Wat nu? IMF plots voorstander strenge aanpak internationale belastingontwijking

tax evasion

Jarenlang was het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een grote pleitbezorger voor minder lasten op bedrijven en hogere lasten op consumptie in ontwikkelingslanden. Daar lijkt recent verandering in te komen. Dat blijkt uit een gloednieuwe beleidspaper van het IMF die gisteren werd gepubliceerd. Het gaat voorlopig nog niet om een  officiëel standpunt van het IMF.

De paper 'Spillovers in international taxation' neemt de gevolgen  van fiscale beslissingen in één land op andere landen onder de loep, de zogenaamde 'spillover effecten'.

Het IMF zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar eigenlijk gaat het om de impact van de fiscale gunsttarieven die rijke landen toekennen aan multinationals  op de belastinginkomsten voor ontwikkelingslanden.  Het rapport laat er geen twijfel over: die 'spillovers' zijn er wel degelijk en treffen vooral ontwikkelingslanden. Daarmee bevestigt het IMF wat ngo's al jaren aan de kaak stellen. De ngo's pleiten al jaren voor het principe dat winsten moeten belast worden daar waar ze gemaakt worden. 

Het rapport zet ook de OESO onder druk die vandaag een leidende rol speelt in de internationale onderhandelingen over striktere belastingregels voor multinationals. De OESO werkt aan 15 concrete acties om 'fiscale optimalisatie', het vermijden van belastingen door het doorschuiven van winsten tussen onderdelen van eenzelfde multinational, aan te pakken.  De OESO beperkt zich daarbij tot het aanscherpen van de bestaande instrumenten, zonder het internationale belastingsysteem fundamenteel in vraag te stellen.

Volgens het IMF is die aanpak dus onvoldoende, al blijft het Fonds voorzichtig en spreekt van 'complementaire aanpak'.  Zo opent het IMF de deur voor 'unitary taxation' waarbij bedrijven belastingen betalen daar waar de winsten gerealiseerd worden.

Bovendien zijn ontwikkelingslanden, de eerste en grootste slachtoffers van belastingontwijking, te weinig betrokken bij de plannen. 

Koerswijziging

De recente koerswijziging van het IMF komt niet helemaal uit de lucht vallen. Vorig jaar nog adviseerde het IMF de Mongoolse overheid om hun belastingverdrag met Nederland op te zeggen omdat het internationale mijnbouwbedrijven de kans geeft belastingen in het Centraal-Aziatisch land te ontwijken

Enkele spraakmakende cijfers uit het rapport:

  • De belastingdruk voor bedrijven is gedaald van 50% in 1980 tot 30% in 2012 in lage inkomenslanden

  • Luxemburg, Nederland en Mauritius zijn samen goed voor meer dan een kwart van de directe buitenlandse investeringen wereldwijd

  • Ontwikkelingslanden verliezen jaarlijks 160 miljard dollar aan belastinginkomsten. Dat is voldoende om de nood aan universeel basisonderwijs te lenigen.

 

Concrete oplossingen nodig

Opvallend is dat het IMF dus wel het debat ten gronde opent over de  internationale fiscale spelregels. Het IMF is er bijzonder goed in geslaagd om de problemen te benoemen, ook vanuit het perspectief van de ontwikkelingslanden. Het is dan ook jammer dat er heel wat minder aandacht is voor concrete oplossingen zoals een grotere transparantie door verplichte financiële rapportage per land waar de multinational  actief is.

11.11.11 hoopt dan ook dat dit de start is van een nieuwe, ambitieuze IMF-agenda die de internationale fiscale regels ook fundamenteel verandert. Bovendien wordt ook duidelijk dat de OESO niet het meest geschikte forum is.  Er moet gedacht worden aan fora waar ontwikkelingslanden sterker vertegenwoordigd zijn.

Ook voor België ligt er een verantwoordelijkheid. In een aantal Europese lidstaten is al een evaluatie aan de gang van de impact van nationale belastingregels op ontwikkelingslanden. De volgende regering kan de kans grijpen om daar ook in België werk van te maken.


Jan Van De Poel

Deel dit artikel