Verklaring Algemene Vergadering Pax Christi: Vier jaar oorlog tegen Irak: wat doet Europa?

Op 19 maart 2003 startten de Verenigde Staten samen met Groot-Brittannië een illegale oorlog tegen Irak. De internationale rechtsorde kreeg een zware klap. We zagen hoe de oorlog een oude natie verwoestte, de Irakese maatschappij en haar instellingen uiteenreet en ongezien geweld tegen burgers produceerde. De aanhoudende militaire bezetting en de ondoordachte manier waarop die gevoerd wordt, leidde tot zwaar sektarisch geweld tussen sji’ieten en soennieten, en de verdrukking van de aanwezige minderheden in het land. De aanstelling van een Irakese regering, die weinig legitimiteit onder de bevolking heeft, versterkte dit geweld. De politieke en militaire koers van de Bush-administratie belooft geen beterschap.

Brussel, 17 maart 2007

Een totaal ontredderd Irak

In januari 2007 kondigde president Bush een bijsturing van zijn beleid aan. Het werd een beleid van escalatie (‘surge’) en hij stuurde 21.500 extra manschappen. De voorbije week werden nog eens een paar duizend extra-manschappen gestuurd. Dit staat haaks op het in december 2006 verschenen rapport van Baker-Hamilton dat een uitweg uit het moeras bedacht. Ten eerste stelde het een verantwoordelijke transitieperiode voor, waarbij de Amerikaanse gevechtstroepen tegen 2008 het land zouden verlaten. De tweede aanbeveling was een offensief van globale diplomatie, waarbij de Verenigde Staten afstappen van militaire interventie om democratie op te leggen, en onderhandelingen voeren, ook met Iran en Syrië. Het rapport stelde een nieuwe aanpak voor, wars van de denktanks zoals the American Enterprise Institute, die na de aanslagen van 11 september een grote invloed kregen en geweld als preventieve strategie aanbevolen. Maar president Bush verkiest tot op vandaag verder te gaan met de door hem gelanceerde  ‘tegenopstand’.

Deze nefaste strategie is uitgelopen op aanhoudende schendingen van het internationaal humanitair recht, niets ontziende zelfmoordaanslagen van de Irakese milities en tegengeweld van de coalitietroepen, waarbij elke week honderden burgers gedood worden. Irakese burgers, die reeds zwaar leden onder het regime van Saddam Hussein en onder de internationale sancties, ontberen nu een minimum aan bestaanszekerheid en bescherming. Naast de dagelijkse zichtbare slachtoffers van het geweld, is er de algehele ontreddering van de Irakese bevolking. Volgens Unicef zijn meer dan 4 miljoen kinderen ondervoed en wordt hun toekomst bedreigd. Bovendien is één op de acht Irakezen op de vlucht. Van de 27 miljoen inwoners zijn 2 miljoen burgers intern verplaatst en 2 miljoen burgers vluchtten naar de buurlanden. Dit is het grootste vluchtelingenprobleem in de regio sinds 1948.

De Verenigde Staten trokken echter tot nu toe geen lessen uit de catastrofe van de Irakoorlog. Dit blijkt ook uit de koers van confrontatie met Iran. De Bush-administratie benadrukt dat Iran betrokken is bij de opstand in Irak. Zo probeert president Bush de rampzalige situatie in Irak toe te schrijven aan Iran, eerder dan aan eigen falen. De  Amerikaanse regering stelt dat een militaire actie tegen Iran niet mag uitgesloten worden, gezien de voortzetting van het nucleaire programma van dit land en de kans op de ontwikkeling van een Iraans kernwapen, des te meer gezien de dreigende taal van president Ahmadinejad met betrekking tot Israël.                                                  …/…

 

Wat doet Europa?

De vicieuze cirkel van geweld die Irak vernietigt, is een bedreiging voor het ganse Midden-Oosten en voor de wereldvrede. De Europese Unie is het aan zichzelf verplicht een veel duidelijker positie in te nemen. Ze moet zich afzetten tegenover de huidige Amerikaanse koers die de machtsbalans in de regio wil herschikken. Achter de schermen probeert de Amerikaanse regering de soennitische regimes, zoals Saoedi-Arabië, te overtuigen van de noodzaak van een oorlog tegen het sji’itische Iran, met de hoop zo ook het regime in Syrië en Hezbollah in Libanon te kunnen verzwakken. 

Zoals Hans Blix reeds aangaf, zou een militaire interventie tegen Iran zeer rampzalige gevolgen hebben en moet deze vermeden worden door alle diplomatieke kanalen te benutten. Om het non-proliferatieverdrag rond kernwapens te doen respecteren moeten de kernmachten allereerst zelf - om te beginnen de vijf permanente leden van de VN-veiligheidsraad - hun nucleaire capaciteit volledig ontmantelen in plaats van deze te vernieuwen. Daarnaast moet de internationale gemeenschap consequent handelen, en ook van Israël eisen dat het zijn kernwapens ontmantelt.

De Europese Unie moet veel consequenter optreden ten aanzien van het hele Midden-Oosten, waarbij zij alle partijen en landen uit de regio oproept om het internationaal recht te respecteren. Daarbij moeten dialoog en normalisering van de gesprekken met alle betrokken partijen - met name in elk geval met Irak, Iran, Israël, Syrië, de Palestijnse autoriteiten, de Libanese regering, Jordanië, Hamas en Hezbollah - hoog op de agenda staan. De organisatie van een brede conferentie voor veiligheid en samenwerking in het Midden-Oosten is een must, naar het voorbeeld van de conferentie en organisatie voor veiligheid en samenwerking die in Europa tot stand kwam op het hoogtepunt van de Koude Oorlog.      

Namens de algemene vergadering van Pax Christi Vlaanderen

Deel dit artikel

       

Niet te missen