De Belgische ontwikkelingssamenwerking en fragiele staten: is er een kloof tussen beleid en praktijk?

De Belgische ontwikkelingssamenwerking en fragiele staten: is er een kloof tussen beleid en praktijk?

De helft van het budget dat ons land aan directe ontwikkelingssteun geeft, gaat naar zes fragiele staten. Fragiele staten, de naam zegt het al, zijn landen met zwak uitgebouwde en weinig legitieme staatsinstellingen, die vaak een verleden hebben van gewapend conflict en autoritair gezag.


Sinds begin deze eeuw is de wereld het erover eens dat deze landen nood hebben aan een andere, doeltreffendere aanpak. De OESO ontwikkelde daarom 10 'fragiele staten-principes' die door de ontwikkelde landen toegepast dienen te worden bij het verlenen van steun en er werd een internationale New Deal voor engagement in fragiele staten afgesloten.

België onderschrijft deze principes en vertaalde ze begin 2013 in een eigen strategienota voor fragiele staten. Het is nu aan de volgende minister van ontwikkelingssamenwerking om deze strategienota meer gestalte te geven.

Volgens een rapport dat 11.11.11 voorstelde op de Staten Generaal van de Ontwikkelingssamenwerking blijkt immers dat er nog heel wat uitdagingen zijn om het Belgisch beleid rond fragiele staten volledig in de praktijk om te zetten.

Uit de casestudies, die samen met IPIS in Congo werden uitgevoerd, blijkt dat veel knelpunten voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking in fragiele staten politiek van aard zijn, terwijl de Belgische ontwikkelingssamenwerking de zaken eerder op een technische manier aanpakt.

Ook bij resultaten en bij besteding ligt de focus te veel op het technische vlak, met weinig ruimte voor flexibiliteit en risicobeheersing om op opportuniteiten in te spelen. Op basis van politieke prioriteiten wisselt men bovendien vaak van sector, budget en modaliteit.

Zo werd in 2009 besloten om in Congo niet meer te investeren in gezondheid, en gaat men er nu naar terug. 'Gevoelige' sectoren, zoals de hervorming van justitie of steun aan decentralisatie, of het verhogen van de conflictgevoeligheid krijgen dan weer betrekkelijk weinig Belgische aandacht.

Kortom: er wachten de nieuwe minister van ontwikkelingssamenwerking na de verkiezingen heel wat uitdagingen om de Belgische ontwikkelingssamenwerking meer aangepast te maken aan de context in fragiele staten.

Durft de minister flexibiliteit, het nemen van risico (met kans op falen), langere samenwerkingsprogramma's en echte beleidscoherentie te verdedigen? Vindt de minister dat een lange termijnvisie en coördinatie belangrijker zijn dan een Belgisch vlaggetje planten of zijn eigen prioriteiten doordrijven? Indien het antwoord op beide vragen ja is kunnen er verdere stappen gezet worden om de fragiliteitsbenadering te implementeren en de impact van de Belgische ontwikkelingssamenwerking in fragiele staten te verhogen.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels