gedocumenteerd. "Meerdere van die rebellen behoren tot de meest wrede en genadeloze strijders van het Midden-Oosten", schreef oorlogsreporter Robert Fisk deze week. Er zijn ook verschillende getuigenissen die zeggen dat ze burgers verhinderden om de belegerde wijken te ontvluchten. Op die manier konden ze zich verschuilen achter burgers terwijl ze belegerd werden, een praktijk die volgens het internationaal recht geldt als een oorlogsmisdaad.

Waaraan kunnen de mensen van Aleppo zich nu verwachten?

Zoals elke oorlog is ook de oorlog in Syrië een ware catastrofe voor de burgers die in de val zitten. Het is duidelijk dat de voorbije jaren ontelbare onschuldige slachtoffers vielen in Aleppo, en dat terwijl ze op weg waren om inkopen te doen of naar de dokter gingen. Er is geen twijfel dat beide kanten zich hebben schuldig gemaakt aan mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden. En het is ook zeer waarschijnlijk dat er in de chaos van de laatste weken gruweldaden begaan zijn.

Intussen zijn de reacties op de val van Aleppo zeer uiteenlopend. In verschillende wijken van de stad gingen mensen op straat om de overgave van de laatste rebellen te vieren. Voor hen is hun stad nu bevrijd. Anderen hadden de rebellen liever zien winnen. Wat echter vaststaat, is dat de meerderheid van de bevolking in Aleppo opgelucht is dat de vijandelijkheden gestopt zijn. Maar de stad is wel verwoest en de heropbouw zal jaren duren.

Hoe brengen onze media verslag uit over wat zich afspeelt in Aleppo?

Het regime van Assad heeft, terecht, een zeer slechte reputatie als het over respect voor mensenrechten gaat. Bovendien heeft het Syrische leger wellicht niet de volledige controle over de milities die met hen meestrijden. Er zijn dus zeer goede redenen om bezorgd te zijn over het gedrag van de overwinnaars die, zoals vaak na vreselijke misdaden, gedreven worden door wraak. Er zijn aanwijzingen dat dit ook hier het geval is.

Anderzijds zijn er ook goede redenen om niet alles te geloven wat onze media berichten. Het Westen heeft jarenlang de rebellen met veel romantiek beschreven. Tijdens een radio-uitzending van de Franstalige zender La Première in 2013 had onze minister Reynders het nog over de oprichting van een standbeeld voor Belgen die aan hun zijde zouden gaan strijden. De laatste weken werden ook talloze geruchten verspreid zonder dat de authenticiteit ervan gecontroleerd werd. Talloze lokale activisten, of die zich daarvoor uitgaven, waren zeer actief op internet. Hun getuigenissen werden massaal verspreid zonder verificatie en dat terwijl er quasi geen onafhankelijk journalisten op het terrein aanwezig waren.

Had het Westen moeten ingrijpen om een bloedbad te voorkomen?

Het is een vergissing te denken dat het Westen niets gedaan heeft. Integendeel, het Westen heeft, samen met bondgenoten in de regio, rebellengroepen gefinancierd en getraind, zoals de groepen die de voorbije jaren Oost-Aleppo bezet hebben. Er zijn zelfs Amerikaanse, Franse, Britse en Turkse soldaten actief op Syrisch grondgebied.

Daarom spreekt men ook over een proxy-oorlog, een oorlog waarin vele strijders vechten voor buitenlandse belangen. Ook ons land is betrokken partij door zijn deelname aan de bombardementen van de internationale coalitie in Syrië en Irak.

In een artikel dat deze week verscheen, schrijft 11.11.11 over het laatste rapport van het onderzoekscentrum Airwars die gedetailleerd de militaire interventies op het terrein monitort. Daarin staat ook dat de coalitie, waar België deel van uitmaakt, minstens 1.900 burgerdoden gemaakt heeft in de twee landen.

Het Westen had dus niet méér moeten doen, maar wel iets anders moeten doen. Het had volop de kaart van de vredesdiplomatie moeten trekken. Ondanks de 300.000 dodelijke slachtoffers die deze vreselijke oorlog al gemaakt heeft, is het daarvoor nog niet te laat. Als we, samen met onze bondgenoten, de aanvoer van wapens in de regio stoppen en ophouden met de financiële steun aan de rebellen, dan zal iedereen rond de tafel gaan zitten om te praten. Ook Staffan de Mistura, de speciaal gezant voor Syrië van de Verenigde Naties is daarvan overtuigd.

Ook vandaag, terwijl het geweld hevig woedt, geven velen toe dat een regionale vredesconferentie de enige weg vooruit is. Het Westen kan zich dus nog herpakken en de onderhandelingen ondersteunen. We blijven ervan overtuigd dat de enige oplossing voor het conflict politiek is.

Wat kunnen we doen?

Laat ons in alle sereniteit onze solidariteit tonen met de burgers van Aleppo. We kunnen dat ook heel concreet doen door druk uit te oefenen op onze regering om alsnog een humanitair visum goed te keuren voor dat gezin in Aleppo dat wanhopig wacht om de stad te verlaten. We pleiten er ook voor dat Europa veilige routes garandeert zodat Syriërs die de oorlog ontvluchten dat kunnen doen zonder hun leven te riskeren.

We kunnen ook proberen ons zo goed mogelijk te informeren over wat er in Syrië gebeurt en de context trachten te begrijpen vanuit verschillende perspectieven. Het zal ons motiveren om in de toekomst nog krachtiger te ijveren voor een vreedzame en politieke oplossing voor het conflict. Enkel zo kunnen we bijdragen om een einde te maken aan deze nachtmerrie voor de Syriërs.

Viva Salud DOOR:

Auteur: André Crespin - coördinator beleid en beweging G3W

Deel dit artikel