Pakistaanse boer wordt visser

Hoewel meer dan 20 miljoen mensen door de overstromingen getroffen werden, blijkt het hulpfonds voor Pakistan slechts met mondjesmaat gevuld te worden. Dit is het verhaal van Mumtaz Ali, zes maanden na de ramp. Hij is een van de slachtoffers die vergeten worden…

Op de rivieroever zie ik een stralende amateur-visser staan. Met enige trots toont Mumtaz Ali me zijn vangst. Hoewel vissen volkomen nieuw voor hem is, neemt hij het werk heel ernstig. Dit is overigens de enige oogst die zijn natte velden sinds september opgeleverd hebben. Toen stonden de vlaktes van de Indus in korte tijd blank en tienduizenden dorpen werden weggespoeld. Nooit eerder waren zovele mensen getroffen door een overstroming en de omvang van deze natuurramp was gigantisch.

Vis en wrakhout verkopen om te overleven
Met vier vrienden en een gammel houten bootje tracht Mumtaz de kost te verdienen. De vissen gedijen goed in het water dat hardnekkig blijft staan op de velden. Dit was vroeger een van de vruchtbaarste landbouwgebieden in Zuid-Azië, maar dat is verleden tijd. Er resten slechts enkele skeletten van bomen en een telefoonpaal die slagzij maakt in het water dat tot aan de horizon reikt.

Mumtaz woont samen met 11 andere mannen in het enige bouwwerk dat nog overeind staat in het dorp. De kamer staat wat verloren op een eilandje van modder en water. Zij bewaken er de restanten van hun woningen, terwijl de rest van hun gezin in tenten op de oevers woont. Mumtaz' vrouw en drie kleine kinderen vonden een plekje in de winterbedding van de rivier en proberen te overleven door stukken aangespoeld wrakhout te verkopen als brandhout.

Terwijl we in de koude winterzon staan te praten, komt een man aangefietst om enkele levende vissen te vragen: hij wil zien of ze zich voortplanten in het water dat op zijn velden staat. Niemand verwacht dat het water vóór de zomer zal wegtrekken. "Tot dan kunnen we niets heropbouwen. We kunnen niet met z'n vijven leven van de visverkoop, we verdienen 200 roepies (€ 1,75) per dag. Dat volstaat niet. We moeten dus afwachten en vertrouwen op God", zegt Mumtaz.

Hulpfonds met mondjesmaat gevuld
Zes maanden geleden trok het water als een ‘tsunami in slow motion' over de volledige lengte van Pakistan. Het vernielde daarbij 1,8 miljoen huizen en zette een gebied groter dan Engeland onder water. Nu al spreken de professionele hulpverleners over een "vergeten" ramp. Waarom? Meer dan 20 miljoen mensen werden getroffen door deze overstromingen, die voor de ergste noodsituatie in tijden zorgden. Ze richtten meer schade aan dan de aardbeving in Haïti en de tsunami in Oost-Azië samen en toch komt er amper geld binnen voor de hulpverlening.

Volgens het Oxfam-rapport Zes maanden onder water van januari 2010 was er 10 dagen na de aardbeving in Haïti al 470 euro per inwoner ingezameld. In Pakistan was dit na evenveel dagen slechts 2,33 euro. (In 2005 was 10 dagen na de aardbeving in het noorden van Pakistan nog 51 euro per persoon geschonken).

In de nasleep van de overstromingen, die meer dan 20 miljoen mensen dakloos maakten, leken epidemies en ernstige gezondheidsproblemen haast onvermijdelijk. Toch kon dit afgewend worden en waren slechts tweeduizend doden rechtstreeks toe te schrijven aan de ramp. Maar het feit dat de VN-oproep slechts een klein bedrag opleverde en een gebrek aan politieke leiding in Pakistan zorgen ervoor dat de humanitaire respons tal van leemten vertoont. Volgens Oxfam is dat het meest flagrant wat onderdak betreft: amper 38% van de nodige middelen werd ingezameld, terwijl naar schatting drie miljoen mensen nog in tenten wonen.

In Sindh zegden medewerkers van het Wereldvoedselprogramma begin februari dat ze op het punt stonden om het programma voor 6 maanden voedselhulp te annuleren. Op datzelfde moment spraken de rapporten van diverse hulporganisaties over een significante toename van het aantal zwaar ondervoede kinderen.

Vele Pakistanen zoeken de oorzaak voor dit gebrek aan financiële middelen bij de houding van de westerlingen tegenover de Islam. Maar het onderzoek van Oxfam wijst uit dat de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk snelle en vrijgevige schenkers waren, gevolgd door Japan en Saoedi-Arabië. Maar van Pakistans redelijk bescheiden oproep voor 2 miljard dollar - een vijfde van de 10 miljard dollar die aan Haïti beloofd werd- blijft nog meer dan de helft achterwege.

Alex Renton, humanitair Oxfam-medewerker in Pakistan

Meer informatie:
Amil Khan, Oxfam media officer in Pakistan Tel. +92 3085 557 219 - AmilKahn@oxfam.org.uk
Rapport Zes maanden onder water

 




BRON:
Oxfam Solidariteit

Deel dit artikel