Fact-check: CETA uitspraken onder de loep

truth-o-meter

Sinds de weigering van Wallonië om het CETA-handelsverdrag tussen Europa en Canada te tekenen, staat het akkoord in het middelpunt van de belangstelling. Heel wat commentatoren en beleidsmakers lijken CETA nu pas te ontdekken. Vooral de eerste dagen circuleerden heel wat halve waarheden en mythes over het akkoord.

Tijd om een aantal uitspraken onder de loep te nemen en de puntjes op de i te zetten.

  • Heb je meer uitspraken gezien waarvoor je uitleg wil? Vraag het aan marc.maes@11.be

! Klik op de uitspraak om het commentaar te tonen. Klik opnieuw op de uitspraak om het commentaar te verbergen. !

 

Arbeids-en milieunormen

"In de bres voor EU-normen. CETA heeft een hoofdstuk over het vermijden van praktijken zoals sociale dumping"

Hier wordt vermoedelijk verwezen naar het hoofdstuk "Trade and labour", dat samen met "Trade and sustainable development" en "Trade en environment" de afzonderlijke delen zijn die in andere Europese handelsakkoorden het hoofdstuk "Duurzame Ontwikkeling" vormen.

Deze hoofdstukken zijn in het CETA-verdrag helaas even onafdwingbaar gebleven als gewoonlijk.
Een dat ligt vooral aan de EU die een voorstel van de Canadezen om de niet naleving van sociale en milieunormen te sanctioneren geweigerd heeft (terwijl buitenlandse investeerders een bijzondere geschillengregeling krijgen om de investeringsbeschermingsnormen af te dwingen.

“CETA beantwoordt aan de bezorgheden. Het legt bescherming van arbeids-en milieunormen op”

Zie hierboven. CETA legt geen bescherming op. CETA is op dit vlak niet afdwingbaar.

Regelgeving

“Eén kritiek is dat deregulering onze hoge Europese standaarden in gevaar zou brengen, onder meer op het vlak van sociale bescherming en milieuregelgeving. Niets is minder waar. … CETA zal een vrijere handel bevorderen, maar is geen vrijgeleide voor Canada om de Europese regels te omzeilen."

CETA is wel degelijk een bedreiging voor onze hoge standaarden. Omdat CETA het voorzorgsprincipe niet bevestigt (zie volgende uitspraak), omdat buitenlandse investeerders uitzonderlijke rechten krijgen om overheidsmaatregelen aan te vechten en omdat elke toekomstige regelgeving - ook als die niets met handel te maken heeft - kunnen beoordeeld worden om te zien of ze niet “handelsverstorend” zijn en er voor te zorgen dat ze “zo weinig mogelijk belastend” zijn voor het bedrijfsleven.

CETA legt regels vast voor de toekomstige besluitvorming zonder dat daarover een fatsoenlijk debat is gevoerd of democratische instellingen voor opgericht zijn. De ervaring is dat het uiterst moeilijk is om te weten te komen wat er in de gemeenschappelijke overlegorganen van handelsakkoorden gebeurt.

Het gaat er dus helemaal niet om dat CETA Canada een vrijgeleide zou geven om de Europese regels te omzeilen, of dat CETA de Europese regels zou herschrijven, maar dat CETA ondoorzichtige mechanismen creëert die onze regelgeving kunnen aanvallen en uithollen en tegelijk extra mogelijkheden biedt om voor de bedrijfslobbies om op de besluitvorming te wegen.

In tijden van klimaatverandering en een noodzakelijk transitie naar een duurzamere economie is dat géén goede zaak.

“Zo houdt de EU vast aan het 'voorzichtigheidsprincipe' [sic], waardoor bepaalde stoffen pas gebruikt mogen worden als hun onschadelijkheid is aangetoond. Wat ingevoerd wordt in Europa, moet dus voldoen aan de Europese normen. Zo blijft de import van hormonenvlees uitdrukkelijk verboden.”

De invoer van hormonenvlees is inderdaad verboden:  Canada aanvaardt dat het geen hormonenvlees mag uitvoeren naar de EU; maar Canada stemt niet in met de gronden waarop de EU dit verbod oplegt. Canada weigert het voorzorgsprincipe te erkennen.

De EU moet vasthouden aan het voorzorgsprincipe, dat staat zo in het Verdrag van Lissabon, maar beleidsmaatregelen gebaseerd op dit principe liggen in de Wereldhandelsorganisatie onder vuur. De EU is al veroordeeld in de WTO na een klacht van de VS voor haar verbod op hormonenvlees.

De EU had een kans om het voorzorgsprincipe op te doen nemen in CETA, maar heeft dat niet gedaan (of is daar niet in geslaagd). Ook in de gezamenlijk zogenaamde “interpretatieve verklaring” die aan CETA zou toegevoegd worden en een antwoord zou bieden aan de kritieken, weigert Canada een verwijzing naar het voorzorgsprincipe en legt de Commissie zich daar bij neer en staat er dus enkel een vaag zinnetje dat men 'zorgzaam' zal zijn. Het bevestigt alleen maar wat we zeggen.

“De invoer van hormonenvlees of genetische gemanipuleerde organismen (ggo’s) is verboden”

Voor de hormonen zie hierboven. Bepaalde ggo's mogen alleszins wel ingevoerd worden (namelijk als ze niet verboden zijn in de EU). Tegen de achtergrond van de onderhandelingen met de VS zijn recent een hele reeks ggo's toegelaten.

“Het verdrag bevat afspraken over regulering. Sommigen vrezen dat we ons gezondheids- of milieubeleid uit handen geven. Maar er is alleen afgesproken in een 'regulatory cooperation forum' info uit te wisselen”

Er is veel meer afgesproken in het kader van regelgevende samenwerking dan dat. De samenwerking is vrijwillig, maar beide partijen zijn vastberaden om de regels die zijn afgesproken zijn over de samenwerking te volgen.

Vermits de EU het voorzorgsprincipe volgt en Canada niet, bestaat effectief de mogelijkheid dat de regelgevende afspraken die uit het overleg komen zwakker uitvallen dan er zonder.

“Daarnaast bevat CETA een clausule waardoor het verdrag kan worden herzien als essentiële onderdelen niet worden nageleefd”

Zo een clausule is er niet.

Wel is het zo dat her en der in de tekst allerlei herzieningsclausules staan en dat daarnaast het Joint Committee (bestaande uit de Europese Commissie de Canadese regering) ten allen tijde alles van CETA kan evalueren en voorstellen kan doen om wijzigingen, aanvullingen, of verbeteringen aan te brengen die dan de in Canada en de EU de wettelijke goedkeuringsprocedures moeten volgen.

Groei en jobs

"Enkele simulaties door de EU tonen voorzichtig optimistische resultaten voor het netto-effect"

De econometrische studies van de EU zijn niet echt uitgerust om uitspraken te doen over jobs. Met de "voorzichtig optimistische resultaten" wordt misschien de éénmalige groei van het BNP bedoeld die uit deze studies blijkt; al is "bescheiden" of '"zeer gering" hier meer op zijn plaats, namelijk slechts 0,03 tot 0,08%.

"Doet CETA de welvaart dalen? … De Commissie gebruikt net als de OESO en de Wereldhandelsorganisatie een [econometrisch] model. Dat leert dat de Canadees-Europese handelsstromen - die nu 60 miljard euro bedragen - met een vijfde kunnen stijgen."

Over het econometrisch model dat de EU gebruikt schreef Ferdi De Ville van de UGent onlangs een scherp commentaar. Anderzijds is er kritiek op de studies van de Tufts universiteit die een sterke negatieve impact van CETA voorspelt.

Dat CETA de handel zal doen toenemen daar twijfelt niemand aan. Maar of dit de economische welvaart zal vergroten is een ander zaak. De studies van de Commissie verwachten een éénmalige toename van slechts 0,03 tot 0,08 %.

"De ervaring met handelsakkoorden leert dat ze werken. Het akkoord tussen Zuid-Korea en de EU deed de Europese export in goederen met 55 procent stijgen en die in diensten met 40 procent."

Maar de uitvoer van Korea naar Europa nam nauwelijks toe. In die richting werkt het akkoord dus niet goed. Ook de Vlaamse export toont een ander beeld: voor sommige producten steeg de export, voor andere niet, of was er zelfs een daling.

De Europese Commissie is pas zeer recent begonnen met systematische monitoring en evaluatie van haar handelsakkoorden. Of ze dus echt werken en hoe, moet nog blijken.

"Welke kans dreigt Vlaanderen te missen?"

Er wordt veel geschermd met de vaststelling dat 90% van de Belgische uitvoer naar Canada uit Vlaanderen komt.

Dat is zo, maar de handel tussen Canada en Vlaanderen is klein. Minder dan 1% van de Vlaamse handel. Op de Vlaamse ranglijst staat Canada ter hoogt van Togo. De handel is zo klein dat in 2015 één bestelling de handel deed toenemen met 25%.

De investeerder-staat geschillenregeling en het regelgevend recht van staten (ISDS of ICS)

"Een fel bekritiseerd onderdeel van CETA was de 'Investor to State Dispute Settlement'-clausule, die voorzag in een arbitragesysteem tussen een investeerder en een overheid in het geval van een conflict. Die clausule is ondertussen vervangen door het 'Investment Court System'. Dat bevat belangrijke wijzigingen, zoals de oprichting van een rechtbank met de mogelijkheid tot beroep, de aanstelling van rechters, en vooral het vrijwaren van het regelgevingsrecht van de staten."

Het hoofdstuk (en dus geen clausule) over de 'investeerder-staat-geschillenregeling' staat nog steeds in CETA.  Het "Investor Court System" (ICS) is gewoon een investeerder-staat-geschillenregeling en het "hof" is nog steeds geen rechtbank maar een arbitragecollege. De Vereniging van Europese Rechters heeft daarover een duidelijk standpunt ingenomen.

Het regelgevend recht van de staten wordt in CETA bevestigd (dat zou er nog aan mankeren), maar een staat kan wel beboet worden als het dat recht gebruikt en die boete word uitgesproken door drie "for-profit" arbiters op basis van vage principes.

Waarom onze rechtbanken niet goed genoeg zouden zijn voor buitenlandse investeerders, maar wel voor de binnenlandse bedrijven en de burgers, blijft een raadsel.

"Afgezwakte internationale arbitrage"

"Zodra het CETA-verdrag in werking treedt, zullen de betrokken bedrijven geschillen of juridische problemen met handelspartners voor een investeerder-staat-arbitrage kunnen brengen. Die arbitrage werkt op basis van de internationale wetgeving en is bedoeld om bedrijven te beschermen tegen oneerlijke regelgeving.
Al snel kwam er hevige tegenstand tegen het feit dat een Canadese multinational wel eens het idee om ggo's te importeren in ons land zou kunnen doordrukken en de beslissingen van Belgische rechtbanken negeren. Op basis van de kritiek dat 'kmo's slaven worden van multinationals' zwakten Canada en de EU het voorstel sterk af, waardoor het opzijschuiven van de nationale wetgevingen op enkele paragrafen over 'het waarborgen van de soevereiniteit van elke staat' botst."

Dit stuk bevat een aantal markante missers.
  • "de betrokken bedrijven [zullen] geschillen of juridische problemen met handelspartners voor een investeerder-staatarbitrage kunnen brengen"
    Welke betrokken bedrijven?

  • "juridische problemen met handelspartners"
    ISDS gaat over geschillen tussen bedrijven en overheden, niet over handelspartners (daar dient de private arbitrage voor en daar gaat het in CETA niet om)

  • "Die arbitrage werkt op basis van de internationale wetgeving"
    ISDS werkt in eerste instantie op basis van de investeringsbeschermingsnormen die zijn op genomen in een investeringsakkoord, in dit geval CETA. Dit is juist één van de problematische punten. Binnenlandse investeerders en burgers moeten zich houden aan en beroepen op de wet voor lokale rechtbanken; de klachten van buitenlandse investeerders worden beoordeeld op basis van de vage principes van investeringsakkoorden.

  • "Al snel kwam er hevige tegenstand tegen het feit dat een Canadese multinational wel eens het idee om ggo's te importeren in ons land zou kunnen doordrukken en de beslissingen van Belgische rechtbanken negeren."
    Deze uitspraak is volkomen uit de lucht gegrepen. De discussie over de zin en onzin van ISDS wordt al jaren gevoerd en in de EU vooral sinds het Verdrag van Lissabon in 2009 investeringen toevoegde aan het Europese handelsbeleid. De tegenstand is gebaseerd op wetenschappelijke analyses van de gebreken van ISDS.
    Zie bijvoorbeeld : digitalcommons.osgoode.yorku.ca
  • "Op basis van de kritiek dat 'kmo's slaven worden van multinationals' zwakten Canada en de EU het voorstel sterk af...."
    Het is lachwekkend om te veronderstellen dat Canada en de EU hun onderhandelingsvoorstellen zouden af zwakken "Op basis van de kritiek dat "kmo's slaven worden van multinationals".
    "...waardoor het opzijschuiven van de nationale wetgevingen op enkele paragrafen over 'het waarborgen van de soevereiniteit van elke staat' botst"
  • Het is moeilijk om te begrijpen wat hier bedoeld wordt. Waarschijnlijk wordt verwezen naar de "Right to regulate" clausule in de het hoofdstuk over investeringsbescherming. Zie verder bij de uitspraken over "regelgevend recht".




"Het verdrag voorziet ook in een internationaal tribunaal om conflicten over investeringen op neutraal terrein uit te vechten"

Investeerder-staatgeschillen tribunalen functioneren niet bepaald op neutraal terrein. Ook in de nieuwe versie van de Europese Commissie (het zogenaamde ICS) blijven er twijfels bestaan over de onafhankelijkheid van de arbiters.

Ook als ze door de EU en Canada op de lijst van vaste arbiters geplaatst zijn, kunnen ze nog andere arbitragezaken aannemen op basis van andere akkoorden wat tot belangenconflicten kan leiden. Verder ontvangen ze naast een wachtvergoeding een betaling per gepresteerde tijdseenheden waardoor een financiële belang ontstaat. 

Bovendien is de kans groot dat de ICS-arbiters nog steeds dezelfden zijn die tot de kleine kring van meest gevraagde arbiters behoren, die financieel belang hebben bij het behoud van het systeem.

De Europese vereniging van rechters heeft daarom ook al onderstreept dat het ICS niet aan de normale eisen van onafhankelijkheid voldoet.

"…een Canadees bedrijf [kan] enkel een proces… aanspannen tegen de EU of een lidstaat, als het gediscrimineerd of onteigend wordt"

Deze, veel gehoorde,  bewering klopt helemaal niet.

De investeringsbeschermingsnormen in investeringsakkoorden zijn: nationale behandeling, meest-begunstigde natie, veiligheid en bescherming, geen onteigening en indirecte onteigening zonder compensatie, eerlijke en billijke behandelingen, en bepalingen die afgesproken zijn in contracten (via de zogenaamde paraplu clausule).

De meest gebruikte norm is (uiteraard) ook de meest vage, namelijk "eerlijke en billijke behandelingen". Deze norm kan zeer ruim geïnterpreteerd wordt door arbiters, ook ten koste van het algemeen belang.

"Arbitrage bestaat ook in het Belgische rechtssysteem; het is onderdeel van het Belgische recht."

Dat klopt, maar doet niet ter zake, omdat het dan gaat over privé-arbitrage of business- to- business arbitrage, over twee bedrijven dus die een geschil liever snel door arbitrage regelen dan via een rechtbank. Bedrijven spreken dan onderling af dat ze zich bij de arbitrage-uitspraak zullen neerleggen. 

De investeerder-staat geschillenregeling (ISDS of ICS) is een procedure tussen privé-bedrijven en een overheid waarin privébedrijven een staat aanklagen voor genomen overheidsmaatregelen. Bovendien kan de staat niet kiezen of ze arbitrage al dan niet aanvaard. In investeringsakkoorden gaan staten op voorhand akkoord met alle arbitrage die tegen wordt ingeroepen. De sanctie is een geldelijke boete. Het gevaar ligt ook daar dat de dreiging met arbitrage een overheid kan intimideren en ontraden om een maatregel te nemen.

Deze vorm van arbitrage is geen onderdeel van het Belgisch recht. Wel kan de Staat als privé-instantie arbitrage aanvaarden, bijvoorbeeld in geschillen over contracten en leveringen van diensten en goederen. Maar dan gaat het niet over arbitrage over algemene beleidsmaatregelen.

"Er zijn toch ook het Internationaal Gerechtshof in Den Haag en het Europese Hof van Justitie, dat zijn toch ook Internationale rechtscolleges die boven de staat staan?"

Inderdaad, maar hier gaat het wel degelijk over rechtbanken en geen arbitragecollege's en over echte zetelende rechters en geen for-profit arbiters. Deze instanties zijn ook voor iedereen toegankelijk, tenminste als ze eerst de lokale rechtsmiddelen hebben uitgeput of als het over overtredingen van het Europese recht gaat.

In de investeerder-staat geschillenregeling (ISDS of ICS) hoeven buitenlandse investeerders niet eens te proberen of ze voor binnenlandse rechtbanken hun gelijk kunnen halen, ze mogen het binnenlandse rechtssysteem meteen links laten liggen. De "exhaustion of local remedies" (eerst alle lokale rechtsmiddelen aanspreken) is een eis van het middenveld en van de Waalse regering.

"België heeft 58 bilaterale investeringsakkoorden. Waarom zijn die niet tegengehouden?"

Het is pas sinds het toenemend gebruik van de investeerder-staat geschillenregeling (ISDS of ICS) - vooral vanaf 2000 - dat men zich bewust geworden is van de gevaren ervan en dat er een tegenbeweging op gang is gekomen is.

De oppositie tegen het systeem binnen de individuele lidstaten werd genegeerd omdat alle landen investeringsakkoorden hadden ("we kunnen dit als individueel land niet veranderen").

Het is pas toen de Europese Commissie bevoegdheden kreeg op het vlak van investeringsbescherming dat er met vereende krachten voldoende tegenmacht kon gemobiliseerd worden op een voldoende groot niveau (de EU) om verandering in gang te zetten.

"Is CETA een paard van Troje voor Amerikaanse multinationals? Zullen Amerikaanse bedrijven via Canada naar de handelstribunalen stappen?"

"Ze kunnen dat alleen als ze echt activiteiten in Canada hebben", zeggen experts van de Commissie. "Een postbus volstaat niet. Zich in Canada vestigen om daarna naar het tribunaal te stappen, kan ook niet. Het tribunaal zal dan de zaak weigeren."

Een postbus volstaat inderdaad niet, maar Amerikaanse bedrijven die in Canada een onderneming hebben of ze controleren zullen kunnen gebruik van de investeerder-staat geschillenregeling die CETA invoert. Het gaat over zo'n 40.000 bedrijven. Toch wel een paard van Troje dus.

Liberalisering van diensten

"Tot slot is er in het verdrag bijzonder veel aandacht voor publieke diensten, die aan belang winnen nu de industrialisering bij de meeste betrokken partijen niet langer de drijfveer van de economie vormt. Ceta gaat verder dan andere akkoorden in die samenwerking en beslaat zo domeinen als telecommunicatie, energievoorziening, watervoorraad en maritiem transport."

Dit stuk slaat de bal helemaal mis: wat er staat gaat niet over de publieke diensten maar over de diensten tout court.

CETA gaat in de liberalisering van de dienstensector inderdaad verder dan andere akkoorden. Maar dan gaat het niet over samenwerking maar over liberalisering. Niet de toevoeging van domeinen zoals telecommunicatie is het probleem, maar wel dat CETA werkt met negatieve lijsten. Dat wil zeggen dat "alles geliberaliseerd wordt dat niet uitdrukkelijk is uitgezonderd". Daardoor kan onbedoelde liberalisering ontstaan, temeer omdat de EU lidstaten die hun uitzonderingen zelf moeten formuleren dit niet eenvormig hebben gedaan.

Een evenwichtig akkoord, het laatste Europese handelsverdrag

"Veel evenwichtiger dat CETA kan een vrijhandelsakkoord niet worden"

Dit is een veel gehoorde opmerking die gewoonlijk niet verder wordt verklaard. We hebben dan ook geen idee waar dit op slaat of over welke evenwichten het zou gaan. Er is alleszins geen evenwicht tussen de afdwingbaarheid van de investeringsnormen en de vrijblijvendheid van de sociale en milieunormen. Of tussen de privileges van buitenlandse investeerders en de rechten van de binnenlandse bedrijven en de burgers.

Overigens is de EU zeer tevreden dat Canada veel toegevingen gedaan heeft op vlak van markttoegang, intellectuele eigendomsrechten, geografische benamingen, overheidsaanbestedingen , financiële diensten, maritieme diensten. Het is niet duidelijk of Canada hiervoor evenveel gekregen heeft in ruil.

"CETA is een evenwichtiger akkoord dan TTIP omdat het culturele erfgoed dichter aanleunt bij het Europese dan het Amerikaanse"

Dit is een variant van de vorige uitspraak. Het is ook niet duidelijk waar dit op slaat en waar dit in de praktijk een verschil zou maken. In welke mate TTIP evenwichtig wordt of juist niet valt nog af te wachten. Misschien is het de bedoeling om te verwijzen naar de sociale voorzieningen in Canada die beter vergelijkbaar zijn met de Europese.

"Canada staat met zijn waarden en cultuur dichter bij de Europese Unie dan gelijk welk ander land. Het wordt heel moeilijk om als Europese Unie nog afspraken te maken over handel met de Verenigde Staten, China of Australië."

Dit is een variant van de vorige uitspraak. Het probleem met CETA zijn niet de afspraken over handel, maar de afspraken over de regelgeving, de besluitvorming en de investeerder-staat geschillenregeling.

Maar het zal inderdaad heel moeilijk worden om dit soort akkoorden er nog door te krijgen, want in elk van deze landen zal de bevolking dit soort akkoorden weigeren omdat ze het domein van de handel ver overschrijden.

"Als we hier niet uit geraken, dan kan CETA wel eens ons laatste handelsverdrag geweest zijn."

Het is moeilijk te begrijpen waarom CETA dan meteen het laatste handelsverdrag zou moeten zijn. De EU moet er gewoon voor zorgen dat de voorbereiding en de onderhandelingen democratischer verlopen en de bekommernissen van burgers, het middenveld en parlementen ernstig nemen.

Democratie, transparantie en inspraak

"Als het halsstarrige Waalse verzet ons iets leert is dat dat je naast te weinig ook te veel democratie kan hebben"

11.11.11 zegt al vele jaren dat de besluitvorming in het handelsbeleid niet democratisch is. De regeringen van de lidstaten geven nauwelijks informatie over de standpunten die ze innemen in de EU, ze consulteren hun parlementen en het middenveld niet of nauwelijks, de onderhandelingen verlopen achter gesloten deuren, en als ze gedaan zijn kan er niets meer aan de uitkomst veranderd worden. Parlementen kunnen alleen nog ja of nee zeggen.

Of de vereiste unanimiteit in de EU zinvol is, is voorwerp van discussie. Feit is wel dat het een veel gebruikt principe is binnen de EU, zeker als het over gemengde bevoegdheden gaat. In het geval van CETA zou het van weinig democratische inspraak getuigen moest een systeem als ISDS, dat de binnenlandse rechtspraak tussen haakjes plaatst, kan ingevoerd worden zonder grondig debat in de verschillende parlementen.

“De waanzin over de Europees-Canadese handel leert twee dingen over democratie. Het eerste is dat er nog meer inspanning naar het verdedigen van internationale handel moeten gaan… De tweede les is dat ook België een denkoefening nodig heeft over het gemak waarmee internationale verdragen worden geblokkeerd.”

Het verzet tegen CETA heeft niet zozeer te maken met handel, maar met het feit dat CETA zoals TTIP zich moeit met de binnenlandse regelgeving en de besluitvorming en bovendien buitenlandse investeerders uitzonderlijke rechten geeft.

De Europese Commissie hoeft de internationale handel niet te verdedigen, maar de democratische besluitvorming vrijwaren en versterken.

Wat verwondert is eerder dat internationale verdragen voortdurend zo gemakkelijk worden goedgekeurd, zonder enige parlementair onderzoek of debat.

"Critici vinden dat onderhandelingen over vrijhandelsverdragen 'geheim' zijn en dus aan de democratische controle ontsnappen. Dat klopt niet. Alle 28 EU-landen - en in België ook de deelstaten - gaven in april 2009 de Commissie het mandaat om het verdrag met Canada te onderhandelen. Die onderhandeling gebeurt in rondes, waarna de Commissie terugkoppelt naar de regeringen, het Europees Parlement en het middenveld."

De onderhandelingen zijn wel geheim.

Het voorstel voor het onderhandelingsmandaat komt van de Commissie. Hoe zij tot dat voorstel gekomen is, is niet bekend. De standpunten die de lidstaten innemen in de Raad zijn niet gekend. De regeringen van de lidstaten informeren en consulteren hun parlementen en het middenveld niet systematisch, tenzij het bedrijfsleven. Er is dus weinig democratische controle over de Raad. De regeringen van de lidstaten zijn uiteraard verkozen, maar leggen nauwelijks verantwoording af over hun standpunten. De onderhandelingsmandaten zijn normaal geheim (slechts recent zijn ze voor enkele akkoorden vrijgegeven, incl. voor CETA). De onderhandelingsteksten zijn geheim en tijdens de duur van de CETA-onderhandelingen was dat ook zo voor de onderhandelingsvoorstellen van de Europese Commissie. De terugkoppeling door de Commissie aan het middenveld gebeurt niet aan de hand van onderhandelingsdocumenten, maar mededelingen over de onderhandelingen (die dus niet kunnen gecontroleerd worden).

De regeringen van de lidstaten en de Commissie voor buitenlandse handel van het Europese Parlement krijgen wel alle onderhandelingsdocumenten van de Europese Commissie maar mogen ze niet delen met derden. De onderhandelingen zijn dus wel geheim voor het publiek en de meeste nationale parlementen.

"Het was een politieke geste [of stommiteit] van de Europese Commissie om toe te laten dat CETA door de lidstaten mag worden goedgekeurd"

Deze uitspraak bevat drie misvattingen
  1. "De beslissing om CETA als gemengd te beschouwen (waardoor het ook door de lidstaten moet geratificeerd worden) was een geste".
    Alle lidstaten, op Italië na, waren het er over eens dat CETA gemengd was. De Europese Commissie kon zich niet permitteren daar tegen in te gaan.
  2. "Het is een slechte zaak dat de parlementen van de lidstaten zich kunnen uitspreken."
    Als het over hun bevoegdheden gaat dan is dit gewoon een vereiste. De invoering van een uitzonderlijk privilege aan buitenlandse investeerders gaat over rechtspraak en daar is de EU niet voor bevoegd en bovendien vergt dit een afdracht van nationale soevereiniteit (de Staat onderwerpt zich aan de uitspraak van een arbitragetribunaal).
  3. De huidige politieke crisis heeft niets te maken met het al dan niet gemende karakter van CETA, of met de implicatie dat CETA ook door de nationale parlementen moet worden goedgekeurd. De crisis zou zich ook voorgedaan hebben in het geval de CETA een exclusief EU akkoord zou zijn, en niet door de nationale parlementen zou moeten geratificeerd worden. De crisis gaat over een lid van de Raad dat niet kan tekenen (omdat een regionale regering niet mag van zijn parlement).

"Omdat de gemoederen zo oplaaien, besliste de Commissie dat ook alle parlementen in de EU - alles samen 37 - met het verdrag moeten instemmen, ook al is dat wettelijk niet vereist."

Als een internationaal akkoord over gemengde bevoegdheden gaat (EU en nationale bevoegdheden), dan is het een wettelijke vereiste dat al de nationale parlementen over dit akkoord stemmen. De Commissie vond dat CETA niet gemengd was, alle lidstaten behalve Italië vonden dat CETA vonden wél gemengd was. In die omstandigheden heeft de Commissie aanvaard om het akkoord als gemengd voor te leggen.

Op dit ogenblik buigt het Europese Hof van Justitie zich over de vraag over een vergelijkbaar akkoord (met Singapore) gemengd is of niet. Die uitspraak zal ook effect hebben op het al dan niet gemengde karakter van CETA.

Wallonië gedraagt zich als een aasgierfonds: het maakt misbruik van juridische procedures om zijn wil op te leggen aan een ruime democratische meerderheid die wel een constructieve oplossing wil. Er is nood aan een nieuwe beslisregel die dergelijk politiek aasgiergedrag aan banden legt."

De Waalse regering maakt geen misbruik van juridische procedures, ze volgt de meerderheid van haar parlement. Maar het is zeker zo dat er een nieuwe beslissingsregel moet komen.

Nu schermt de Europese Commissie voortdurend met mandaten die niemand mag zien en onderhandelingsteksten die geheim zijn. Bovendien drukt men voortdurend zeer complexe, uitgebreide en vergaande akkoorden door waarover parlementen enkel ja of nee mogen zeggen. En dan begint telkens weer opnieuw de chantage: je gaat een akkoord dat zo goed is voor de handel toch niet verwerpen (ook al staat het vol met zaken die niets met handel te maken hebben en die iedereen dan maar moet slikken). Erg democratische is dat niet.

Onze suggestie voor een beter besluitvorming:
  • nationale regeringen moeten met hun parlementen overleggen (en graag ook met het gehele middenveld en niet alleen met de bedrijven) voor ze de Europese Commissie een onderhandelingsmandaat geven
  • nationale parlementen moeten tijdens de onderhandelingen inzage krijgen in de onderhandelingsteksten (en geen leeskamertjes)
  • het onderhandelingsresultaat moet nog kunnen teruggestuurd worden naar de onderhandelingstafel, voor de ondertekening plaatsvindt.

 

Marc Maes
Beleidsmedewerker handel

Deel dit artikel