Waarom 11.11.11 bezorgd is over het EU-VS handelsakkoord

we the corporations

Mogen handelsexperten en diplomaten achter gesloten deuren onze sociale, milieu- en gezondheidsregels wijzigen, en de manier waarop ze tot stand komen? En buitenlandse investeerders de mogelijkheid geven om sociale, milieu- en gezondheidsregels aan te vallen?  11.11.11 vindt van niet en met ons alvast 1.347.251 Europese burgers.

11.11.11 volgt al jarenlang het Europese handelsbeleid op de voet. Uit ervaring weten we dan ook dat handelsakkoorden een diepe impact hebben op economie en samenleving. De handelsakkoorden worden achter gesloten deuren onderhandeld met weinig of geen inspraak. Het zijn vooral de bedrijven die de richting bepalen.

Met het EU-VS vrijhandelsakkoord (TTIP-Transatlantic Trade and Investment Partnership) dat sinds juli 2013 onderhandeld wordt,  zal hun invloed nog toenemen. De voordelen van TTIP voor de Europese burgers worden te rooskleurig voorgesteld. Het akkoord zal de onderhandelingspositie van de ontwikkelingslanden verzwakken en ook hun uitvoer naar Europa verminderen.

Bovendien zal het toepassingsgebied van het zgn 'Investeerder-Staat Geschillenregelingsmechanisme'  (ISDS) worden uitgebreid. Dit mechanisme is een gevaar voor de democratische besluitvorming.  

'Handels'-akkoorden gaan over veel meer dan handel

Het handelsbeleid van de EU spitste zich traditioneel toe op de ontwikkelingslanden. Recent worden ook akkoorden onderhandeld met industrielanden zoals Canada, Japan en nu dus de VS.

Hedendaagse handelsakkoorden beperken zich al lang niet meer tot wat gewoonlijk verstaan wordt onder handel, het over de grens verkopen en vervoeren van goederen.

Hedendaagse handelsakkoorden dringen diep door in het weefsel van economie en samenleving. Ze leggen principes en kaders op voor grote delen van het binnenlandse beleid en regelgeving. Ze bepalen niet alleen hoe er 'gehandeld' kan worden maar ook hoe er kan geproduceerd worden, hoe diensten kunnen worden aangeboden en zelfs waaraan de binnenlandse regelgeving en besluitvorming moet voldoen.

Handelsakkoorden belangen iedereen aan maar verdragen geen pottenkijkers

Handelsakkoorden gaan dus niet alleen over goederen en investeringen, maar net zo goed over openbare aanbestedingen, onderwijs, gezondheidsdiensten, cultuur, milieu en milieuzorg, toegang tot geneesmiddelen en kennis, landbouw, voedselveiligheid, en niet te vergeten tewerkstelling.

Ze belangen dus iedereen in de samenleving aan. Toch gebeuren de onderhandelingen achter gesloten deuren, met een geprivilegieerde inkijk en inspraak voor bedrijven.

Parlementen komen er zelden aan te pas. Het zijn de regeringen die de onderhandelingen voeren. Op het einde van de rit mogen parlementen het globale akkoord goed- of afkeuren.

Bij Europese handelsakkoorden geeft de Raad (de regeringen van de lidstaten) een onderhandelingsmandaat aan de Europese Commissie. Het Europese Parlement krijgt wel inzage in het verloop van de onderhandelingen maar mag uiteindelijk ook alleen maar ja of nee stemmen als het akkoord al ondertekend is.

De regeringen van de meeste lidstaten - en helaas ook de regeringen in België- geven hun parlementen nauwelijks enige informatie en inspraak.

In TTIP zal de EU moeten buigen

Bij onderhandelingen met ontwikkelingslanden kan de EU, met haar uitgebreide markt en haar belangrijke positie als donor en investeerder, de voorwaarden stellen.

Europese handelsakkoorden vergen vooral veel aanpassingen bij de handelspartner, zelden bij de EU zelf. Ontwikkelingslanden moeten vaak beleidsinstrumenten uit handen geven die ze proberen in te zetten om hun ontwikkelingsachterstand in te halen.

Bij de onderhandelingen met de VS liggen de kaarten anders. De VS is zelf een dominante speler en groot exporteur van haar regelgeving. Het vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS zal dus moeten streven naar 'convergentie'. De Amerikaanse 'minimal state' en het Europese welzijnsmodel zullen dus naar elkaar toe moeten groeien. Het valt te betwijfelen of dit zal leiden tot een 'race naar de top'.

Regelgevende convergentie of verlaging?

In het kader van TTIP gaat er vooral om aan welke voorwaarden producten en diensten moeten voldoen om toegang te krijgen tot elkaars markt. Het verschil in reglementering wordt gezien als een handelsbelemmering.

Er zijn verscheidene manieren waarop 'regelgevende convergentie' tot stand kan komen.

  • wederzijdse erkenning: als een product toegelaten is in de VS, is het dat ook in de EU en andersom. Maar als een milieu- of volksgezondheidsnorm in de VS lager ligt, ondergraaf je op die manier wel de hogere norm in de EU.

  • harmonisering: je doet aan beide kanten wat af of bij. Daarmee haal je de laagste norm wat naar omhoog, maar haal je de hoogste norm wat naar beneden.

Onder druk van protesten van vakbonden, milieu-, consumenten- en gezondheidsorganisaties benadrukt de Europese Commissie dat het niet van plan is om Europese normen voor voedselveiligheid (zoals het verbod op GGO’s of hormonen  en preventief gebruik van  antibiotica), volksgezondheid, veiligheid, enz te verlagen in TTIP.

Handels- en bedrijfsbelangen eerst.

Maar telkens als er een onderhandelingstekst uitlekt blijken er toch normverlagingen in te zitten. Bovendien werken de onderhandelaars aan een ingewikkeld systeem van regels die beide kanten verplicht om in de toekomst alle wetgeving en uitvoeringsbesluiten vooraf aan elkaar voor te leggen zodat er voor kan gezorgd worden dat de nieuwe regelgeving "niet onnodig belastend is", "de concurrentie bevordert" en “de handel en investeringen vergemakkelijkt”.

11.11.11 is beducht voor de ambitie van beide grootmachten om hun 'gevonden convergentie' gezamenlijk op te leggen aan de rest van de wereld.

Met andere woorden TTIP zal bepalen dat alle regelgeving voortaan “zo weinig mogelijk handel verstorend” is en dus niet “zo weinig mogelijk milieu verstorend” of “zo weinig mogelijk schadelijk voor de gezondheid”.  Handels- en bedrijfsbelangen worden in TTIP dus tot hoogste goed verheven.

Het wederzijdse transparantie- en consultatiesysteem – in TTIP “Regelgevende Samenwerking” genoemd-  beperkt zich niet tot nieuwe regelgeving maar laat ook toe om bestaande regelgeving te herzien.

Het beperkt zich ook niet tot het centrale beleidsniveau (de Federale Overheid in de VS en de Europese Commissie in de EU). De bedoeling is om dit ook uit te breiden tot de wetgeving en uitvoerende regelgeving van alle 28 Europese lidstaten en 50 Amerikaanse deelstaten en misschien zelfs tot het sub-nationale niveau (zoals onze gemeenschappen en gewesten).

Met de “Regelgevende Samenwerking” zullen voor gevoelige kwesties (zoals de toegelaten stoffen in chemische producten of hormonen in de vleesproductie) inderdaad geen nieuwe of verlaagde regels worden afgesproken in TTIP, maar ze zullen wel in alle stilte kunnen gewijzigd worden achteraf (als de protesten zijn gaan liggen) op basis van TTIP.

TTIP voor iedereen

Van bij de start van de onderhandelingen hebben de EU en de VS te kennen te geven dat hun ambitie verder rijkt dan de trans-Atlantische ruimte.

Met TTIP willen ze de norm stellen voor de rest van de wereld. 11.11.11 is beducht voor de ambitie van beide grootmachten om hun gevonden convergentie gezamenlijk op te leggen aan de rest van de wereld.

Dat zal de onderhandelingspositie van ontwikkelingslanden en de mogelijkheid om een eigen ontwikkelingsbeleid te voeren verder verzwakken.

Bovendien zal de verdere liberalisering van de handel met de VS leiden tot minder handel tussen de EU lidstaten en tussen de EU en het Zuiden: de VS zal een deel van hun markt inpikken.

barcode 2 medium 3331500084

Geschillenregeling

11.11.11 is bijzonder verontrust over de opname van het beruchte ISDS  in TTIP.  ISDS staat voor “investor-state dispute settlement” een geschillenregelingsmechanisme waarbij buitenlandse investeerders hun gastland rechtstreeks kunnen aanklagen bij internationale privé-arbitragetribunalen als ze vinden dat hun belangen zijn geschaad.

Tot nu toe was deze regeling vooral terug te vinden in de vele honderden investeringsakkoorden die de industrielanden sinds de jaren 1960 hebben afgesloten met ontwikkelingslanden.

Dit gebeurde om hun investeerders te beschermen tegen onteigeningen. Maar het toepassingsgebied van deze BITs (Bilateral Investment Treaties) is alsmaar toegenomen en ze worden meer en meer gebruikt door buitenlandse investeerders om algemene beleidsmaatregelen aan te vallen, zowel in ontwikkelingslanden als industrielanden.

Daarbij maakt het niet uit of een overheidsmaatregel wettelijk of grondwettelijk was of  dat een maatregel genomen werd om het milieu of de volksgezondheid te beschermen.

De privé-rechters die het ISDS bevolken  beroepen zich enkel op de vage beschermingsnomen die in de BITs staan, zoals “indirecte onteigening” en “billijke  en faire behandeling”. En tegen de uitspraak van de privé-rechters is geen beroep mogelijk.

De EU wil deze regeling nu veralgemenen door ze op te nemen in de vrijhandelsakkoorden met Canada, Japan, en de VS. Gezien de enorme hoeveelheid investeringen tussen deze landen, vooral tussen de EU en de VS (40% van de wereldwijde investeringen), zou dit een enorme uitbreiding betekenen van het toepassingsgebied van dit mechanisme (en een enorme marktuitbreiding voor de dure advocatenbureaus die gespecialiseerd zijn in ISDS).

Nochtans hebben investeerders uit de EU, Canada, de VS en Japan al sinds jaar en dag toegang tot elkaars binnenlandse rechtspraak en kunnen ze daar net zo goed overheden aanklagen als ze zich benadeeld voelen. Het grote verschil is dat de rechtspraak openbaar is, onder voorzitterschap van vast benoemde rechters, op basis van grondwetten en wetgeving van het gastland, met mogelijkheid tot beroep en verbreking. ISDS toevoegen aan de vrijhandelsakkoorden met deze landen is dus overbodig maar brengt wel grote risico's met zich mee voor het algemeen beleid en de schatkist. Toch wil de EU doorzetten om dit mechanisme nadien samen met de VS, Canada, Japan en andere industrielanden te kunnen verspreiden.

Protest uit het Zuiden

Dit manoeuvre komt op een ogenblik dat in de ontwikkelingslanden het protest tegen uitzonderingsrechtspraak in investeringsakkoorden groeit.  Uiteraard zijn er gevallen van onterechte overheidsbeslissingen, maar de zeer ruime en onvoorspelbare interpretaties van de arbitragecolleges waartegen bovendien geen beroep mogelijk is maakt dat landen zich afkeren van het systeem. Zo zijn Zuid-Afrika en Indonesië begonnen om hun bilaterale investeringsakkoorden met de EU-landen op te zeggen omdat ze ISDS geen billijke regeling vinden.

Online consulatie

Onder druk van het groeiend protest tegen de 'investeerder-staat geschillenregeling' en in het bijzonder het protest tegen de opname daarvan in het handelsakkoord met de VS heeft toenmalig Commissaris De Gucht in januari 2014  een pauze ingelast in de investeringsonderhandelingen met de VS om een openbare online consultatie te organiseren. Die liep van eind maart tot 13 juli. De resultaten zij op 13 januari bekend gemaakt.

11.11.11 dat de debatten over de Europese aanpak van ISDS op de voet volgt deed mee aan deze consultatie

Marc Maes, 11.11.11 beleidsmedewerker handelsbeleid

Meer:


Downloads:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels