• Jij bent #1van11 ❤
    Jij bent #1van11 ❤

    Eén van de kenmerken van de 11.11.11-campagne blijft de grote diversiteit van de acties. Ook dit jaar was er opnieuw veel creativiteit bij de organisatie van evenementen.

Niet te missen

  • 06 november
    Expo Lectrr
  • 23 november
    Kajaktrail 11.11.11

De ramp in Haïti en het recht op gezondheid in Latijns-Amerika

Paul Farmer is de oprichter van de Amerikaanse ngo Partners in Health, een van de grootste gezondheidsorganisaties in Haïti. Hij schreef verschillende boeken over Haïti en over het verband tussen mensenrechten, gezondheid en sociale rechtvaardigheid. In 2006 publiceerde hij een lang essay waarin hij het opneemt voor het recht op gezondheid in Latijns-Amerika. In dit artikel de vertaling van enkele fragmenten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een wachtkamer in een ngo-hospitaaltje op het platteland van Haïti. Het is een vochtige namiddag en gigantische druppels warme regen beginnen te vallen. Een jonge vrouw kijkt machteloos toe hoe haar 10-jaar oude zoon, Dominique, naar zijn buik grijpt. Hij kijkt zwijgend naar het plafond. Een Haïtiaanse collega zegt me: “Hij heeft al een week 40° koorts en zijn buikpijn begon 3 dagen geleden. Ik ga de foto's in het labo halen.” Hij kijkt bezorgd naar de moeder en zegt na een korte pauze: “Het is laat.”

Ik zeg niets maar kijk naar de moeder, terwijl ik de buik van de jongen onderzoek met de hoop dat die nog niet hard is (dat is hij niet). Hoewel ze ongetwijfeld jonger is dan ik, draagt ze de sporen van het feit dat Haïti niet beter is geweest voor haar dan voor haar zoon. Ze kijkt me aan, zucht en maakt een hulpeloos gebaar. Ik weet wat het betekent: “Wat kan ik eraan doen?”, vraagt ze met haar handen. Het gebeurt buiten mijn controle.

Ze heeft gelijk. Haar zoon heeft waarschijnlijk tyfuskoorts en de zware buikpijn is een zorgwekkend teken. Een van de ergste complicaties van tyfus is darmperforatie. In Haïti leidt dat meestal tot de dood. Tyfus wordt veroorzaakt door het drinken van water dat is besmet met menselijke uitwerpselen. Het is niet haar fout.

“De gezondheid van de armen is nu minder belangrijk dan ‘kosteneffectiviteit’”

Vroeger was er een consensus dat de gezondheid van de armen, zoals Dominique en zijn familie, een belangrijke indicator was van hoe goed de mensen hun job deden die verondersteld werden om te zorgen voor het welzijn van de bevolking. Toen de natiestaten in Latijns-Amerika ontstonden, stippelden ze de lijnen van hun nationaal gezondheidsbeleid uit. Nog voor er zich in het continent een welvaartsstaat kon ontwikkelen, werd gezondheid al van het lijstje publieke verantwoordelijkheden verdrongen door buitenlandse schulden, de hebzucht van de lokale elite en de agenda van de economische adviseurs uit het Noorden. De gezondheid van de armen is nu minder belangrijk dan “kosteneffectiviteit”, wat meestal betekent dat de staatsfinanciën voorrang geven aan privatisering en de afbetaling van schulden.

 UN Photo/Logan Abass?- The UNITED NATIONS - http://www.flickr.com/photos/37913760@N03/4274633210/in/set-72157623209524550/In het grootste deel van Latijns-Amerika zien we dat een slinkend engagement voor publieke financiering van gezondheidszorg en een trend naar privatisering hebben geleid tot een groeiende kloof in de toegang tot kwalitatieve zorg. Dat terwijl er dankzij de wetenschappelijke vooruitgang steeds meer effectieve behandelingen bestaan. Dat is de ironie van de volksgezondheid in Latijns-Amerika: de nationale statistieken suggereren verbetering, zelfs hier in Haïti. Maar de armen zijn er slecht aan toe. Misschien een beetje beter dan enkele decennia geleden, maar veel slechter dan we zouden verwachten indien de vruchten van de wetenschap wijs en rechtvaardig zouden gebruikt worden.

Ik heb het voorrecht gehad om het grootste deel van mijn volwassen leven als arts in Latijns-Amerika te werken. Ik heb daarbij ook verschillende bezoeken gebracht aan Peru en Mexico, maar het land dat ik het best ken, is een land dat dikwijls vergeten wordt in studies over Latijns-Amerika. Nochtans ligt het pal tussen twee onmiskenbaar “Latijnse” landen. Ik herinner me dat ik “West Indies” onder mijn adres in Port-au-Prince schreef, toen ik in 1983 voor het eerst in Haïti verbleef. Daar hield ik pas mee op toen ik het standaardwerk over de militaire bezetting van Haïti door de VS (1915-1934) gelezen had. De auteur, Roger Gaillard, had in elk deel ervan ook zijn adres vermeld op de binnenkant van de kaft. Onder Port-au-Prince schreef hij “Latijns-Amerika.”

Haïti, het meest extreme voorbeeld van een typisch ‘Latijns-Amerikaanse geschiedenis’

Gaillard had goede redenen om dat te doen. Haïti is op verschillende manieren het meest Latijns-Amerikaanse land van al; niet omdat het “Latijns” is door het Creools dat er gesproken wordt, en niet door zijn katholieke geschiedenis, maar omdat het een geschiedenis heeft die karakteristiek is voor heel Zuid- en Centraal-Amerika. Als we de geschriften van auteurs uit het midden van de vorige eeuw terugnemen, zien we dat de politieke wetenschappers Latijns-Amerika beschrijven als arm en agrarisch; met een uitgesproken sociale ongelijkheid; getekend door het kolonialisme (vroeger Europees, maar tegenwoordig beter gekend als de “invloedssfeer” van de Verenigde Staten).

Voor elk van deze kenmerken is Haïti het meest extreme voorbeeld. Het land heeft dan ook het meest tijd gehad om zo kenmerkend te worden. Haïti is de oudste republiek van Latijns-Amerika, onafhankelijk (in naam althans) sinds 1804. Toen Simon Bolivar op zoek ging naar bondgenoten en voorraden, ging hij naar Haïti, waar hij verwelkomd en bevoorraad werd.

“Politiek geweld, en andere aandoeningen van armoede, is hier endemisch”

Hoewel Latijns-Amerika sinds het midden van vorige eeuw sterk veranderd is, heeft een deel van elk Latijns-Amerikaans land veel gemeen met Haïti. Een tocht naar een arm dorp in Chiapas of in de bergen van Guatemala doet je meer denken aan Haïti dan een bezoek aan de Franse overzeese departementen Guadeloupe en Martinique. Politiek geweld, en de andere aandoeningen van armoede, is hier endemisch. Haïti is de ziekste van alle republieken in de Nieuwe Wereld. (Ik schrijf dit artikel in ons hospitaal, tussen de noodgevallen in.)

De geschiedenis van Haïti’s armoede – hoe de armoede werd veroorzaakt en in stand gehouden wordt – is belangrijk, maar wordt dikwijls vergeten. Als je interesse hebt in de volksgezondheid, en dat ben je als je in een hospitaal werkt op het Haïtiaanse platteland, kan je de impact van armoede op het Haïtiaanse volk niet wegdenken. Dit jaar zullen we wellicht zo'n 45.000 patiënten in de polikliniek behandelen, evenveel als in de spoedgevallendienst van het Brigham and Women's Hospital in Boston, waar ik ook werk. Het verschil is natuurlijk dat Brigham ontzettend veel medisch en verpleegkundig personeel heeft, over excellente laboratoria, radiografische apparatuur, operatiezalen en bloedbanken beschikt, dat het midden in een regio ligt waar medische research bloeit, enz.

Behalve het feit dat we die voorzieningen in Haïti niet hebben, zijn de patiënten ook zieker. Ze komen met ziekten als tuberculose, hypertensie, malaria, dysenterie, hiv-complicaties, allemaal in een verder gevorderd stadium dan we in Brigham zien. De kinderen zijn ondervoed, verschillenden van hen zowel met een ernstige proteïne-calorie-ondervoeding als een infectie. Sommigen hebben tyfus, mazelen, tetanus of difterie. Anderen komen met abcessen, infecties in de borstholte, breuken, wonden van schoten en machetes, en moeten meteen geopereerd worden.

Als je de rest van Latijns-Amerika ziet door Haïtiaanse ogen, en Haïti als een Latijns-Amerikaans land bekijkt, is dat een leerzame oefening. Toen ik voor het eerst naar Mexico ging, bezocht ik de nationale school voor volksgezondheid in het mooie Cuernavaca. “Dat ziet er helemaal niet uit als Haïti”, dacht ik. Toen bezocht ik Chiapas en dat gaf me iets waarmee ik Haïti en Cuernavaca kon vergelijken. Ik was stomverbaasd dat delen van Puerto Rico eruitzagen als Florida, waar ik was opgegroeid. Ik had gedacht dat de Caraïbische eilanden meer op elkaar zouden lijken.

De verwondering spoorde me aan om meer te lezen over de geschiedenis van het kolonialisme in de regio en over de migratie van mensen naar en uit de Caraïben. Peru was ook een verrassing: hoewel het land veel minder arm is dan Haïti, doen de krottenwijken in het noorden van Lima denken aan de stoffige stadjes in het noordwesten van Haïti. Het was een plaats waar mijn klinische ervaring uit Haïti nuttig bleek: in de Peruaanse slums van Carabayllo was er evenveel tuberculose als in Haïti. Bovendien waren mijn gastheren de eersten om te voelen wanneer het slecht ging met de economie van hun land. Ook in Haïti zijn het de armen, die het eerst voelen wanneer de toestand achteruitgaat: hun gezondheid lijdt eronder, dikwijls ernstig.

Haïti en Cuba: nauwelijks een groter contrast denkbaar op het continent

Haïti wordt vaak, in slechte zin, vergeleken met de Dominicaanse Republiek. Geen van beide heeft veel om trots op te zijn op het vlak van volksgezondheid. De Dominicaanse Republiek heeft ook slechte gezondheidsindicatoren, maar lang niet zo slecht als die van Haïti. En de tweede dichtste buur van Haïti? In de VS leeft het idee dat er nogal wat gelijkenissen zijn tussen Haïti en Cuba, want van beide eilanden komen bootvluchtelingen. Nochtans is er nauwelijks een groter contrast denkbaar op het continent.

Er zijn gelijkenissen in de oorspronkelijke omstandigheden: de eilanden hebben een gelijkaardig klimaat en vergelijkbare geografische kenmerken. Net zoals Haïti heeft ook Cuba belangrijke economische problemen gekend in het voorbije decennium. De impact van de ineenstorting van de Sovjet-Unie, Cuba’s belangrijkste handelspartner, op de economie van Cuba werd veel becommentarieerd. Vanaf 1989 staan er in de kranten van Miami voorspellingen over de nakende val van Castro en het einde van het communisme in Cuba. Maar in werkelijkheid kende Cuba, in tegenstelling tot Haïti, Chiapas of Peru, nauwelijks onrust of politiek geweld.

De Cubaanse economie kreeg nochtans rake klappen. Ik ben geen econoom maar rapporten tonen een ineenstorting van de Cubaanse buitenlandse handel met 80% tussen 1989 en 1994. Dat was erger dan gelijk welke andere economie in Latijns-Amerika heeft meegemaakt. En welke impact had dit op de gezondheid van de armen in Cuba? Vergelijkbaar met de impact in Haïti (of Peru of Chiapas), waar de economische crisis onmiddellijke en onherroepelijke gevolgen had voor de meest gemarginaliseerden in de bevolking? Om kort te zijn: neen. Eigenlijk, en hoewel er iets te zeggen is over de effecten van het VS-embargo op de Cubaanse gezondheidszorg, blijven de Cubanen even gezond.

Enkele jaren geleden legde ik me gefascineerd toe op de vergelijking tussen deze twee buren. Haïti heeft de hoogste moedersterfte in het halfrond; Cuba de laagste. De belangrijkste doodsoorzaken voor jonge volwassenen in Haïti zijn tuberculose en hiv; Cuba heeft de laagste hiv-prevalentie in het halfrond en opvallend weinig tuberculose. Tyfus, mazelen, difterie, dysenterie, dengue, parasieten,... zijn allemaal zeer gewoon in Haïti maar uiterst zeldzaam in Cuba.

Om het even welke indicator ik vergeleek: ik stelde hetzelfde contrast vast. Er is een gezegde in Cuba: “We leven als armen maar we sterven zoals de rijken.” In Haïti, net zoals in Chiapas en de slums van Lima, leven én sterven de armen als armen. Ze sterven aan ziekten die te voorkomen en te behandelen zijn en ze sterven door geweld.

“Een knap staaltje van ‘zwaarden omsmeden tot ploegen’”

Onlangs bezocht ik de nieuwe Escuela de Medicina de las Americas (ELAM), waar Cuba een nieuwe generatie artsen wil opleiden voor het hele continent. Je mag zeggen wat je wil over de propaganda die ermee gemoeid zou zijn, maar in een jaar tijd een marinebasis ombouwen tot een internationale medische faculteit is een knap staaltje van “zwaarden omsmeden tot ploegen”.

De gebouwen waren netjes en aantrekkelijk. Er waren weinig voorzieningen en niet zoveel boeken, maar de studenten kwamen van over heel Latijns- Amerika en ze zagen er anders uit dan de studenten die ik gezien had in de andere hoofdsteden van het continent. Verschillende studenten van Bolivia, Mexico, en zelfs Colombia waren van inheemse afkomst, net zoals de mensen die vernederd worden omwille van hun uiterlijk of accent van de straten van La Paz of San Cristobal de las Casas.

Ik was er om plaatsen te vragen voor Haïtiaanse studenten van het platteland en de Cubanen waren meer dan geïnteresseerd. Mijn gids was niemand minder dan dr. José Miyar, een staatssecretaris en één van de leidende figuren in de ontwikkeling van de Cubaanse gezondheidssector na de revolutie. We spraken over Haïti en andere landen met gelijkaardige gezondheidsindicatoren. “Moedersterfte?” reageerde de grijze dokter met een grimas. “Het is een tragedie op zich, maar ook de oorzaak van een lange reeks tragedies voor de kinderen die het overleven. Hen staat ondervoeding, diarree en dikwijls ook de dood te wachten.”

Moedersterfte! Dat brengt mijn gedachten terug bij de zaak. Ik ben niet op bezoek in Cuba maar in Haïti, waar ik thuis ben. Er staat een lange rij voor de vrouwenkliniek. We hopen dat we een nieuwe gynaecoloog kunnen aantrekken. We hebben ook een kinderarts nodig. De operatiezaal is al een tijdje gesloten terwijl we wachten op de nieuwe chirurg. Het is een Cubaanse.

Buiten hoor ik de vroedvrouwen praten. Als ze zich tot mij richten dan is het om over hun eigen aandoeningen te praten. “Hoe kan ik baby’tjes ter wereld brengen als mijn benen zo'n pijn doen?” vraagt één van hen. Een andere voegt daaraan toe: “We hebben honger en hebben geen schorten noch handschoenen.”
Ik ben duidelijk terug in Haïti.

“Tenzij de armen recht krijgen op gezondheidszorg, water, voedsel, educatie,... zal hun leven kort, uitzichtloos en onvrij zijn”

 UN Photo/Logan Abass?- The UNITED NATIONS - http://www.flickr.com/photos/37913760@N03/4275393782/sizes/m/in/set-72157623209524550/In 2000 publiceerde de Wereldgezondheidsorganisatie een studie die de gezondheidssystemen van de lidstaten vergeleek. Het kleine Cuba, dat veel minder uitgeeft, kwam bijna op hetzelfde niveau als de VS uit en belandde in de top vier van Latijns-Amerika. Als het ging om de “meest rechtvaardige gezondheidsfinanciering” stond Cuba op nummer 1 in Latijns-Amerika. In deze categorie stond de VS zelfs niet in de top 50.

Wat leren deze vergelijkingen ons? Ik ben niet zo geïnteresseerd in de ideologische onderbouw van de verschillende gezondheidssystemen maar wel in de resultaten. Laat de commentatoren maar razen over socialisme of het tegenovergestelde; artsen en mensen die werken aan de volksgezondheid moeten zich richten op de resultaten. En natuurlijk is het belangrijkste debat voor het sociaal beleid welke resultaten van belang zijn. Voor economen gaat het om bnp en buitenlandse schuld. Voor experts in educatie gaat het om de alfabetiseringsgraad. Mensenrechtenorganisaties verengen hun focus bijna altijd tot het recht op vrije meningsuiting en vertegenwoordiging. Daarbij verwaarlozen ze sociale en economische rechten en dat moet artsen ongerust maken. Zij hebben immers juist nood aan meer tastbare zaken voor ze aan het werk kunnen.

Tenzij de armen van Latijns-Amerika recht krijgen op gezondheidszorg, water, voedsel, educatie,... zullen hun rechten geschonden worden zoals ik het hier in mijn wachtzaal in Haïti kan zien: hun levens zijn kort, uitzichtloos en onvrij.

De gezondheid van de armen: de belangrijkste indicator van sociaal beleid

En zo kom ik dus, zoals altijd, terug bij de gezondheid van de armen als de belangrijkste indicator van sociaal beleid. Zelfs terwijl de nationale economieën en de beurzen van Latijns-Amerika boomen, blijft de gezondheidstoestand van de armen beneden alle peil. Dat is zo in Chili, Brazilië, Mexico, Peru en natuurlijk in Haïti. Het is niet eens zo ver van de hoge torens van Mexico's zona rosa naar de troosteloze dorpen van Chiapas. In Lima brengen schitterende snelwegen je langs de wolkenkrabbers van de banken en verzekeringsfirma's naar de noordelijke rand van de stad waar de tuberculose welig tiert.

De blinkende torens en de slechte gezondheidsstatistieken zijn natuurlijk aan elkaar gelinkt, aangezien de privatisering van de gezondheidszorg tezelfdertijd plaatsvindt en deel uitmaakt van hetzelfde pakket beleidsmaatregelen als de massale transfer van publiek rijkdom naar private bankrekeningen. Dit jaar besteedt Peru zo'n 20% van het bnp aan de afbetaling van buitenlandse schulden. Het merendeel van dat geld zal naar nog hogere torens gaan in nog rijkere steden zoals New York. Zelfs het rijke Chili, met een inkomen per hoofd dat driemaal hoger is dan in Cuba, moet toegeven dat de kloof in gezondheid tussen arm en rijk toeneemt.

De gezondheid van de armen is de beste indicator van de volksgezondheid in Latijns-Amerika maar dezer dagen is er meer enthousiasme voor “milieurapporten en -indicatoren”. Het regenwoud en de niet-menselijke fauna schijnt meer interesse op te wekken dan de vroegtijdige dood van de armen in dit halfrond. In de meeste arme landen leven de armen in de slechtst denkbare omstandigheden die de industriële wereld kent. Ze worden omgeven door vervuilde lucht, slecht water, slechte grond en ze werken, als ze al werk vinden, in gevaarlijke omstandigheden. Maar het is zeldzaam om een milieu-activist uit het Noorden te vinden die hen als “bedreigd” erkent, zoals het woud, de boomkikker en de walvis.

“Is het ondenkbaar om de welvaart beter te spreiden?”

Terug naar onze wachtzaal. Wat kunnen we doen als we iets zinvols willen doen voor de gezondheidssituatie in Latijns-Amerika? Natuurlijk hebben we meer middelen nodig. Maar eerlijk, middelen zijn eigenlijk geen probleem. In deze tijden van recordwinsten en ongelooflijke fortuinen van enkele individuen... is het ondenkbaar om de welvaart beter te spreiden? Er moet toch een manier zijn om hier en nu een deel van de winsten toe te wijzen aan de zorg voor de zieken? Anders zullen artsen machteloos moeten toezien, net zoals de hopeloze moeder van Dominique, hoe de middelen wegvloeien volgens de gradiënt die wordt opgelegd door het beleid om nog meer geconcentreerd te worden in de handen van enkelingen.

Als de gezondheid van de armen de meetlat is waarmee onze inspanningen voor de volksgezondheid in Latijns-Amerika beoordeeld zullen worden, dan zullen wij of onze nakomelingen nog heel wat uit te leggen hebben als de geschiedenis zich over ons dossier zal buigen.

 

Lees het oorspronkelijke artikel: http://www.pih.org/inforesources/essays/state-of-the-poor.html

Foto's: United Nations - http://www.flickr.com/photos/un_photo/sets/72157623084697787

Deel dit artikel