Afrika kan niet nog een decennium vergooien aan megadammen

Peter Bosshard is medewerker van het International Rivers Network, een organisatie die zich inzet voor het goed beheer van rivieren en voor de gemeenschappen die er afhankelijk van zijn. Naar aanleiding van het bezoek van Jim Kim, President van De Wereldbank aan Congo, waarschuwt hij voor de gevolgen van het Inga megadammenproject op de Congo. Dit artikel verscheen op 21 mei in  de  Huffington Post

11.11.11 publiceerde vorig jaar een 11dossier over dit project: 'Conrads nachtmerrie. De grootste dam ter wereld en het duistere hart van ontwikkeling'.





ingadam internationalrivers[Foto: Inga-dam ©International Rivers Network]

Deze week is Jim Kim, president van de Wereldbank, op bezoek in Congo.  Een land  met een overvloed aan natuurlijke rijkdommen en een enorme schaarste aan vervulde basisbehoeften.  Congo, één van 's werelds armste landen is niet alleen gehavend door de vele burgeroorlogen, maar ook door falende  mega-ontwikkelingsprojecten.

Nu wil De Wereldbank, samen met andere donoren, de ultieme hoofdvogel afschieten: Het 'Grote Ingadammenproject'  op de Congorivier.  Kostprijs: 80 miljard dollar.





Meer dan 600 miljoen mensen in subsaharaans Afrika hebben last van voortdurende electriciteitsonderbrekingen. Daar wil men nu een eind aan maken met één megaproject. De 'Grote Inga Dam' zou de Congo Rivier bij zijn monding omleiden en zou met een capaciteit van 40.000 megawatt kunnen voorzien in de electriciteitsbehoefte van 500 millioen mensen. De dam zou meteen de grootste waterkrachtcentrale ter wereld zijn.  

Zaterdag 18 mei maakte de Congolese regering de startdatum van de bouw van de dam bekend: oktober 2015.  De Wereldbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en de Europese Investeringsbank participeren.

De Wereldbank overweegt steun voor de Inga3 Dam, de eerste faze van het 'Grote Inga Schema', en 2 gelijkaardige projecten op de Zambezi Rivier. Het dammenproject  prijkt prominent op de agenda van Jim Kim.

 

Mijnindustrie

Het enthousiasme van de Wereldbank en ander donoren voor megadammen kent een lange geschiedenis. De voorbije 40 jaar hebben donoren miljarden dollars geïnvesteerd in dammen en bijhorende energietransportleidingen op de Congo Rivier. De projecten werden geplaagd door corruptie, onvoldoende capaciteit en faalden in het tegemoetkomen aan de behoeften van de bevolking.

Ongeveer 85 procent van de electriciteit in Congo wordt verbruikt door de mijnindustrie. Slechts 6 tot 9 procent van de bevolking heeft toegang tot elektriciteit. Het gecentraliseerde karakter van dergelijk grootschalige projecten zorgt bovendien voor een 'winner-takes-all' effect met spanningen en regelrechte gewapende conflicten als gevolg.

De Wereldbank argumenteert dat een nieuwe generatie megadammen een katalizator kunnen zijn voor 'een betere toegang tot dienstverlenende infrastructuur op grote schaal' in Afrika. Maar ook nu zullen de projecten op de Congo en de Zambezi vooral energie leveren voor de mijnbouwindustrie en de steden. Bovendien zou meer dan de helft van de electriciteit, gegenereerd door de Inga3  worden geëxporteerd naar Zuid-Afrika. Het 'Internationaal Energieagentschap' berekende dat de Afrikaanse plattelandsbevolking weinig baat zal hebben bij dit project.  

 

Betere keuzes

Afrika ondervindt veel meer dan enig ander continent de gevolgen van de klimaatveranderig. De steun van de Wereldbank voor dit megadammenproject zal die kwetsbaarheid nog verhogen. In Afrika wordt regen steeds minder voorspelbaar. Focussen op grote gecentraliseerde waterreservoirs voor het genereren van energie is hetzelfde als al je eieren in één mandje leggen.

Gelukkig zijn er betere keuzes mogelijk. Gedecentraliseerde, hernieuwbare energiebronnen worden steeds haalbaarder voor arme consumenten die voorheen een goed deel van hun inkomen spendeerden aan kaarsen en kerosine. Gedecentraliseerde windenergie, zonne-energie en micro-waterkrachtprojecten zijn veel efficiënter en creëren bovendien lokale jobs. Net als de mobiele telefonie in de telecomsector, kunnen dergelijke kleinschalige projecten de levens van de armen aanzienlijk verbeteren.
 
In tegenstelling tot megaprojecten, versterken gedecentraliseerde projecten rond hernieuwbare energie de weerbaarheid van de lokale bevolking tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Dergelijke kleinschalige projecten hebben bovendien een kleine ecologische voetafdruk en zijn minder vatbaar voor corruptie omdat ze beter kunnen opgevolgd worden door de civiele maatschappij.

 

 

Lessen

Donoren beweren dat zij lessen hebben getrokken uit het falen van vorige projecten met megadammen. Toch blijven zij de civiele maatschappij negeren. De Congolese overheid nodigde bijvoorbeeld de NGO's niet uit op de 'stakeholdersmeeting' van 18 mei ll die het 'Groot Inga Project' lanceerde.

Jim Kim ontmoet tijdens zijn bezoek aan Congo geen enkele NGO. De 'dammenindustrie' weigerde Rudo Sanyanga, directeur van het 'Internatonal Rivers Network' de toegang tot de 'Africa 2013 hydropower Conference', niettegenstaande hij een betalende participant was.

Donor-regeringen zullen gevraagd worden om het 'nieuwe tijdperk van megadammen voor Afrika' te onderschrijven met bijdragen aan het IDA (International Development Association, het Wereldbank Fonds voor de armste landen).

Aan hen de keuze. Zij kunnen een verouderderde top-down aanpak die steeds weer faalt in het toegemoetkomen aan de behoeftes van de bevolking onderschrijven. Of ze kunnen hun gewicht in de schaal gooien en kiezen voor een creatieve, gedecentraliseerde energietechnologie van de toekomst.

Afrika kan niet nog een decennium vergooien aan een 'nieuwe generatie megadammen'.



Peter Bosshard
Medewerker van het International Rivers Network, een organisatie die zich inzet  voor het goed beheer van rivieren en voor de gemeenschappen die er afhankelijk van zijn. 



Meer info:


In de pers:


Deel dit artikel