België in de wereld: waarnaartoe?

Op 26 maart vormde een volle theaterzaal in de Gentse Vooruit het decor voor een vurig 11.debat. Twee maanden voor de cruciale verkiezingen van 26 mei daagde 11.11.11 Belgische politici uit met pittige stellingen rond globale thema's die ons allemaal aanbelangen.

België is géén eiland: elke lokale beslissing sorteert een globaal effect. Wat geeft het kompas van onze Belgische beleidsmakers aan? Tonen ze zich internationaal solidair op het vlak van klimaat, migratie, mensenrechten en wereldwijd groeiende ongelijkheid? In een globaliserende wereld zitten we allemaal in hetzelfde schuitje. Reserveren de Belgische beleidsmakers ook een plekje voor de meest kwetsbaren aan boord?

Op de affiche vond je de voorzitters van alle partijen behalve N-VA, dat vertegenwoordigd werd door Assita Kanko. Op het laatste moment haakten vier voorzitters af. Of dit al een eerste indicatie geeft van het antwoord op onze vragen, laten we in het midden. Uiteraard vaardigden alle partijen waardige vervangers af.

Volgende politici tekenden present: Meyrem Almaci (Groen), Marc Botenga (PVDA), Sabine de Bethune (CD&V), Alicja Gescinska (Open VLD), Dirk Van der Maelen (sp.a) en Assita Kanko (N-VA).

Stelling 1: "De klimaatuitdagingen voor de armste landen zijn in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van rijke landen zoals België"

Sabine De Bethune gaat akkoord met deze eerste stelling. Volgens haar zijn solidariteit en budgettaire inspanningen nodig omdat de economische ontwikkeling van de rijke landen in het verleden gedeeltelijk ten koste is gegaan van het klimaat. Een sterk klimaatbeleid en internationale klimaatfinanciering hebben een impact op landen elders in de wereld. Naar de toekomst toe wil ze méér én additionele klimaatfinanciering voorzien.

Ook Dirk Van der Maelen erkent de gedeelde verantwoordelijkheid, die voortvloeit uit de ecologische schuld van de rijke landen. België moet echter dringend een inhaalbeweging maken: internationale afspraken nakomen, de bijdrage voor klimaatfinanciering verhogen en de budgetten hiervoor niet langer halen uit de pot van ontwikkelingssamenwerking. Dat zou volgens hem niet enkel getuigen van solidariteit, maar ook meer internationale klimaatambitie in de hand werken.

'Sterke schouders moeten meer dragen', beaamt Alicja Gescinska en in dit kader pleit ze dan ook voor verder onderzoek naar de 'knelpunten' zodat het geld slimmer uitgegeven kan worden. Ze erkent ook dat we meer moeten proberen doen.

Meyrem Almaci benadrukt dat onze ecologische voetafdruk historisch bij de zwaarste ter wereld is en vindt dat België daarom een veel ambitieuzer klimaatbeleid moet voeren, wat zich zou moeten laten vertalen in hogere budgetten voor internationale klimaatfinanciering. De belofte die België nu maakt - 50 miljoen euro per jaar - moet volgens haar minstens vervijfvoudigd worden.

Stelling 2: "Naast de Conventie van Genève is er een apart statuut nodig dat bescherming biedt aan mensen op de vlucht voor het klimaat"

Marc Botenga pleit voor internationale samenwerking om de oorzaken van klimaatverandering aan te kunnen pakken. Desalniettemin mag België zich hier niet achter verschuilen en kan er binnen het nationaal recht al veel gedaan worden, hetgeen in de vorm van subsidiaire bescherming voor klimaatvluchtelingen al bestaat in bepaalde Europese landen.

Louter hier inspanningen doen volstaat niet volgens Assita Kanko en daarom is een ruimere aanpak noodzakelijk. Maatregelen die we hier nemen, hebben namelijk niet per se een positieve impact op mensen in het Zuiden. Er moet daarentegen worden ingezet op het exporteren van technologische ontwikkelingen en het stimuleren van economische vooruitgang door middel van internationale handel.

Zowel Meyrem Almaci als Dirk Van der Maelen benadrukken de nood aan een apart statuut voor klimaatvluchtelingen omdat er vandaag al sprake is van een 'nieuwe realiteit': bepaalde gemeenschappen hebben geen ander alternatief dan vluchten.

Sabine De Bethune wenst het debat omtrent de Conventie van Genève in geen geval te openen, maar is wel voorstander van internationaal overleg om te komen tot een soort van Global Compact over klimaatmigratie. Daarnaast wil De Bethune ook meer inzetten op legale migratiekanalen.

Stelling 3: "Ontwikkelingssamenwerking met publieke middelen (de 0,7%) moeten we achterwege durven laten"

Meyrem Almaci betwist deze stelling en betoogt dat België zo snel mogelijk de 0,7%-doelstelling moet behalen. Er is dringend nood aan een stabiele en gerichte manier van ontwikkelingssamenwerking om de meest kwetsbare landen te kunnen bijstaan. Bovendien is het aanhouden van de 0,7% niet enkel cruciaal voor het stelselmatig bevorderen van onder meer onderwijs en gezondheidszorg, maar kan dit ook de private sector aansporen om te investeren.

Aangezien 'ontwikkelingshulp meer is dan enkel geld sturen' voert Alicja Gescinska aan dat er behoefte is aan specifieke controlemechanismen om de middelen gepast op te volgen. Daarenboven zou er onder haar bevoegdheid in geen geval op budgetten voor ontwikkelingssamenwerking mogen beknibbeld worden.

Marc Botenga wil ook streven naar de 0,7%, maar haalt aan dat dit geen mirakeloplossing kan bieden zolang het Afrikaanse continent aanhoudend geplunderd wordt door Europese multinationals. Daarom schuift hij beleidscoherentie voor ontwikkeling naar voren. Bovendien mag het budget hiervoor volgens hem niet langer uitgehold worden voor andere doeleinden zoals migratie en klimaat. 

2019-kopstukkendebat-deelnemers-podium

Stelling 4: "Gezien de corruptie en mensenrechtenschendingen van de Congolese overheid kunnen we de ontwikkelingssamenwerking met de Democratische Republiek Congo best stopzetten"

Sabine De Bethune is absoluut geen voorstander van het opschorten van ontwikkelingssamenwerking met de D.R. Congo en pleit voor een genuanceerde benadering en een verruiming van het debat. Indien er op een open manier dialoog kan gevoerd worden, zal de situatie in een meer democratische richting kunnen evolueren.

Ook Marc Botenga staat huiverachtig tegenover de stopzetting van de ontwikkelingshulp omdat dit de Congolese bevolking zeker niet vooruithelpt. Zowel bilaterale als non-gouvernementele samenwerking moet te allen tijde in functie staan van het meewerken aan de democratische soevereiniteit van het land.

Assita Kanko schaart zich eveneens achter deze standpunten: een beëindiging van de ontwikkelingssamenwerking zou namelijk enkel resulteren in het straffen van de lokale bevolking. Er kunnen echter wel andere manieren overwogen worden zoals het in toenemende mate inzetten op de private sector om jobcreatie mogelijk te maken.

Stelling 5: "België en de EU moeten onmiddellijk de steun aan de Libische kustwacht stopzetten tot de mensenrechtensituatie er verbetert"

Volgens Alicja Gescinska zal het wegnemen van geld de problemen enkel vergroten in een complexe situatie zoals Libië. Sterker nog, er moet een groter budget voor worden vrijgemaakt, op voorwaarde dat dit gepaard gaat met meer inzage in en monitoring van de situatie ter plaatse. Momenteel ontbreekt het immers aan degelijke controle over de 'maffianetwerken' rond mensenhandel.

Dirk Van der Maelen maakt een morele afweging: de steun aan de Libische kustwacht is op z'n minst controversieel te noemen, maar het stopzetten zou uitmonden in een sterke stijging van het aantal doden op de Middellandse zee. Niettemin moet Libië wel onder druk gezet worden om tot andere afspraken omtrent samenwerking te komen. Indien er binnen een bepaalde periode geen verbetering van de mensenrechtensituatie wordt vastgesteld, moet de samenwerking radicaal worden herzien.

Daarentegen wil Marc Botenga de steun wel onmiddellijk opschorten omdat hij weigert een regering te steunen die slavernij en verkrachting in stand houdt.

Stelling 6: "Respect voor mensenrechten en milieu komt niet vanzelf. Er moet dringend werk gemaakt worden van een bindende regelgeving voor multinationale bedrijven"

'België moet stoppen met het innemen van een dubbelzinnige positie', vindt Meyrem Almaci. Meer nog, het Belgisch actieplan is momenteel ronduit zwak. Bindende internationale regelgeving is daarom een must en ook binnen eigen land kan een zorgplichtwet worden geïntroduceerd naar het voorbeeld van Frankrijk. Daarenboven kunnen respect voor mensenrechten en bedrijven wel degelijk hand in hand gaan.

Ook Alicja Gescinska, Dirk Van der Maelen en Sabine De Bethune zijn sterke voorstanders van een dwingend internationaal kader waarbij de politiek de bedrijven controleert en niet andersom.

Assita Kanko stelt dan weer dat het vooral belangrijk is om de bedrijven te sensibiliseren en te stimuleren om de mensenrechten te blijven respecteren, maar waarschuwt dat het opleggen van bindende verplichtingen averechtse effecten kan hebben. De schending van mensenrechten moet absoluut worden tegengegaan, maar men mag de economische realiteit niet uit het oog verliezen.

Nisrine Tauil

11.11.11 DOOR:

Meer

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels

Niet te missen