• Jij bent #1van11 ❤
    Jij bent #1van11 ❤

    De 11.11.11-actieweek draait op volle toeren. Deel je actie met #1van11 op sociale media en wij zorgen ervoor dat ze op de campagnewebsite verschijnt. Samen maken we er een succes van!

Niet te missen

  • 06 november
    Expo Lectrr
  • 23 november
    Kajaktrail 11.11.11

Homowet Oeganda, wat kan België nog doen?

david kato

Op 24 februari werd in Oeganda een anti-homoseksualiteitswet ondertekend. Die wet legt een levenslange gevangenisstraf op voor homoseksualiteit en voorziet ook gevangenisstraffen voor promotie, medeplichtigheid of samenzwering bij homoseksualiteit. Dit is in strijd met de Oegandese grondwet en internationale mensenrechtenverdragen.

Niet enkel holebi's en hun vertegenwoordigers, maar ook andere kritische stemmen kunnen met deze wet het zwijgen worden opgelegd. Een zwarte dag voor de mensenrechten in Oeganda.

Onmiddellijk kwam ook de internationale gemeenschap in actie. Obama waarschuwde dat de wet de relaties met de VS zou schaden, Nederland zet 7 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking in de justitiesector on hold en Zweden stelt haar ontwikkelingsprogramma met Oeganda in vraag. Ook in ons land kwam er een reactie. Didier Reynders betreurt de nieuwe wetgeving, Elio Di Rupo toonde zich geschokt en Vlaams minister Pascal Smet vroeg om Oeganda in quarantaine te plaatsen.

Moet België dan ook maar beslissen (een deel van) zijn ontwikkelingsprogramma met Oeganda stop te zetten? Nee, menen wij.

Allereerst zijn de diplomatieke opties nog niet helemaal uitgeput. De Belgische diplomatie kan zich gerust een sterker taalgebruik aanmeten. Ook kan ons land aan de Europese Unie vragen om de mensenrechtenprocedure uit het Cotonou-Akkoord – waar Oeganda deel van uitmaakt – op te starten.

Maar België kan ook concrete maatregelen nemen die een sterk signaal geven én die de situatie voor de betrokkenen in het land zelf ook kunnen verbeteren. Een daarvan is al voorzichtig aangekondigd: in navolging van Nederland heeft ook het België beloofd om rekening te houden met de situatie in Oeganda bij de beoordeling van asielaanvragen.



Er kan meer

Maar er kan meer: Op internationaal niveau, bijvoorbeeld binnen de mensenrechtenstructuren van de VN, kan België deze zaak op de agenda zetten. Ook de Belgische ambassade in Kampala kan een rol spelen, door haar deuren open te zetten voor activisten in nood en door kritische mensenrechtenorganisaties financieel en politiek te ondersteunen.

Aan ontwikkelingssamenwerking raken is nu niet aan de orde en heeft enkel effect indien er een internationale coalitie is. De bevolking mag niet de dupe zijn van negatieve beslissingen van haar regering, maar ontwikkelingssamenwerking mag anderzijds ook niet blind zijn voor de context waarin ze zich bevindt.

In uitzonderlijke gevallen kan dit ook het heroriënteren van hulp betekenen. Vooraleer effectief middelen te schrappen kan men bv. ook bepaalde hulpkanalen inruilen voor andere. Investeer bvb niet langer rechtstreeks in het land via budgetsteun, maar verschuif die hulp naar middenveldorganisaties die rond mensenrechten werken.

Duidelijke rode lijn

Om dit voorspelbaar te maken, zou België in de samenwerkingsprogramma's  die ze met haar partnerlanden onderhandelt, een duidelijke rode lijn moeten opnemen. Een patroon van ernstige mensenrechtenschendingen (bijvoorbeeld oorlogsmisdaden of misdaden tegen de mensheid) door de autoriteiten van een land zou aanleiding moeten kunnen geven tot het heroriënteren van hulp.

Deze case van Oeganda illustreert echter ook dat internationale druk niet zaligmakend is, zeker niet als het over gevoelige dossiers gaat.

Er is in dit dossier door de Oegandese autoriteiten meermaals gebruik gemaakt van een antiwesters discours, dat alleen maar versterkt zal worden door verdere internationale maatregelen, met mogelijke gevolgen voor de situatie van holebi's in het land. Dit heeft ook te maken met het feit dat het 'Westen' erg hard inzet op holebirechten, maar niet van alle inbreuken op de mensenrechten een even grote halszaak maakt.

Voor haar geloofwaardigheid is het dus belangrijk dat men hierin coherent én consequent is: niet alleen de gevoelige en/of mediatieke dossiers moeten internationale aandacht krijgen, zaken als de gebrekkige vrijheid van meningsuiting en vergadering en de misbruiken door veiligheidsdiensten moeten minstens even hoog op de agenda staan. Enkel dan kan de internationale gemeenschap, en ook België, geloofwaardig voor de dag komen en haar invloed blijven uitoefenen voor het universele respect van de mensenrechten.

 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel