Honger ontvluchten en verkracht worden

Barwago Mohamu, een Somalische vluchtelinge, zoekt bescherming voor de nacht onder een schamele lap stof die aan enkele stokken bevestigd is. Een buurvrouw en lotgenote werd verkracht; een andere werd ontvoerd en voor de ogen van haar kinderen drie dagen lang verkracht door een bende. Sindsdien vreest Barwago voor haar leven.

Slechts enkele meters verder bevindt zich een nieuw gebouwd kamp met een politiepost, toiletten en klasjes. Een aantal woonpercelen van het kamp zijn afgebakend met mooie haagjes en wachten op de mogelijke bewoners. Maar het hele kamp is onbewoond. De Keniaanse regering heeft tot nu toe geweigerd om Ifo II, een onderdeel van het grootste opvangkamp Dadaab te openen. Volgens haar vormen de Somalische vluchtelingen een veiligheidsrisico voor het hele land.

Maar voor de vrouwen en kinderen die het conflict ontvlucht zijn en die nu steeds verder van het centrum van het kamp beschutting moeten zoeken, zou dit bijkomende opvangkamp bescherming bieden tegen de gewapende mannen die 's nachts door de savanne trekken. Sommige van hen zijn wellicht gedeserteerd uit het Somalische leger net over de grens, andere zijn Keniaanse bandieten die de Somalische vluchtelingen beroven en verkrachten.

Het contrast tussen de onveilige, geïmproviseerde beschutting die ver van het kamp opgetrokken werd en de lege voorzieningen toont aan hoe de regionale politiek alle hulpinspanningen in het gedrang kan brengen. Zo gaan er miljoenen dollars verloren en blijven vrouwen en kinderen blootgesteld aan de wreedste aanvallen.





BRON:
Oxfam Solidariteit

Deel dit artikel