Oxfam: Arme mensen grootste slachtoffer van de tsunami

hspace=5
Arme mensen hebben het ergst geleden onder de tsunami. Zij hebben ook tijdens de reconstructiefase nog hulp nodig, aldus een nieuw rapport dat op 26 juni werd gepubliceerd door Oxfam International.

Het rapport “Focus op de armste mensen” (Targetting Poor People) dat 6 maanden na de tsunami verschijnt, maakt duidelijk dat de impact op arme mensen zich op drie niveaus situeert:

 

1.
De arme gemeenschappen waren extra kwetsbaar; hun fragiele woningen werden weggespoeld terwijl de bakstenen huizen van de rijken meer bestand waren tegen het natuurgeweld. Arme dorpen in verafgelegen gebieden moesten langer op hulp wachten en er waren geen dokters in de buurt.

2.
Door een geografisch toeval maakte de tsunami vooral slachtoffers onder de armste mensen in elk van de drie zwaarst getroffen landen.

3.
In vele gevallen richt de hulp zich op de arme mensen, maar toch blijkt dat in een aantal gevallen meer aandacht gaat naar zakenlieden die grond bezitten en naar de meest in het oog springende gevallen. De hulp aan arme gemeenschappen was geen prioriteit.

Stefaan Declercq, algemeen secretaris van Oxfam-Solidariteit zegt:

 “De armste mensen werden het zwaarst getroffen door de tsunami en zij krijgen af te rekenen met de grootste problemen. Dankzij de vrijgevigheid van het publiek verkeren we in een sterke positie om de problemen aan te pakken. We moeten deze kans grijpen om mensen uit de armoede te helpen en ervoor zorgen dat zij een volgende keer beter gewapend zijn om een natuurramp het hoofd te bieden.”

De hulpinspanningen onmiddellijk na de ramp waren bijzonder succesvol.  Het uitbreken van ziekten werd voorkomen, de getroffenen kregen basishulpmiddelen zoals water, hygiënekits en tenten.

“Het zijn in de eerste plaats de lokale mensen en de lokale organisaties die in de eerste dagen na de ramp de eerste hulp georganiseerd hebben. Zij kennen hun eigen noden beter dan wie ook. Het is aan de internationale hulporganisaties om die lokale capaciteiten te versterken op een duurzame wijze,” aldus Stefaan Declercq.

Samen met zijn partners doet Oxfam inspanningen om meer dan een miljoen mensen te helpen die werden getroffen door de tsunami in India, Sri Lanka en Indonesië. Nu focust Oxfam vooral op vrouwen en groepen van geïsoleerde mensen om zeker te zijn dat iedereen hulp krijgt en dat niemand wordt vergeten. Oxfam zal de komende jaren zo’n 250 miljoen dollar besteden aan hulp.

In India helpt Oxfam bijvoorbeeld bij de reconstructie van zoutpannen. De zoutontginning biedt werk aan duizenden arme arbeiders; sommigen van hen behoren tot de Dalitgemeenschap. In de zoutpannen werken de armste en de meest uitgesloten mensen. Omdat hun woningen niet vernietigd werden, waren zij officieel geen prioriteit.

In een dorp in Sri Lanka blijkt uit nieuw onderzoek dat het inkomen van de bewoners die hun huizen verloren hebben gemiddeld met 94% is gedaald: van 64 dollarcent per gezinshoofd per dag naar 4 dollarcent per dag. Dit komt omdat de mensen onbereikbaar waren. Ze leven heel geïsoleerd, ze worden moeilijker opgepikt door de bestaande samenlevingsstructuren en dus zijn ze ook niet te bereiken.

In Sri Lanka is het grootste deel van de overheidshulp tot nog toe gericht op de geregistreerde bedrijfjes. De eigenaars van kokosvezelverwerkende bedrijfjes hebben een schadevergoeding gekregen, terwijl de arme mensen die in deze bedrijven werken met moeite kunnen overleven en geen hulp krijgen. In India werd de hulp toegespitst op de zeevissers maar anderen zoals arbeiders, kleine boeren en mensen die in de zoutwinning werken, kregen veel minder hulp. Bij de zoutwinning zijn veel vrouwen en mensen uit een lagere kaste ingeschakeld.

Arme mensen komen ook veel moeilijker aan een woning. Vóór de tsunami waren de meeste arme mensen geen grondbezitters. En zelfs wie grond bezat, kan dat nu vaak moeilijk bewijzen omdat alle papieren en documenten verloren gingen of omdat de man eigenaar was van de grond (nu zijn vrouwen dikwijls het gezinshoofd).

Wie zijn eigendom niet kan bewijzen, riskeert onteigend te worden en dat sluit deze arme mensen nog meer uit. In Indonesië werden zo’n 500.000 mensen door de tsunami verdreven. De iets beter gestelde families, die misschien spaargeld bezitten of die welgestelde familieleden hebben om hen te helpen, hebben de vluchtelingenkampen al kunnen verlaten, maar duizenden armen blijven er achter.


“Arme mensen zijn door de tsunami nog veel armer geworden. Daarom moeten alle hulpinspanningen nu vooral gericht worden op de armen, de geïsoleerde mensen en op de vrouwen, zodat zij bij de reconstructie niet uitgesloten worden,” besluit Stefaan Declercq.

Oxfam vraagt dat regeringen en internationale instellingen pro-actief inspanningen doen om de speciale noden te lenigen van de armsten die door de tsunami getroffen werden. Dit is van vitaal belang als deze landen er willen in slagen de internationaal aanvaarde Millenniumdoelstellingen te verwezenlijken en de armoede tegen 2015 te halveren.

Voordat de tsunami plaatsvond was de regio al arm:

  • In Atjeh was de welvaart door het jarenlang aanslepende gewapende conflict al ernstig afgenomen. In 2002 had de helft van de bevolking geen toegang tot drinkwater en bijna de helft leefde in echte armoede.
  • In India waren de ergst getroffen kustplaatsen in het zuiden, Kerala en Tamil Nadu, relatief welvarend maar de mensen in deze gebieden behoren tot de armste van het hele land. In elk van de zwaarst getroffen districten (Nagapattinam, Cuddalore en Kannaykuman) moet de gemiddelde persoon overleven met minder dan 1 dollar per dag.
  • In Sri Lanka leeft een derde van de bevolking in het door de tsunami getroffen gebied beneden de armoedegrens. De situatie is nog schrijnender in het noordelijke en oostelijke conflictgebied.

Meer informatie:


Deel dit artikel