• Jij bent #1van11 ❤
    Jij bent #1van11 ❤

    Eén van de kenmerken van de 11.11.11-campagne blijft de grote diversiteit van de acties. Ook dit jaar was er opnieuw veel creativiteit bij de organisatie van evenementen.

Niet te missen

  • 06 november
    Expo Lectrr
  • 23 november
    Kajaktrail 11.11.11

Ecuadoriaanse arbeiders op abacá plantages gaan gebukt onder moderne slavernij

Mensenrechtenschendingen door Japans bedrijf dat exporteert naar EU, China en de Filipijnen

Twee stemmen hielden de passagiers wakker op de bus in de provincie Ríos in Ecuador. Het was begin 2018. Het waren de stemmen van twee arbeiders van het Japans bedrijf Furukawa, dat gespecialiseerd is in de vezel abacá. Ze hadden het over de mishandelingen en vernederingen op de plantages. Walter Sánchez zat op dezelfde bus, en kon de slaap niet vatten door hun gesprek. Hij stapte op hen af en gaf zijn telefoonnummer, in het geval ze hem zouden willen bellen om een klacht in te dienen. Het duurde bijna twee maanden vooraleer de twee daarover een beslissing namen. Maar in maart 2018 ontving Sanchez een telefoontje. Sindsdien ging de Furukawa-zaak aan het rollen.

In februari 2019 werd het bedrijf 60 dagen gesloten wegens arbeidsinbreuken. Maar de problemen in het bedrijf gaan verder dan schendingen van de arbeidsrechten; er worden mensenrechten in het algemeen geschonden. Het Japanse bedrijf haalt winst uit dwangarbeid en hanteert een systeem van moderne slavernij. Het is één van de meest gedocumenteerde cases geworden van mensenrechtenschendingen in Ecuador, maar de getroffenen wachten nog steeds op antwoorden en gerechtigheid. De abacá arbeiders leven in onzekerheid en angst. Ze hebben hun hele leven op de plantages gewerkt en weten niet waar naartoe. Maar toch zitten ze niet stil en voeren ze continue actie. Furukawa moet strafrechtelijk verantwoordelijk worden gesteld en moet instaan voor de schadevergoeding voor alle arbeiders. Een staatsinterventie laat echter op zich wachten. De staat lijkt vooral de belangen van het bedrijf te verkiezen boven mensenrechten.

'De vezel van de toekomst'

Abacá lijkt op een bananenplant, maar het fruit is niet eetbaar. De zaden werden door de Japanse Furukawa-familie vanuit de Filippijnen naar Ecuador geïmporteerd, en meer specifiek naar Santo Domingo. In 1963 werd vervolgens het bedrijf 'Furukawa Plantaciones C.A. van Ecuador' opgericht. Het bedrijf bestaat uit 32 haciëndas, in de provincies 'Santo Domingo de los Tsáchilas', 'Esmeraldas' en 'Los Ríos'. Van de 32 haciëndas worden er 25 verhuurd aan een 'abacalero'.

Doordat Furukawa met tussenpersonen werkt, slaagt het bedrijf er al jarenlang in haar verantwoordelijkheid te ontwijken. Ze verhuren de grond aan één van de 'abacalero'-families van de haciënda en stellen deze verantwoordelijk voor het managen van de abacá productie, die onder geen voorwaarden verkocht mag worden aan andere bedrijven. Maandelijks moet er – naast andere onkosten - 50 dollar huur per hectare grond betaald worden. De eigenaar van de haciënda komt om de twee weken of maandelijks de gedroogde vezels ophalen, en betaalt de intermediair uit. Per ton vezel ontvangt hij 650 dollar. Met dit geld moet de intermediair alle arbeiders betalen en voedsel, diesel en gereedschap aankopen.

Ook wanneer arbeidsongevallen plaatsvinden worden deze kosten van dit bedrag afgetrokken. Het bedrijf daarentegen verkoopt de abacá door aan 2.700 dollar per ton vezel. De arbeiders krijgen bijgevolg een veel te laag loon voor het arbeidsintensieve werk dat ze moeten verrichten. Daarnaast komt er ook nog eens het gevaar van de oude dieselmachines bij.

Ecuador is de tweede grootste abacá-exporteur ter wereld. De belangrijkste bestemmingen zijn de Filippijnen, Europese Unie – voornamelijk UK en Spanje - en China. Voor de voedsel- en landbouworganisaties (FAO) is abacá de vezel van de toekomst. De Ecuadoriaanse abacá wordt onder meer gebruikt om bankbiljetten, theezakjes, etenswaren en medische kleding te maken.

De toenemende vraag naar deze natuurlijke vezel komt niet alleen door de sterke kwaliteit ervan, maar ook door de milieuvriendelijke aspecten. Daarom verkiezen vooral Europese fabrikanten abacá boven synthetische vezels. De vezel mag om ecologische redenen dan wel gunstig zijn, maar aan de sociale en economische factor van de productieketen wordt alleszins niet tegemoet gekomen.

Miserabele arbeids- en levensomstandigheden

Samen met 11.11.11.-partner CDES (Centrum voor Economische en Sociale Rechten), twee journalisten en een fotograaf, brachten we een terreinbezoek aan de abacá plantages om deze mensonwaardige situatie, getuigenissen over discriminatie en racisme op beeld en geluid vast te leggen. Ongeveer 400 arbeiders wonen en werken er in precaire omstandigheden. De meeste zijn afro-Ecuadorianen en zijn afkomstig van de provincie Esmeraldas. De meerderheid is analfabeet. Sommige haciëndas liggen op 14 kilometer van de baan, en van daar is het noodzakelijk om een bus te nemen naar de dichtstbijzijnde steden. Daarom hebben maar weinig 'abacaleros' gestudeerd. 

Er is een totaal gebrek aan basisvoorzieningen in de haciëndas. De meeste families zijn genoodzaakt samen te leven in een te kleine ruimte. De arbeiders genieten geen extra's, hebben geen sociale zekerheid en krijgen een loon dat lager is dan het nationale minimumloon van 394 dollar. Voor het gevaarlijke werk dat ze moeten doen krijgen ze geen aangepast werkmateriaal. Als er zich arbeidsongevallen voordoen moeten ze hiervoor zelf opdraaien. Veel arbeiders hebben ledematen verloren of beenbreuken opgelopen door gebrek aan een gepaste uitrusting. Er zijn heel wat senioren nog aan het werk, want van enig pensioenrecht is ook geen sprake. Heel wat arbeiders zijn niet geregistreerd of hebben geen identiteit.

Daarnaast schendt het bedrijf de internationale wetgeving door het toelaten van kinderarbeid. De arbeiders werken 6 op 7, van 6u 's ochtends tot 4u in de namiddag in een vreselijke hitte. De mannen nemen vooral het fysieke werk op zich (kappen, sleuren van de abacá planten). De vrouwen nemen de zorgtaken op zich, staan in voor het eten, drogen en ordenen van de vezels.

Gedurende het 56-jarige bestaan van Furukawa, werden zo'n 80 klachten ingediend, maar aan geen enkel werd gevolg gegeven. Uit schrik voor ontslag gingen de arbeiders niet in protest. Heel wat ambtenaren en autoriteiten wisten van de zaak af maar ondernamen geen actie.

David Suarez van CDES: "wat we zien is een flagrante schending van de arbeidsrechten. De situatie en condities waarin de mensen leven zijn dramatisch: er is geen drinkwater, geen elektriciteit, ze wonen in de Furukawa kampen zonder dat het bedrijf enige verantwoordelijkheid opneemt, noch op vlak van arbeid, noch op vlak van levensomstandigheden. Dit is volledig in strijd met Protocol nr. 110 van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende het verdrag over plantages."

De meeste arbeiders zijn de wanhoop nabij. Ze hebben dringend land nodig, aangezien ze sinds de sluiting van Furukawa geen werk hebben, en dus ook niet aan hun basisbehoeften tegemoet kunnen komen.

Moderne slavernij: dwangarbeid en uitbuiting

"Sommige slapen op de grond, zoals honden", zegt een arbeider.

In 1851 werd de slavernij in Ecuador afgeschaft. Maar 168 jaar later, anno 2019, zijn er nog steeds slaven in dit land. De abacá arbeiders gaan gebukt onder een vorm van moderne slavernij, dat in termen van het Protocol tegen de Slavernij van de VN (1953) als volgt gedefinieerd wordt: "de situatie van een persoon die op het eigendom woont van een ander persoon voor wie hij/zij bepaalde diensten verleent, met of zonder vergoeding, en zijn/haar toestand niet kan veranderen". Dit systeem van moderne slavernij is grondwettelijk verboden. Daarnaast maakt Furukawa zich niet enkel schuldig aan deze vorm van slavernij, maar ook aan kinderarbeid: jongeren onder de 15 worden tewerkgesteld.

Susana Quiñónez, een 58-jarige afro-Ecuadoriaanse die 16 jaar lang werkte voor de Aziatische reus, zegt dat Furukawa hen als "slaven" liet werken. Als ze niet de gewenste productie inleverden, werden ze ervan beschuldigd hen te willen beroven. Quiñónez stopte in 2003 met werken voor Furukawa, en heeft sindsdien een juridische strijd gevoerd opdat het bedrijf haar een ontslagpremie betaalt. Susana denkt dat de invloed van het bedrijf op de lokale gerechtelijke instanties voldoende groot is om deze rechtszaak te winnen.

De vloek van vrijhandel

Furukawa is de hoofdexporteur van abacá in Ecuador. Een van de klanten is het Britse bedrijf 'Ahlstrom Chirnside'. Paradoxaal genoeg heeft dit bedrijf een gedragscode voor zijn leveranciers om de hoogste mensenrechtennormen in hun werking te respecteren. De export van Furukawa naar de Europese Unie is met name relevant omdat Ecuador in 2016 een vrijhandelsakkoord met de EU heeft ondertekend. Dit verdrag bevat een specifiek hoofdstuk over duurzame ontwikkeling, met de nadruk op de verplichting om arbeidsrechten en milieunormen te respecteren.

Volgens David Suarez (CDES), schendt Furukawa dit akkoord door de arbeidsrelatie met zijn werknemers niet te erkennen, en moet het daarvoor gesanctioneerd worden. Maar ook in de bananensector, op suikerrietvelden en in bloemkwekerijen zijn schendingen van de arbeidsrechten alledaagse kost. Zo heeft ASTAC, een vakbond van de bananensector in Ecuador, in maart 2019 een klacht ingediend bij het Ministerie van Buitenlandse Handel van Ecuador wegens schendingen van arbeids- en milieurechten in de bananensector.

Op voorstel van Ecuador besloot de VN-Mensenrechtenraad (UNHRC) in juni 2014 via een resolutie om een werkgroep op te richten om een bindend VN-verdrag over bedrijven en mensenrechten uit te werken. Frappant is dat Ecuador een van de trekkers is van dit bindend verdrag, maar tegelijkertijd zelf schuldig is aan het toelaten van mensenrechtenschendingen door grote bedrijven. Na de presidentswissel is er wel enige twijfel of Ecuador hun leiderschap hierin zal voort zetten.

Ook de EU is een belangrijke speler in dit proces. Wetende dat andere grote spelers als de VS, Canada en Australië zich afzijdig houden. Als Europese consument zijn we verplicht om ook de EU op zijn medeplichtigheid in deze zaak te wijzen. De Europese bedrijven die deze vezel importeren moeten ook hun verantwoordelijkheid nemen, om zo bewustwording te creëren over de keten van een product. Daarom zou de EU een belangrijke rol moeten spelen in het ondersteunen en promoten van dit bindend verdrag, maar even goed ook van andere regelgeving die transnationale bedrijven dwingt mensenrechten te respecteren. Ondertussen heeft de EU zich echter teruggetrokken uit de gesprekken, en zal er geen vertegenwoordiging aanwezig zijn bij de onderhandelingen van de intergouvernementele werkgroep van de VN in oktober in Genève. De druk vanuit sociale bewegingen en het middenveld is dus cruciaal opdat de EU een constructieve positie inneemt in de onderhandelingen, om op die manier dergelijke mensenrechtenschendingen door bedrijven als Furukawa een halt toe te roepen.

Staatsinterventie nodig

Na een eerste rapport over de Furukawa-zaak in oktober 2018 staat het dossier meer dan een jaar later nog steeds op losse schroeven. Het bedrijf werd in februari 2019 voor 60 dagen stilgelegd omwille van de veiligheidsredenen en de precaire omstandigheden. Er volgden er een aantal sanctiebesluiten die het bedrijf een boete van 42.880 dollar oplegde voor het schenden van enkele artikels van de arbeidswetgeving, waaronder kinderarbeid, gebrek aan sociale zekerheid, lonen onder het minimumloon, arbeidsrisico's, gebrek aan scholen voor de kinderen van de arbeiders, en voor het gebrek aan aangepaste kledij. De sluiting werd ingetrokken eind april nadat Furukawa de sanctiesom neerlegde.

Ondertussen is er ook onder de arbeiders onenigheid ontstaan. Zo zijn er arbeiders die niets meer met het bedrijf willen te maken hebben, en andere die – vermits andere werk- en leefomstandigheden – wel zouden terugkeren. De zaak ligt nu in handen van de Commissie van Collectieve Rechten. Na de sluiting vonden er enkele onderhandelingstafels plaats, maar tot op heden hebben de arbeiders nog steeds geen duidelijk antwoord gekregen van de overheid. Het is namelijk de overheid die ervoor moet zorgen dat de integrale herstelling van de geschonden rechten van de arbeiders gerealiseerd wordt. Walter Sánchez, die de Furukawa-zaak aan het licht bracht, blijft de arbeiders ondersteunen, ondanks dat zijn eigen leven hierdoor in gevaar komt. Samen met middenveldorganisaties roepen ze internationaal op tot een dringende staatsinterventie, want het is hoog tijd dat er een einde komt aan deze slavernij toestanden en gerechtigheid geschiedt.

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels