Peru: onderzoek bevestigt gezondheidsproblemen in mijnregio

Foto: Thomas De Boever

Honderden inwoners van gemeenschappen in de omgeving van de kopermijn Tintaya hebben te hoge concentraties zware metalen in hun bloed. Maar de Peruaanse overheid negeert al jarenlang de medische bewijslast. Dat blijkt uit een onderzoeksreportage van de krant La República, die tot stand kwam met medewerking van partnerorganisaties van Broederlijk Delen.

De Tintaya-kopermijn, die al meer dan dertig jaar wordt ontgonnen in de Andes-provincie Espinar (regio Cusco), is vandaag eigendom van de Zwitserse multinational Glencore. Voordien werd de mijn uitgebaat door het bedrijf XStrata, dat in 2013 overgenomen werd door Glencore. Verschillende Belgische banken investeren in Glencore. De helft van de wereldwijde koperproductie is in handen van de multinational.

Gezondheidslimieten overschreden

In oktober 2010 deed het Nationale Gezondheidsinstituut Censopas, onderdeel van het Ministerie voor Gezondheidszorg, een eerste onderzoek naar de aanwezigheid van zware metalen bij inwoners van de gemeenschappen Huisa en Alto Huancané, in de directe omgeving van de mijnbouwoperaties. Censopas nam bloed- en urinestalen van honderden omwonenden.

Conclusie: alle onderzochte personen bleken blootgesteld te zijn aan (een combinatie van) hoge niveaus van arsenicum (332 stalen), kwik (231), cadmium (254) en/of lood (492). In tientallen gevallen werden de limieten van de Wereldgezondheidsorganisatie voor de aanwezigheid van deze zware metalen in het menselijk lichaam overschreden.

De publicatie van de studie leidde tot hevige protesten van de bevolking van Espinar. De gemeenschappen eisten opheldering over de oorzaak van de vervuiling, en compensatiemaatregelen. De overheid zette leger en politie in tegen manifestanten. Er vielen verschillende doden en gewonden.

Tweede studie bevestigt bevindingen

In 2013 maakte Censopas een nieuwe studie op vraag van de Mesa de Diálogo van Espinar, het bijzondere overlegorgaan dat opgericht werd om tussen de verschillende partijen (overheid, bedrijf, lokale organisaties) een oplossing te vinden voor het sociale conflict.

Deze keer nam Censopas 180 urinestalen. De aanwezigheid van lood, arsenicum, kwik en cadmium werd ook door dit tweede onderzoek bevestigd. Maar daarnaast bleken de gemeenschappen onder meer ook blootgesteld aan uranium, molybdeen en andere metalen. In 52 gevallen lagen de waarden boven de aanvaardbare niveaus van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Dokters in Espinar minimaliseerden de mogelijke gezondheidsgevolgen, aldus verschillende inwoners van gemeenschappen. Hoewel de aanwezigheid van zware metalen in het menselijk lichaam niet meteen tot grote gezondheidsproblemen hoeft te leiden, spreken specialisten van een 'tijdbom': op langere termijn neemt de kans op kankers sterk toe, vooral wanneer mensen gedurende lange tijd aan hoge concentraties worden blootgesteld. De belangrijkste doodsoorzaak in de provincie Espinar is bovendien nierfalen, wat volgens gezondheidsexperts ongewoon is en verband kan houden met de vervuiling door zware metalen.

Inbreuken op milieuwetgeving

Officieel is er tot op heden geen bewijs dat mijnbouwactiviteiten de bron vormen van de hoge concentraties zware metalen bij de lokale bevolking. Maar een verband lijkt zeer waarschijnlijk. Tussen 2010 en 2014 werden door het Orgaan voor Milieutoezicht (OEFA) minstens drie inbreuken vastgesteld die te maken hadden met het gebrekkige beheer van mijnafval door het bedrijf, zoals het onwettig lozen van afvoerwater en bodemvervuiling.

Het mijnbouwbedrijf Antapaccay, een dochteronderneming van Glencore, ontkent zelf elke verantwoordelijkheid voor de vervuiling in Espinar. 'De aanwezigheid van enkele zware metalen in het water is het gevolg van geologische, natuurlijke processen', klinkt het.

Bevolking blijft in de kou staan

Ondanks alle bewijsmateriaal over de gezondheidsproblemen, laat de Peruaanse overheid de bevolking van Espinar al jaren in de kou staan. In 2012 beweerde de minister van Milieu dat de studie van Censopas buiten de invloedszone van de mijn zou zijn uitgevoerd. Na drie jaar erkent de huidige viceminister voor Milieu, Mariano Castro, nu echter wél dat gemeenschappen zoals Huisa in de invloedszone van de mijnbouwoperaties liggen.

De overheid zegt dat er een actieplan werd opgesteld om tegemoet te komen aan de gezondheidsproblemen in de provincie Espinar. Maar de geïnterviewde inwoners van de getroffen gemeenschappen zeggen dat ze tot nu toe onvoldoende medische hulp kregen. Vijf jaar lang wachten ze al op een ernstige oplossing.

Deel dit artikel

       

Niet te missen