Is België klaar om zijn bijdrage aan de duurzaamheidsagenda te meten?

sdg overzicht ned

In september vorig jaar werd de 2030-Agenda voor Duurzame Ontwikkeling goedgekeurd door de VN. Deze agenda stelt 17 doelstellingen -  de zgn Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG) - voorop waarmee men tegen 2030 de armoede wil uitbannen, de groeiende ongelijkheid wil aanpakken en het leefmilieu en de ecosystemen wil veiligstellen. 

Het zijn ambitieuze doelstellingen die overal ter wereld, land per land,  gehaald moeten worden. Ook België wordt verondersteld deze doelstellingen binnen de 15 jaar te realiseren. Het Federaal Planbureau, dat de vorderingen opvolgt, heeft nu een eerste balans opgemaakt.

Daaruit blijkt dat België nog heel wat werk voor de boeg heeft. In het bijzonder op vlak van armoedebestrijding en sociale uitsluiting, het terugdringen van wagengebruik en verkeersdoden, onderwijs, energiegebruik,  duurzame visvangst, maar ook op vlak van financiering voor internationale solidariteit.

België doet het dan weer goed op een aantal andere domeinen zoals, het aantal vrouwelijke parlementsleden, onderzoek en ontwikkeling, het terugdringen van fijnstof en het beschermen van natuurgebieden in het kader van Natura 2000 ( een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie).

Enig voorbehoud

Het planbureau verzamelt al 15 jaar gegevens over duurzame ontwikkeling in België. In het licht van de nieuwe, goedgekeurde duurzaamheidsagenda werden de bestaande gegevens geherstructureerd om een eerste balans op te kunnen maken. De 2030-Agenda voor Duurzame Ontwikkeling bestaat uit 17 ontwikkelingsdoelen en 169 subdoelen. De bestaande meetinstrumenten werden SDG-proof gemaakt door de bestaande gegevens te herschikken. Het Federaal Planbureau tracht dit met 31 indicatoren te omvatten. Wellicht is het iets te hoog gemikt om hiermee de de veelheid aan doelen en subdoelen te meten.  Enig voorbehoud is hier dus aangewezen.  En de echte graadmeters blijven uiteindelijk de politieke keuzes en de bijhorende concrete maatregelen.

 “Leave no one behind” is één van de kernprincipes van de nieuwe duurzaamheidsagenda maar een heikel punt als het op meten aankomt. Data uitgesplitst volgens gender of kansengroepen zijn amper voorhanden. Nochtans zijn dergelijke gegevens cruciaal om gericht maatregelen te kunnen nemen.

Ook de VN zal elk jaar een 'vooruitgangsrapport' publiceren. Op die manier is een vergelijking mogelijk tussen de verschillende lidstaten. Zo kan men zien of België al dan niet tot de goede leerlingen behoort. In juli zullen alvast 22 lidstaten het voortouw nemen en aantonen welke inspanningen ze zullen leveren om werk te maken van de 17 doelstellingen. België heeft dit gepland in 2017.

0,7%

De SDG's zijn een pak ambitieuzer dan de Millenniumdoelstellingen (MDG's). Er zijn dus ook meer middelen nodig. Toch wordt de indicator om doelstelling 17 te meten - de financiële middelen voor de uitvoering en het globaal partnerschap - beperkt tot het al dan niet behalen van de 0,7% officiële ontwikkelingshulp (ODA).

Het middenveld heeft al meermaals aangekaart dat België, wanneer het dit tempo aanhoudt, niet aan zijn verplichting zal kunnen voldoen. België geeft momenteel slechts 0,42% uit aan ODA, en dit percentage wordt steeds kleiner.

Om tegen 2030 effectief te komen tot een duurzame wereld is meer nodig dan hulp alleen. Zo is er ook nood aan regulering van financiële stromen en aan innovatieve financieringsbronnen. En bovenal een coherent beleid. Zo kiest België nog te vaak voor maatregelen die haaks staan op de eigen klimaatdoelstellingen, of houdt het in zijn handelsbeleid te weinig rekening met de sociale normen die we via onze ontwikkelingssamenwerking verdedigen.

Nuttig instrument

In april werd een nieuw kader voor een nationale strategie voor duurzame ontwikkeling aangekondigd. Dat zou in september op tafel moeten liggen. Met deze oefening van het Federaal Planbureau kan België prioriteiten identificeren en nagaan waar een extra tandje moet worden bijgestoken. Niettegenstaande deze oefening van het Federaal Planbureau vertrekt van de bestaande toestand kan het toch een nuttig instrument zijn om er voor te zorgen dat België ook daadwerkelijk stappen vooruitzet en niet achterblijft.

Wiske Jult
Beleidsmedewerker duurzame ontwikkeling/Secretariaat Adviesraad Gender en Ontwikkeling (ARGO)

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels

Niet te missen