Ook in Peru staan middenveldorganisaties onder druk


peru conga catapa


Op donderdag 16 januari protesteerden opnieuw een  duizendtal manifestanten tegen het mijnbouwproject Conga. Tijdens de actie vatte een beveiligingspost vuur nabij het bergmeer Namacocha, dat vervolgens oversloeg naar een gsm-antenne.

Het protest in Cajamarca werd meteen weggezet als een actie die wordt gestuurd door enkele eco-terroristen die de ontwikkeling van de regio willen hypothekeren. Net zoals in Ecuador en Bolivia viseert men in Peru te kritische  middenveldorganisaties, zeker wanneer het over megaprojecten, zoals het Conga-mijnproject gaat.





'Anti-Conga manifestanten zetten beveiligingspost en gsm-antenne in lichterlaaie', zo koppen artikels in de nationale kranten El Comercio en La República daags na een protestactie te Cajamarca.

Woordvoerder van mijnbouwbedrijf Yanacocha meldde in een persbericht dat verschillende manifestanten verantwoordelijk waren voor het voorval, en dat enkele actievoerders bovendien een veiligheidsagent hadden ontvoerd tijdens de protestmars. Milton Sánchez, voorzitter van verzets- en koepelorganisatie PIC, ontkende meteen alle aanklachten, erop wijzende dat de protestactie ver weg van de antenne en veiligheidspost plaatsvond.

De reacties in de Peruaanse media na de protestactie van 16 januari waren voorspelbaar. Het verzet in Cajamarca wordt gestuurd door enkele radicalen of eco-terroristen die de ontwikkeling van de regio hypothekeren met hun opruiende verhaal; dit was de algemene teneur in de berichtgeving over de manifestatie.

Op 18 januari verscheen in La República een artikel met titel 'Walter Albán [Peruaans minister van Binnenlandse Zaken] bevestigt dat protesten tegen Conga niet ongestraft zullen blijven'.

Dit voorval overschaduwt wederom de essentie van het protest tegen het mijnbouwproject Conga. Namelijk, dat het breed gedragen, lokale verzet tegen het project na 2 jaar níet afneemt.

In tegenstelling tot de recente berichten van de Peruaanse regering en mijnbouwbedrijf Yanacocha, die spreken over een groeiend vertrouwen tussen het bedrijf en de Cajamarquinos, is er nog steeds geen lokaal draagvlak voor het Conga project, getuige deze protestmars.


Europese steun aan radicalen uit Cajamarca


Naast alle commotie omtrent de protestactie van 16 januari was nog een opvallend bericht te horen tijdens het journaal van televisiezender RPP Noticias. Onderzoeker Miguel Santillana, verbonden aan de universiteit van San Martín, verklaarde dat Europese ngo's en partijen de anti mineros in Cajamarca ondersteunen, met alle gevolgen van dien.

In een te publiceren onderzoek zal hij blootleggen hoe Marco Arana, een van de voornaamste politieke – en verzetsleiders uit Cajamarca, steun krijgt uit Europa. Alsook 'onruststokers' Edy Benavides en Milton Sánchez, voorname verzetsleiders uit Bambamarca en Celendín, hebben Europese linken, vervolgt hij. De lokale bevolking steunt volgens hem het mijnbouwproject, het verzet is volgens Santillana niet meer dan een politiek steekspel, ondersteund door Europese organisaties. 

Conga, een goud- en koperproject van 4.8 miljard dollar, is voor de Peruaanse regering een zaak van staatsbelang. Kritische stemmen over Conga, lokaal of internationaal, worden systematisch in diskrediet gebracht.

De Ecuadoriaanse president Correa ontbond in december 2013 de milieu-ngo Pachamama na hun te actieve campagne tegen de olieboringen in het Yasuni park.

De Boliviaanse president Morales wees de Deense ngo IBIS het land uit na een te actieve samenwerking met de 'anti-regeringsgezinde' inheemse bevolking.

Ook in Peru viseert men te actieve middenveldorganisaties, zeker wanneer het over megaprojecten als Conga gaat. Of dit dezelfde uitkomst zal hebben in Peru als in Ecuador en Bolivia, zal de toekomst uitwijzen.

In maart zijn het lokale verkiezingen in Peru. De uitkomst in Cajamarca, een pro of anti-Congabestuur, wordt een belangrijke factor voor de toekomst van het project en de lokale bevolking.

David Verstockt, Catapa vzw


Meer info:

Deel dit artikel