Mondiale subsidies van je stad of gemeente

banknotes

Een lokaal bestuur dat werk maakt van een beleid rond mondiale en duurzame ontwikkeling ondersteunt mondiale organisaties en lokale engagementen ook met publieke middelen. Het doel van publieke middelen is immers om voorzieningen en dienstverlening te financieren die onze maatschappij ten goede komen. Aangezien mondiale uitdagingen een grote impact hebben op onze samenleving, is het niet onlogisch, neen, het is zelfs een must, dat een overheid middelen beschikbaar stelt aan organisaties en initiatieven die concreet werken aan mondiale duurzame ontwikkeling. Een lokaal bestuur dat een lokaal mondiaal beleid voert, kan het immers niet alleen doen. De sterkte van zo een beleid is het samenbrengen van partners en hen ondersteunen. Als vele gemeenten dit doen tilt dit duurzame ontwikkeling naar een hoger niveau.

Een gemeente die haar beleid rond duurzame ontwikkeling ernstig neemt, voorziet ook budget om organisaties en initiatieven te ondersteunen. Vaak wordt er een link gezocht met naar een lokale verankering van de organisatie of met inwoners in de gemeente, maar in principe hoeft dit niet. In het ideale geval is de verdeling van deze middelen wel gereglementeerd via een subsidiereglement.

Drie uitgangspunten

1/ Duurzame ontwikkeling kan enkel tot stand komen wanneer de bevolking zich bewust is van de mondiale uitdagingen die ons allen raken en van de impact van het eigen gedrag op andere delen van de wereld en van de structurele veranderingen die ervoor nodig zijn. Daarom is het essentieel dat mensen toegang hebben tot correcte informatie, dat ze via laagdrempelige activiteiten betrokken raken en dat ze zo gestimuleerd worden om mee na te denken over oplossingen.

De lokale overheid staat het dichtst bij de bevolking en is daardoor het uitgelezen niveau om te informeren en te sensibiliseren. Het gemeentebestuur staat in voor een goede lokale sensibilisering rond mondiale uitdagingen bij een ruim publiek. Dit vormt één van de kerntaken van het gemeentelijk Mondiaal beleid, en het is daarom logisch dat hier een groot deel van de middelen naar toe gaat.

Welke toelagen zijn er mogelijk?

  • Een werkingstoelage voor lokale groepen. Deze toelage ondersteunt de werking van lokale groepen die in het kader van een eigen burgerinitiatief of binnen een vrijwilligersgroep van een ngo of andere organisatie actief zijn rond duurzame ontwikkeling in de gemeente. Hiermee kunnen de groepen (een deel van) hun (dagelijkse) werking financieren. Het gaat doorgaans om een forfaitaire toelage.
  • Een toelage voor educatieve en/of informerende activiteiten over mondiale thema's. Met deze subsidie kan een gemeente de organisatie van dergelijke activiteiten of acties ondersteunen. De hoogte van deze toelage wordt meestal bepaald op basis van de uitgaven voor deze activiteit, met een eventueel vastgelegd maximumbedrag.

Activiteiten met als belangrijkste bedoeling het werven van fondsen (zoals sponsortochten, etentjes zonder extra animatie of activiteiten) worden doorgaans uitgesloten van betoelaging.

2/ Agenda 2030 stelt in haar Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling 17 (SDG17) dat wereldwijde samenwerking om duurzame ontwikkeling te realiseren onder andere behaald kan worden door de verbintenissen aangaande officiële ontwikkelingshulp ten volle te implementeren. De Agenda 2030 verwijst hiermee naar de verbintenis om 0,7% van het bruto nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Door een voldoende hoog budget te voorzien voor projecten en initiatieven in het Zuiden, kan de stad of gemeente België helpen om de 0,7% norm te halen.

Welke toelagen zijn er mogelijk?

  • Een toelage ter ondersteuning van projecten of organisaties in het Zuiden. Deze projecten kunnen de projecten zijn van de Zuidprogramma's van ngo's die mee ondersteund worden door het lokaal bestuur. Vaak wordt dit gedaan wanneer een lokale vrijwilligersgroep voor de ngo actief is in de gemeente.
  • Meer en meer zien we ook inwoners van de gemeente eigen ontwikkelingsprojecten opzetten. Dit zijn 4de Pijlerinitiatieven. Ook hun projecten kunnen financiële ondersteuning gebruiken.
  • Ondersteuning en financiering van (de actie van) 11.11.11. In een deel van de gemeenten wordt de actie van de lokale 11.groep ondersteund via één van bovenstaande toelagen. Andere gemeenten voorzien een vaste jaarlijkse gemeentelijke toelage voor 11.11.11. De reden om 11.11.11, als koepel van de Noord-Zuidbeweging te steunen, is o.a. omdat de opbrengst van de campagne van de organisatie onder Zuidprojecten van ngo's en 4de Pijlerorganisaties wordt verdeeld.

Waarom 11.11.11 steunen? Dat lees je hier.

3/ In het geval van hoogdringende humanitaire nood in minder ontwikkelde landen ten gevolge van een onverwacht gebeuren (meestal een natuurramp of een gewapend conflict) is élke bijdrage urgent, zinvol en nodig. Een gemeente voorziet hiervoor best een apart budget per jaar, zodat deze 'noodhulp' niet knibbelt aan de middelen voor structurele hulp en/of hiervoor ook altijd budget kan vrijgemaakt worden wanneer de nood hoog is.

Een gemeentelijk subsidiereglement, of niet ?

Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de keuzes en afspraken te verankeren in één of meerdere subsidiereglementen.

Door het subsidiereglement te laten goedkeuren door de gemeenteraad laat de gemeente ook democratische controle toe, want ook de jaarlijkse verdeling van de toelagen moet dan ook worden goedgekeurd door de gemeenteraad. Een nadeel is echter dat de procedure hierdoor een stuk langer wordt.

Als er een adviesraad voor ontwikkelingssamenwerking (GROS) actief is, wordt de verdeling van de toelagen ook bij voorkeur ter advies voorgelegd aan deze raad.

Deel dit artikel