Strijd tegen mijnen en clustermunitie

foto van een ontmijnster in mozambique

98 % van de geregistreerde slachtoffers van clustermunitie zijn burgers , 1/3 van de personen die door mijnen of ander niet-ontploft oorlogstuig gewond of verminkt raken, zijn kinderen. Handicap International engageerde zich om te vechten tegen het gebruik van zulke wapens, die nog lang na het eind van een conflict mensen doden of verminken.

Sinds 1992 is de organisatie betrokken bij ontmijnings- en opruimingsacties. Tegelijkertijd leidt ze projecten om de slachtoffers van die wapens te helpen. Samen met vijf andere ngo's sticht ze in 1992 de Internationale campagne tegen antipersoonsmijnen (ICBL) en in 2003 de Cluster Munition Coalition (CMC).

Dankzij de inzet van de burgermaatschappij en het kordate engagement van bepaalde landen volgt de ondertekening van het Verdrag van Ottawa tegen antipersoonsmijnen in 1997 en van het Verdrag van Oslo tegen clustermunitie in 2008. Sindsdien gelden beide verdragen als internationale norm. Na een gevecht van vijf jaar tegen het gebruik van mijnen ontvangen Handicap International en de ICBL in december 1997 de Nobelprijs voor de Vrede.

De verdragen van Ottawa en Oslo: het  einde van de straffeloosheid

De verdragen van Ottawa en van Oslo zagen het licht na een fantastische mobilisatie van de burgermaatschappij. In totaal verzamelde Handicap International wereldwijd om en bij de 2 miljoen handtekeningen voor het verbod op antipersoonsmijnen en clustermunitie, een engagement van de publieke opinie dat een cruciale rol speelde in de onderhandelingen.

De verdragen van Ottawa en van Oslo werden door respectievelijk 162 en 111 staten ondertekend en worden beschouwd als internationale normen tegen deze wapens die zonder onderscheid slachtoffers maken. Elk gebruik van die wapens, zelfs door een niet-verdragspartij, wordt door de internationale gemeenschap veroordeeld.
 

Libië & Syrië: mijnen en clustermunitie zijn nog steeds actueel

Hoewel mijnen en clustermunitie verboden zijn door de verdragen van Ottawa en Oslo, werden ze onlangs nog door verschillende landen gebruikt. Zo aarzelde de regering van Mouammar Kadhafi in 2011 niet om mijnen en clustermunitie te gebruiken tegen de opstandige rebellen. Om de bevolking te beschermen, moest Handicap International dringend preventieve acties en ontruimingsacties op poten zetten.

In datzelfde jaar gebruikte Israël dergelijke wapens langs de grens met Syrië om te voorkomen dat er manifestanten zouden oversteken. Ook Myanmar (Birma) gebruikte zulke wapens in 2010, terwijl Thailand ervan werd verdacht ze te gebruiken in het conflict met Cambodja. Ook in Syrië werd het afgelopen jaar nog clustermunitie gebruikt door het overheidsleger. In 15 maanden tijd hebben 5 landen mijnen en clustermunitie gebruikt, wapens die nochtans verboden zijn!

Humanitaire ontmijning: een einde aan de dagelijkse dreiging

Naar school gaan, het veld bewerken, water halen... door de aanwezigheid van explosieven kan elke alledaagse handeling dodelijk zijn. Sinds 1992 doet Handicap International aan humanitaire ontmijning in Cambodja. De slachtoffers verzorgen en er weer bovenop helpen, volstaat niet. Daarom wil de organisatie de mensen beschermen door te helpen bij de opruiming van hun grondgebied.

Technisch onderzoek, mijnen in kaart brengen, vernietigen, samenwerken met gemeenschappen in de strijd tegen mijnen, ontruimde of ontmijnde terreinen teruggeven aan de bevolking ... Elk jaar wijden tientallen teams van Handicap International hun expertise aan het gevecht tegen deze moordende wapens.

Bovendien leidt de organisatie programma's voor vorming rond en preventie van ongevallen met mijnen en ander niet-ontploft oorlogstuig bij kwetsbare bevolkingsgroepen. Een onontbeerlijk initiatief om de bewoners van risicogebieden te helpen zich bewust te worden van de risico's die ze lopen en om het aantal slachtoffers te helpen beperken.
 



BRON:
Handicap International
Handicap Int. DOOR:

Deel dit artikel