Is de Financiële Transactietaks van tafel?

ecofin-4dec2018

Op 4/12 kwamen de Europese ministers van Financiën samen in Brussel voor de laatste ECOFIN-vergadering van dit jaar. Naast discussie over o.a. de digitale belasting was de hamvraag of er ook iets ging bewegen rond dat andere Europese dossier dat het afgelopen jaar steeds verder op de achtergrond geraakte: de financiële transactietaks. Deze belasting van 0,1% op aandelen en obligaties en 0,01% op derivaten, bedoeld om speculatie tegen te gaan, begint stillaan te lijken op een ware processie van Echternach – twee stappen vooruit, en vervolgens weer een stap achteruit. Tien jaar na de financiële crisis lijkt er echter nog weinig politieke wil om het dossier vooruit te krijgen. Ook België, dat deelneemt aan de onderhandelingen, blonk niet uit in een constructieve rol.

Een lange geschiedenis

Het idee van een financiële transactietaks (FTT) is zeker niet nieuw. Oorspronkelijk afkomstig van econoom James Tobin, kwam de taks al op de radar van middenveldorganisaties in de jaren '90 naar aanleiding van de Aziatische crisis. Het doel van zo'n belasting is eenvoudig: het ontmoedigen van speculatie op de financiële markten door een heffing op transacties.

Het idee van een financiële transactietaks in Europa kende vooral na de financiële crisis van 2008 een belangrijke heropleving.

In 2011 deed de Europese Commissie een concreet voorstel voor zo'n FTT. De Commissie pleitte ervoor de taks te heffen op alle transacties met financiële instrumenten tussen financiële instellingen wanneer minstens 1 partij zich bij de transactie in de EU bevond. Voor aandelen en obligaties zou het gaan over een belasting van 0,1% en voor derivaten (= afgeleide financiële producten) over 0,01%.

Dit voorstel omvatte dus een bredere belastinggrond dan de oorspronkelijke Tobintaks van James Tobin, die enkel gericht was op munttransacties. Het basisidee erachter bleef evenwel hetzelfde, nl. speculatie afremmen en de financiële sector op haar verantwoordelijkheid wijzen. De inkomsten van de taks werden door de Commissie op zo'n 57 miljard euro geschat.

De intentie om de taks van kracht zou gaan vanaf 1 januari 2014 bleek achteraf evenwel een te optimistische inschatting van de Europese Commissie. Het voorstel moest tenslotte nog langs de lidstaten passeren.

Versterkte samenwerking: een hobbelig parcours

Helaas was er onder de Europese lidstaten geen eensgezindheid over de invoering van zo'n Europese FTT. Dit is uiteraard problematisch, aangezien belastingaangelegenheden binnen de Europese Unie unanimiteit onder de lidstaten vereisen. Van meet af aan was echter duidelijk dat alle- toen nog 28- lidstaten op dezelfde lijn krijgen niet haalbaar was.

Om uit deze impasse te geraken werd de zgn. 'versterkte samenwerking' in het leven geroepen. Dit proces creëerde de mogelijkheid om met een beperkt aantal lidstaten op vrijwillige basis te onderhandelen over een belastingkwestie i.p.v. op het EU28 niveau. Voorwaarde hierbij was wel dat er minstens negen landen deelnamen aan het proces. Met 11 Europese lidstaten bereid tot onderhandelen was voor de FTT aan deze voorwaarde voldaan. In 2013 gingen de betrokken landen- waaronder België- aan de slag met het voorstel van de Commissie. Wel bleef steeds de hoop dat de niet-deelnemende lidstaten achteraf, eenmaal de taks was uitgewerkt, alsnog zouden volgen. Estland, oorspronkelijk één van de deelnemende landen, zou later uit de onderhandelingen stappen.

De versterkte samenwerking was wel degelijk een stap in de goede richting, zeker omdat de vier grootste economieën van de Eurozone (Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje) rond de tafel zaten. Wat volgde was echter een proces van ellenlange vertragingen.

De initiële deadline- inmiddels verschoven naar 1 januari 2016- passeerde zonder akkoord, ook al was dit de datum die sinds 2015 steeds naar voren was geschoven, zowel door de Commissie als door de lidstaten zelf.

Even leek het terug de goede richting uit te gaan in maart 2017, nadat een zoveelste compromis werd voorgelegd om tegemoet te komen aan enkele bezorgdheden van de lidstaten. Een aantal landen- waaronder België, hadden immers geijverd voor een vrijstelling van pensioenfondsen. Door het introduceren van een opt-out voor pensioenfondsen, werd aan deze wens tegemoet gekomen.

Pierre Moscovici van de Europese Commissie zei in juni 2017 nog over de FTT dat de onderhandelende Europese lidstaten en de Europese Commissie hoopvol zijn op een akkoord. Hij voegde hieraan toe dat het eerlijk is dat de financiële sector een deel terugbetaalt van wat de Europese belastingbetaler voorgeschoten heeft in de context van de redding van de banken. Moscovici benadrukte eveneens het belang van een FTT voor financiering van ontwikkeling en de strijd tegen klimaatverandering.

Helaas bleef ook nu een finaal akkoord uit. Intussen vonden ook op het politieke toneel belangrijke verschuivingen plaats.

Zo waren alle ogen gericht op de Duitse verkiezingen- en de moeilijke regeringsvorming die eruit voortkwam- in september 2017. Gezien het cruciale belang van de Duitse economie voor de eurozone, wat maakt dat de positie van Duitsland ook voor andere EU-lidstaten een belangrijke determinant is voor hun beleidskeuzes, werd het FTT-dossier on hold gezet.

Ook in Oostenrijk waren er verkiezingen, waaruit een nieuwe rechtse coalitie van de conservatieve ÖVP en de uiterst rechtse FPÖ ontstond.

Al deze factoren leidden tot nog meer vertragingen.

Ook in Italië zorgden de verkiezingen begin 2018 voor een hertekening van het politieke landschap, met een coalitie tussen de Vijfsterrenbeweging (doorgaans gekend als populistische en anti-establishment partij) en de radicaal rechtse Lega Nord. Beide partijen zijn eerder eurosceptici en bijgevolg geen grote fan van teveel inmenging vanuit Brussel op de Italiaanse nationale politiek. De vraag was dan ook of deze nationalistische beleidsvisie wel te verzoenen viel met een Europees proces zoals de financiële transactietaks.

Macron-Merkel taks in de maak?

Als gevolg van de veranderende politieke context eind 2017 was het FTT-proces onder versterkte samenwerking quasi volledig tot stilstand gekomen. Bovendien domineerden heel wat andere bezorgdheden, in het bijzonder de Brexit en het financiële vacuüm dat dit zou betekenen voor het EU-budget, het financiële toneel in Europa.

Het was duidelijk dat de onderhandelingen binnen de groep van 10 steeds meer op losse schroeven stond. Ook bij de Europese Commissie bleef het sinds 2018 opvallend stil voor wat betreft hun communicatie over de taks.

Volgend op een ontmoeting tussen Frans president Macron en bondskanselier Merkel in juni 2018, kwam er uiteindelijk een belangrijk keerpunt in de onderhandelingen. In het kader van hun 'roadmap' voor het versterken van de eurozone deden Frankrijk en Duitsland een nieuw voorstel voor een Europese FTT, gebaseerd op het bestaande Franse model.

Dit Franse model betreft een nationale belasting uitsluitend gericht op binnenlandse aandelentransacties door beursgenoteerde ondernemingen met een marktkapitalisatie van meer dan 1 miljard euro.

De inkomsten van de taks zouden het 'gat' van de Brexit kunnen dichten en de deelnemende landen zouden de inkomsten eveneens mogen gebruiken om hun bijdragen aan de bredere EU-begroting te compenseren, aldus de krant. Duitsland en Frankrijk hopen deze nieuwe FTT dus ook niet langer te beperken tot de huidige tien lidstaten.

Hiermee is de link met het oorspronkelijke startvoorstel van de Europese Commissie in 2011 zo goed als verdwenen.

Beide landen verklaarden dat deze Franse belasting die als model dient voor hun FTT-voorstel 'niet geleid heeft tot evasieve verschuivingen naar andere financiële producten of tot verstoring van financiële markten'. Deze vaststelling behoeft uiteraard niet te verbazen. Het Franse model beperkt zich immers tot aandelen, een puur beleggingsinstrument waarvoor in wezen niet zoveel alternatieven voorhanden zijn .

Om echte korte-termijnspeculatie te ontmoedigen is een bredere belasting op derivaten noodzakelijk.

Het Frans-Duitse voorstel is dan ook duidelijk gericht op het post-Brexit tijdperk, ingegeven door de angst voor kapitaalvlucht naar het financiële epicentrum in Londen (beter gekend als 'The City'). Daarenboven voelen beide staatshoofden ongetwijfeld de druk van opkomende anti-Europese gevoelens in een aantal Europese lidstaten.

België

Ook België nam deel aan de onderhandelingen voor de FTT binnen de groep van elf-later tien- Europese lidstaten. Ondanks het duidelijke engagement voor een FTT in het regeerakkoord was de rol van België in het proces moeilijk constructief te noemen.

Het is geen geheim dat huidig Minister van Overtveldt geen voorstander was van een EU-10 FTT. Zo werden achtereenvolgens de impact op de staatsschuld, de reële economie en de impact voor pensioenspaarders aangehaald als argument tegen een FTT.

Naast ellenlange vertragingen leidde dit eveneens tot een stelselmatige uitholling van de taks met o.a. een uitzondering op bepaalde derivaten en een opt-out voor pensioenfondsen. Zelf na het introduceren van deze opt-out in maart 2017 bleef België de boot afhouden, tot zelf toenmalig Oostenrijks Minister Schelling België met aandrang opriep om een definitieve beslissing te nemen over het dossier.

Dat de vele vertragingen tot een sterk veranderende politieke context hebben geleid komt Minister Van Overtveldt ongetwijfeld goed uit. Ons land zal niet langer diegene zijn die officieel de stekker uit de versterkte samenwerking heeft getrokken.

Toch deelt ons land zeker mee in deze verantwoordelijkheid indien het zover komt.

De positie van België t.a.v. het Frans-Duitse voorstel blijft nog vaag. Minister Van Overteldt zou het zien als 'een positieve evolutie', hoewel zijn eerdere bezorgdheden, bijvoorbeeld over de mogelijke impact op de Belgische economie, ook nu ongetwijfeld een bepalende factor zullen zijn. Verwacht wordt dat het voorstel in de komende weken en maanden verder bestudeerd zal worden.

De toekomst?

Met nog minder dan zes maanden voor de Europese verkiezingen lijkt de kans dat er een FTT onder de versterkte samenwerking komt volledig verdwenen. Volgens de eerste berichten lijkt het op de laatste ECOFIN van dit jaar evenwel niet zover gekomen.

Duidelijk is wel dat tien jaar na een sterke oproep tot meer financiële regulering, het politieke draagvlak volledig verdwenen lijkt. De invloed van de Brexit, groeiende anti-Europese gevoelens en een populistische wind in een aantal Europese lidstaten die nagenoeg alle vormen van fiscale samenwerking afwijst, hebben de kaarten grondig dooreen geschud. Wat de toekomst brengt is onzeker.

Nochtans is het maatschappelijke draagvlak voor rechtvaardige fiscaliteit, toch het uitgangspunt van de FTT, bijzonder groot. Daarenboven konden de inkomsten van de FTT een belangrijke bijdrage vormen voor duurzame ontwikkeling waarvoor een bredere en meer gediversifieerde financiering noodzakelijk is.

Als we de uitdagingen die ons nog te wachten staan tot een goed einde willen brengen, is het cruciaal dat politici lange termijn oplossingen naar voren schuiven.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels