Aanpak belastingparadijzen kan miljarden vrijmaken voor ontwikkeling

Ondanks de dreigende recessie kunnen honderden miljarden euro’s gevonden worden voor de arme landen. Belastingparadijzen aan banden leggen is één mogelijkheid. Komt het onderwerp echt op tafel op de VN-conferentie over de financiering van ontwikkeling die begin november in Doha plaatsvindt?


De timing kon niet slechter zijn. Beleidsmakers in de rijke landen maken zich allemaal grote zorgen over de nakende recessie en houden hun vingers op de knip. Sommige van de grootste Europese lidstaten lieten onlangs al weten dat de strijd tegen de klimaatverandering hen in de huidige omstandigheden te duur lijkt. Ook de budgetten voor buitenlandse hulp staan onder druk.

Europese pressiegroepen die het opnemen voor de ontwikkelingslanden, hebben er geen goed oog in. Ze klagen dat de Europese voorbereidingen voor de top in Doha te wensen overlaten. Volgens hen moet de EU een voortrekkersrol spelen in Doha. “Anders kunnen we alleen dromen van het succes dat nodig is in deze financiële crisis. De Europeanen hebben de morele plicht om het voortouw te nemen”, zegt Nuria Molina van het Europees Netwerk over Schuldenlast en Ontwikkeling (Eurodad).

Kapitaalvlucht
Een van de meest omstreden onderwerpen die in Doha op de agenda staan, is de band tussen kapitaalvlucht uit arme landen en het bestaan van belastingparadijzen in rijke delen van de wereld.

Volgens schattingen verliezen de ontwikkelingslanden 350 tot 500 miljard dollar per jaar doordat bedrijven en rijke inwoners geld waarop ze belastingen zouden moeten betalen, snel naar het buitenland verschepen. Een aanzienlijk deel van die bedragen komt terecht in belastingparadijzen in de EU of in gebieden waarover Europese landen zeggenschap hebben: Luxemburg, Cyprus, de City in Londen of de Kaaimaneilanden, om er maar enkele te noemen.

Europese ontwikkelingsorganisaties vinden dat de EU en de Europese landen actie moeten ondernemen tegen die belastingparadijzen. Ze pleiten ook voor strenge internationale normen die bedrijven zouden verplichten bekend te maken hoeveel ze precies verdienen in elk land waar ze actief zijn, en wat ze met dat geld doen.

Maar de betrokken regeringen liggen dwars. De Britse regering denkt er bijvoorbeeld niet aan alle internationale transacties in de City strenger te gaan controleren. Dat zou het financiële zenuwknooppunt marktaandeel kunnen kosten.

Niet ernstig
Het is uitkijken naar andere innovatieve ideeën om meer geld vrij te maken voor de ontwikkelingslanden. Een begin is al gemaakt. Groot-Brittannië lanceerde een initiatief om via de kapitaalmarkten aan geld te komen voor de strijd tegen aids, tuberculose en malaria. Frankrijk, Brazilië en Chili proberen via een belasting op vliegtuigreizen aan meer geld voor ontwikkelingshulp te komen.

De grote zorg van ontwikkelingsorganisaties is dat rijke landen in de verleiding komen om hun traditionele ontwikkelingshulp te verminderen naarmate er alternatieve financieringsbronnen worden gevonden. Volgens Alexandre Polack van ActionAid doen met name Duitsland en Groot-Brittannië te weinig om dat te vermijden.

Karen Fogg, een hooggeplaatste ambtenaar van de Europese Commissie, zegt dat de EU naar Doha trekt met “een sterk engagement om de hulp op te trekken zoals gepland.” “Dat is tenminste wat we hopen. We weten nog niet wat er zal gebeuren als gevolg van de financiële crisis.”

Volgens Antonio Vigilante, een VN-medewerker die vanuit Brussel werkt, kan er maar beter niet te veel verwacht worden van de rijke landen. “Ik kon sommige van de documenten inkijken die voor Doha worden voorbereid, en die lijken me niet ernstig. Ik hoop dat iemand de moed heeft om te zeggen dat we onze inspanningen moeten verdubbelen.”

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel