Europese ontwikkelingsagenda stelt handelsbelangen boven volksgezondheid


Europa volgt in ontwikkelingslanden een agenda van privatisering van diensten, ook al vergroot dit de ongelijkheid in de toegang tot gezondheidszorg. Minimale regelgeving voor multinationals wordt gepromoot, met nefaste bijwerkingen voor gezondheid en milieu. In plaats van het beleid te oriënteren op economische belangen, zou de Europese ontwikkelingssamenwerking een prioriteit moeten maken van gezondheid.

g3W






Europa promoot privatiseringen in ontwikkelingslanden


De "Agenda voor Verandering" (Agenda for Change) van de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Commissie beschrijft dat "de Europese Unie partnerschappen moet aangaan met de private sector, met het oog op het leveren van diensten". In een recent persbericht bevestigde Andris Piebalgs, Europees Commissaris voor ontwikkelingssamenwerking, dat de Commissie partnerschappen wil promoten met bedrijven voor "het verlenen van basisdiensten, zoals energie, water, gezondheidszorg en onderwijs". De Europese Commissie wil een gunstig ondernemersklimaat creëren in ontwikkelingslanden en ook dienstensectoren openstellen voor private investeringen.


Gewetenloze commerciële dienstverlening


Commerciële ondernemingen hebben per definitie geen morele verplichtingen. Het definiërende kenmerk van een bedrijf is dat het winst moet nastreven voor de aandeelhouders, die hun investeringen willen zien groeien. Marijn Dekkers, CEO van de farmaceutische firma Bayer, zei met betrekking tot het kankermedicijn Nexavar: "Laten we eerlijk zijn, we ontwikkelden dit product niet voor de [arme] Indische markt, maar voor Westerse mensen die het zich kunnen veroorloven".

 

Maatschappelijk (on)verantwoord ondernemen


Bedrijven kunnen echter bijkomende doelstellingen hebben, zoals liefdadigheid of ecologische doelen, maar deze zijn secundair aan de winstmarges. De Europese Commissie moedigt dit "Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen" aan. Ze vraagt bedrijven zich vrijwillig op een verantwoorde en ethische manier te gedragen. In de Filipijnen protesteren sociale bewegingen echter tegen de uitbesteding van de gezondheidszorg aan de commerciële sector omdat die de armen in gevaar brengt door hen de toegang te ontzeggen tot broodnodige hulpverlening. Daarnaast zijn er talrijke voorbeelden van negatieve gevolgen voor gezondheid en milieu door de activiteiten van ondermaats gecontroleerde multinationals. The Lancet publiceerde hoe op 20 augustus 2006 in Ivoorkust 107.000 mensen ziek werden en 15 mensen stierven ten gevolge van toxisch afval dat werd gedumpt op 18 plaatsen rond de stad Abidjan. Het afval was afkomstig van de Europese firma Trafigura, die de verwerking van het afval had uitbesteed aan een onbetrouwbare- maar goedkope- Ivoriaanse firma. Tot zover het maatschappelijk ondernemen van de commerciële sector.

 

Belangenconflicten


Het Europees beleid is verweven met belangen van machtige bedrijven. Multinationale en transnationale bedrijven hebben immers een enorme economische macht opgebouwd. Het aantal transnationale bedrijven nam in 30 jaar toe van 7000 tot 53600 in het jaar 1998. Door fusies en overnames worden transnationale firma's ook steeds groter en machtiger. Vandaag bezitten 200 multinationale bedrijven samen meer dan 182 staten die 80% van de wereldbevolking omvatten. De farmaceutische industrie, een van de machtigste industrieën, was in 2009 752 miljard dollar waard, wat meer is dan het bruto binnenlands product van sommige landen. De 500 grootste multinationals omvatten 70 % van de internationale handel.

Door de middelen waarover transnationale bedrijven beschikken, hebben ze ook een aanzienlijke politieke macht kunnen opbouwen. Beleidsprocessen worden beïnvloed om zakelijke belangen te verdedigen op lokaal, nationaal en supranationaal niveau. Een voorbeeld hiervan zijn de lobby-inspanningen van ondere andere de Gates Foundation en de Buffet Foundation (2 bevriende zakenmagnaten) die het medicijn Misoprostol op de essentiële geneesmiddelenlijst van de WGO kregen, ondanks beweringen dat deze lijst gebaseerd is op wetenschap en niet op politieke en sociale invloed. De Europese Commissie wordt in het ontwerpen van nieuwe wetsvoorstellen bijgestaan door expert- groepen, die veelal bestaan uit bedrijfsafgevaardigden. Euro- commissarissen en -parlementairen beginnen na hun politieke carrière wel eens een lobbycarrière in de commerciële industrie, of andersom. Bedrijven zijn ook in staat om de grootste breinen aan te werven voor wetenschappelijk onderzoek dat hun objectieven ondersteunt.

 

Wat moet Europa dan wel doen?


Het Europees ontwikkelingsbeleid stelt handelsbelangen voorop, maar zou van volksgezondheid een prioriteit moeten maken. Gezondheid is immers een fundamenteel mensenrecht. Economische ontwikkeling zou slechts een middel moeten zijn om menselijke ontwikkeling tot stand te brengen. Zodra er een risico bestaat dat activiteiten van bedrijven de volksgezondheid of het milieu schaden, wordt het argument van economisch gewin irrelevant. We kunnen niet van bedrijven verwachten dat ze zich vrijwillig verantwoordelijk zullen gedragen. Laat staan in openbare dienstverlening die moet beantwoorden aan basisnoden van de bevolking. In plaats van privatisering van openbare diensten naar voren te schuiven, zou de Europese ontwikkelingssamenwerking de uitbouw van publieke basisgezondheidszorg in ontwikkelingslanden moeten ondersteunen. Daarnaast zou Europa bindende regels voor multinationals op internationaal niveau moeten ondersteunen.

foto: Corporate Europe Observatory

Deel dit artikel