Vragen en antwoorden over de situatie in Gazastrook en Libanon: het Midden-Oosten

De situatie in het Midden-Oosten is bijzonder zorgwekkend. Sinds midden juli heeft Israël twee fronten: één in de Gazastrook en één in Libanon. Als reactie op de raketaanvallen van Hezbollah en de gevangenneming van Israëlische soldaten, liet Israël de hel neerdalen op Libanon. In enkele dagen tijd verwoestte het de luchthaven, de grote toegangswegen en honderden doelwitten in woongebieden. Hierbij vielen reeds meer dan 250 doden. Ook in de Gazastrook blijft Israël de Palestijnse burgerbevolking bestoken met lucht-en grondaanvallen, waarbij sinds juni meer dan 80 slachtoffers vielen Hezbollah blijft tevens raketten op Israël afvuren en raakte hierbij voor het eerst grote Israëlische steden zoals Haifa en Nazareth. De aanvallen veroorzaakten een schokgolf en doodden bijna 20 burgers. Israëls optreden wordt buitensporig genoemd, maar het betwist dit en stelt dat het zich enkel verdedigt. Waarnemers wijzen op de mogelijke gevaren voor een regionale escalatie, met de rol van Syrië en Iran die Hezbollah steunen. De crisis roept veel vragen op. Hieronder vindt u er een paar op een rijtje.


1. Hoe startte de huidige crisis?
 
De onmiddellijke aanleiding voor de Israëlische militaire operatie in de Gazastrook, was de aanval van Palestijnse gewapende groeperingen op 28 juni op een Israëlische wachtpost. Hierbij doodden ze twee soldaten en namen ze één soldaat gevangen. Een gelijkaardig incident vond plaats op 12 juli aan de grens met Libanon waar Hezbollah een aanval op een Israëlische patrouille pleegde. Hezbollah doodde 8 soldaten en nam er twee gevangen. Israël reageerde in beide gevallen met zware bombardementen en verklaarde dat het zich moest verdedigen. Vooral in Libanon zijn de bombardementen zeer hevig. Israël bombardeerde de luchthaven, de grote wegen en honderden andere, voornamelijk civiele, doelwitten. Ook Hezbollah bestookt Israël met raketten. Voor de eerste keer vuurde het raketten af op Haifa. Dit zette het leger voor schut en bracht een schokgolf teweeg in Israël. In tegenstelling tot de oorlog met Libanon in 1982, staat de publieke opinie in Israël achter de huidige militaire operaties. Het argument is dat Israël zich verdedigt en enkel op deze manier veilige grenzen kan creëren.
 
2. Heeft Israël het recht zich te verdedigen?
 
Zoals elke soevereine staat, heeft Israël het recht zich te verdedigen, volgens de regels van het internationaal recht. Als de staat geweld gebruikt, dan moet hier een goede reden voor bestaan en moet het proportioneel zijn. Op beide fronten is het geweld echter buitensporig en vernielt Israël op grote schaal civiele infrastructuur. In de Gazastrook doodde het leger sinds begin juli reeds meer dan 80 burgers. Bovendien ontzegt het de Palestijnse bevolking toegang tot water, elektriciteit en humanitaire hulp. In Libanon doodde het leger in minder dan een week tijd meer dan 200 Libanese burgers. Dit staat niet in verhouding tot de aanvallen van Hezbollah, waarbij meer dan 10 Israëlische burgers werden gedood en honderden werden gewond. Het is een beproefde Israëlische strategie om alle middelen in te zetten om zijn belagers, die zich vaak in bewoonde gebieden bevinden, uit te schakelen. Daarbij is de burgerbevolking, zoals ook nu weer, vaak het eerste slachtoffer. Dit is niet alleen een schending van het oorlogsrecht, maar bovendien heeft het Israël nooit een voordeel opgeleverd.
 
3. Trekt Israël zich terug als het zijn soldaten kan terughalen?
 
De vrijlating van de soldaten is de voorwaarde voor een terugtrekking uit de Gazastrook en een staakt-het-vuren met Hezbollah. Tegelijkertijd zeggen Israëlische militairen en politici dat de gevangenneming van de militairen slechts een aanleiding was voor de operaties. Het echte doel is om zowel Hamas als Hezbollah, die een veiligheidsrisico vormen, te ontmantelen. Volgens Israël moet Hezbollah volledig ontwapenen en moet het Libanese leger zijn troepen ontplooien aan de grens. De kans is klein dat dit gebeurt. Het opvoeren van de bombardementen zou zelfs kunnen wijzen op een mogelijke Israëlische grondoperatie. Israël suggereerde ook dat het doelwitten in Syrië zal aanvallen. In de Gazastrook is de situatie verschillend. In tegenstelling tot wat Israël beweert, is het daar een bezettende macht. Israël behoudt daar immers nog steeds de controle over de grenzen, het luchtruim en de zee. Sinds de terugtrekking in augustus 2005, werden vanuit de Gazastrook mortiergranaten afgevuurd op nabijgelegen Israëlische steden en heeft Israël jacht gemaakt op leiders van Hamas. Daarbij werden ook heel wat burgers blootgesteld aan geweld. Het is onwaarschijnlijk dat Israël zijn beleid hier verandert omdat het zich slechts onder eigen voorwaarden wil terugtrekken uit bepaalde delen van de bezette Palestijnse gebieden. Het wil zijn unilaterale beleid voortzetten en krijgt hiervoor Amerikaanse steun.
 
4. Is er een gevaar voor een regionale escalatie?
 
Waarnemers voorspellen dat de Israëlische acties in Gaza en Libanon het omgekeerde effect zullen hebben. Ze vrezen dat de steun voor Hamas in de Palestijnse gebieden zal groeien. Daarnaast zal de sympathie voor Hezbollah in het Midden-Oosten toenemen. De Arabische regimes zijn misnoegd over de aanvallen van Hezbollah, maar de bevolking beschouwt ze als een geoorloofde verzetsdaad tegen Israël. Op lange termijn zal de huidige crisis de anti-Amerikaanse en anti-Israëlische gevoelens in de regio nog versterken. Hierdoor kan een nieuwe generatie van militante en extremistische groeperingen ontstaan die radicaler zijn dan hun voorgangers, net zoals Hamas en Hezbollah dat waren. Op korte termijn kan het geweld zich over de regio verspreiden, als Israël Syrië, en in het uiterste geval Iran, zou aanvallen. Het houdt Damascus en Teheran terecht mede verantwoordelijk voor de aanvallen tegen Israël door hun steun aan Hezbollah. Net zoals de Verenigde Staten, hoopt Israël ook dat deze operaties een positieve verandering in het Midden-Oosten kunnen teweeg brengen, door onder andere regimewissel in Syrië en Iran. Waarnemers maken de vergelijking met Irak en veroordelen deze militaire strategie die geen rekening houdt met de impact op de regio. Zeker met de huidige crisis met Iran en het nieuwe extremistische regime lijkt een confrontatie hen niet aangewezen. Vast staat dat het conflict niet snel zal gaan luwen. Hiervoor ontbreekt ook de druk van de internationale gemeenschap.
 
5. Waarom reageert de internationale gemeenschap zo terughoudend?
 
De internationale  gemeenschap wordt vaak verweten met twee maten en twee gewichten te meten als het over het Midden-Oosten gaat. De schendingen van het internationaal recht door onder andere de Palestijnse gewapende groeperingen en Hezbollah, worden krachtdadig veroordeeld. Israëls respect voor het internationaal recht wordt echter niet afgedwongen. Dit heeft vooral te maken met de houding van de Verenigde Staten die Israël quasi onvoorwaardelijk steunen. Maar ook binnen de Europese Unie bestaat geen eensgezindheid over de positie ten aanzien van Israël. Zo weigeren Duitsland en de nieuwe lidstaten om Israëls schendingen aan de kaak te stellen. In de huidige crisis is dit ook het geval. Op de G8-top weigerden de Verenigde Staten en Duitsland om Israëls buitensporige geweld te laken en benadrukten ze Israëls recht op zelfverdediging. De Verenigde Naties dringen aan op een staakt-het- vuren en de versterking van de VN-macht UNIFIL aan de Libanese grens. De Verenigde Staten houden dit echter tegen, op vraag van Israël.
 
6. Wat is de achtergrond van het Israëlisch-Libanese conflict ?
 
Op 6 juni 1982 lanceerde toenmalig minister van Defensie Sharon de operatie ‘Vrede voor Galilea’. Oorspronkelijke leek het of Israël Palestijnse milities wou verdrijven aan de grens om te verhinderen dat ze Katyusha raketten konden afvuren op Israël. Gauw bleek dat Israël Zuid-Libanon wou bezetten om zo naar Beiroet op te rukken. Doel was de daar gevestigde Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) te verdrijven. Tijdens de belegering van Beiroet was de internationale druk op Israël groot. Meer dan 10.000 burgers werden immers gedood. Het meest dramatische incident was de slachtpartij in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila door de Falangisten, een christelijke extremistische groep. Dit gebeurde met medeweten van het Israëlische leger dat niet ingreep. Hierna trok Israël zich voornamelijk terug tot Zuid-Libanon, waar het geconfronteerd werd met verzet van de nieuwe militie Hezbollah. In 2000 vertrok Israël uit Libanon. De kost van de bezetting was te groot geworden, omwille van het hoge dodental onder de soldaten.
 
7. Wie is Hezbollah?
 
Hezbollah werd in 1982 opgericht door sjiietische Libanezen als verzetsgroep tegen het Israëlische leger in Zuid-Libanon.  De militie groeide snel door financiële en militaire steun vanuit Syrië en Libanon. Tussen 1982 en 1985 vocht het een guerilla-oorlog tegen het Israëlische leger en pleegde Hezbollah, als eerste gewapende groep in de regio, zelfmoordaanslagen tegen Israëlische doelwitten in Libanon. De terugtrekking van het Israëlische leger in 2000, is grotendeels te wijten aan het grote dodental door de aanvallen van Hezbollah. Hierdoor kreeg Hezbollah  de status van verzetsgroep tegen Israël in het Midden-Oosten. Hezbollah heeft ook steeds een stevig verankerd sociaal netwerk voor de sjiietische bevolking gehad. In de jaren negentig begon het zich dan ook als een politieke partij te profileren en stapte het af van zijn doel om een islamitische staat in Libanon op te richten. Vanaf 2000 had Hezbollah zich moeten ontwapenen, maar het weigert dit te doen. Het blijft raketten afvuren op de zogenaamde ‘Shebafarms’, een gebied dat Israël bezet. Volgens Hezbollah behoort deze strook van 25 vierkante kilometer tot Libanon, maar Israël en de VN stellen dat het van Syrië werd ingenomen. Hezbollah nam ook Israëlische soldaten gevangen in 2000, en eiste de vrijlating van Palestijnse en Libanese gevangenen. In 2004 liet Israël bijna 500 Libanese en Palestijnse gevangen vrij.
 
8. Wat heeft Hezbollah te maken met Hamas?
 
Hezbollah en Hamas hebben niet zoveel met elkaar te maken. Het zijn beide islamistische gewapende groeperingen, de ene sjiietisch en de andere soennitisch. Hamas, en andere Palestijnse groeperingen, zien in Hezbollah zijn voorbeeld, door de strijd tegen Israël in Zuid-Libanon. Beide worden ook gesteund door Syrië en Iran, hoewel de link van Hezbollah met beide landen veel groter is.
 
9. Wat moet er gebeuren?
 
De internationale gemeenschap moet meer druk op Israël uitoefenen om het internationaal recht en het oorlogsrecht te respecteren. Israël moet onder druk worden gezet om te begrijpen  dat een militaire oplossing niet bestaat en buitensporig geweld als een boemerang werkt. Ook Hezbollah moet onder druk worden gezet om zijn raketaanvallen te staken. De Libanese regering moet daartoe meer internationale steun krijgen. Het succes van effectieve druk op Hezbollah hangt ook af van Syrië en Iran. In het licht van de strijd tegen het terrorisme, moet een escalatie van het conflict vermeden worden. Ook de internationale gemeenschap heeft hier baat bij, aangezien Israëls buitensporige optreden onrust en extremisme in de regio bevordert. De echte sleutel voor de oplossing van het huidige conflict, ligt echter in de Palestijnse gebieden. Om vrede in de regio en veiligheid voor Israël mogelijk te maken, moet Israël zich terugtrekken uit de bezette Palestijnse gebieden.
 
 

Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Pax Christi Vlaanderen-Broederlijk Delen

Deel dit artikel

       

Niet te missen