10de WTO-conferentie: Is het einde van de Doha Ontwikkelingsronde nabij?

Onderhandelen op hoog niveau tijdens de vorige top in Bali

Vandaag start in Nairobi de 10de Ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie. De top start in een gespannen sfeer. De VS heeft het gehad met de zogenaamde Doha Ontwikkelingsronde die in 2001 in Doha (Qatar) werd gelanceerd. Daar werd beloofd om de ontwikkeling van het Zuiden centraal te stellen. Maar de VS wil nu dat de WTO de bladzijde omslaat en nieuwe thema's aansnijdt. Zoniet dreigt de VS de onderhandelingstafel te verlaten. De EU speelt het spel mee.

De kans is groot dat ze hun slag thuis halen en dat is slecht nieuws voor de ontwikkelingslanden. De VS en de EU zullen wat lauwe toezeggingen doen in ruil voor het opstarten van gesprekken rond nieuwe thema's. Ontwikkelingslanden zullen toegevingen moeten doen rond die nieuwe onderhandelingen om rond de oude thema's nog wat uit de brand te kunnen slepen. Welkom in de wereld van het toponderhandelen.

De Doha Ontwikkelingsronde liep snel vast

Op 14 november 2001, enkel weken na de aanslagen op de WTC-torens in New York, bereikten de WTO-leden in Doha een akkoord over de lancering van een nieuwe onderhandelingsronde voor de verdere liberalisering van de wereldhandel. Een eerdere poging was in Seattle in 1999, op een sisser afgelopen. De oproep van de VS-onderhandelaars tot eensgezindheid, met de dreiging van het wereldterrorisme op de achtergrond, en de belofte dat dit keer ontwikkeling centraal zou staan, trok de ontwikkelingslanden over de streep.

De Doharonde liep al snel vast. De industrielanden waren niet geneigd om in te gaan op het verzoek van de ontwikkelingslanden om de bestaande WTO-regels bij te sturen. In tegendeel, ze legden zeer vergaande liberaliseringseisen op tafel.

12 jaar later: een eerste resultaat

Het duurde tot 2013, tot de ministerconferentie in Bali vooraleer er voor het eerst in het bijna 20-jarige bestaan van de WTO een nieuw handelsakkoord kon worden afgesloten: het zogenaamde Trade Facilitation-akkoord, een akkoord over de vereenvoudiging van douaneprocedures.

Het Trade Facilitation-akkoord was onderdeel van een breder pakket dat bestond uit 10 voorlopige beslissingen waarvan de meeste bovendien eerder vaag waren. Bedoeling was dat ze na de top op het WTO-hoofdkwartier in Genève verder zouden worden uitgewerkt.

Over één van die beslissingen werd in Bali bijzonder hard gebakkeleid tussen de VS en India. Samen met een veertigtal andere ontwikkelingslanden (de zogenaamde G33) had India een aanpassing gevraagd van de WTO-regels om de aanleg van voedselvoorraden toe te laten door voedsel aan een vaste prijs aan te kopen bij arme boeren om die vervolgens tegen een lage prijs te verkopen aan behoeftige gezinnen. Volgens de WTO-regels is dit een vorm van landbouwsubsidie. Landen die deze praktijk op grote schaal toepassen kunnen daarvoor dan aangeklaagd en bestraft worden.

De aanpassing van deze regel werd geweigerd maar om de top niet te doen mislukken werd er een tijdelijke uitzondering toegestaan. India eiste daarop dat die uitzondering van kracht zou blijven tot er een definitieve oplossing zou gevonden worden.

De euforie van Bali duurde niet lang

Terug in Genève zouden de onderhandelaars snel werk maken van de formalisering van het Trade Facilitation-akkoord en van de verdere concretisering van de 9 andere beslissingen. Maar dat laatste liep niet zo vlot. Ontwikkelingslanden realiseerden zich dat de industrielanden een akkoord hadden, maar zij slecht 9 vogels in de lucht.

Tot de 9 maatregelen behoorden ondermeer, naast de discussie over de voedselvoorraden, een betere markttoegang voor minst-ontwikkelde landen, verbetering van de bijzondere behandeling voor ontwikkelingslanden, afbouw van de exportsubsidies voor landbouwproducten. (zie: "Geen evenwicht in het Bali-pakket."

De ontwikkelingslanden wilden het Trade Faciliation-akkoord pas ondertekenen als er over de andere dossiers meer duidelijk kwam. Toch namen ze uiteindelijk vrede met de belofte dat er tegen juli 2015 een duidelijk pakket beslissingen zou klaar liggen, niet alleen over de opvolging van Bali maar ook over verdere stappen in de Doharonde.

Maar ook dit was ijdele hoop. De standpunten lagen te ver uiteen, vooral over de Doharonde. De WTO-leden geraakte het zelfs niet eens over welke teksten ze als basis zouden nemen voor hun verder besprekingen. De meeste ontwikkelingslanden wilden teruggrijpen naar de uitgebreide onderhandelingsteksten waarover eind 2008 bijna een akkoord was bereikt. Vooral de VS, die destijds al tegen die voorstellen was, wilde daar niet van weten

De vlucht vooruit

De VS zit al jaren gewrongen in de Doharonde. Net zoals de EU en de andere industrielanden eist de VS grote toegevingen van de ontwikkelingslanden, vooral dan van de opkomende economieën (de "emerging countries"). Eigenlijk willen ze dat de opkomende economieën een afzonderlijke categorie vormen, of zelfs dat enkel nog de minst ontwikkelde landen en enkele kleine en kwetsbare eilandstaten een bijzondere behandeling krijgen. De meeste ontwikkelingslanden willen daar niet van weten: zij vinden dat ze nog teveel achterstand moeten inhalen op de industrielanden. Dat geldt ook voor landen zoals China en India die wel grotere spelers zijn geworden in de wereldeconomie maar nog steeds een laag gemiddelde inkomen per hoofd kennen.

De VS zelf is niet geneigd veel toe te geven, zelfs niet aan de minst ontwikkelde landen: ze wil hen geen vrije markttoegang bieden zoals de EU en andere industrielanden dat wel doen, ze wil geen adequate oplossing bieden voor de arme katoen producerende landen van West- en Centraal- Afrika die te lijden hebben van de uitvoer van Amerikaanse gesubsidieerd katoen, en de ze wil haar eigen binnenlandse landbouwsubsidies niet verminderen.

Tegelijk frustreert het de VS dat er nauwelijks vooruitgang wordt geboekt in de Doharonde. De VS wil af van de discussies over industriële goederen en landbouw en wil nieuwe thema's aansnijden zoals diensten, investeringen, overheidsaanbestedingen, concurrentiebeleid, dataverkeer,... De EU deelt deze frustratie en probeert samen met de VS en andere industrielanden om deze nieuwe thema's op de WTO-agenda te krijgen.

Weg met de Doharonde

Afgelopen maanden heeft de VS er meermaals mee gedreigd om de Doha- onderhandelingstafel te verlaten en onderdelen van de Doha-agenda samen met nieuwe thema's buiten de WTO te onderhandelen met die landen die mee willen doen. Er lopen al enkele van dit soort 'plurilaterale' (in plaats van multilaterale) onderhandelingen zoals 'TISA' over diensten, 'ITA' over informatietechnologie en 'EGA' over de zogenaamde milieugoederen.

De VS wil in Nairobi enkel nog onderdelen van het Bali-pakket concretiseren om vervolgens de Doha Ontwikkelingsronde 'af te sluiten' en nieuwe onderhandelingen op te starten. Binnen de WTO als het kan, buiten de WTO als het moet.

De vraag is natuurlijk wie de VS zal volgen en wat er dan verder met de WTO zal gebeuren. De vraag is ook of en in hoeverre het de VS menens is. Het creëren van spanning en en crisis in de aanloop van een topconferentie is een beproefde tactiek. In Bali heeft dat goed gewerkt: ook toen beweerde de VS dat het voortbestaan van de WTO op het spel stond als het Trade Facilitation-akkoord er niet kwam.

Niet in het voordeel van ontwikkelingslanden

De kans is dus groot dat de VS en de EU hun slag thuis halen: alweer een reeks lauwe toezeggingen in ruil voor nieuwe onderhandelingsthema's. En dat is niet in het voordeel van de ontwikkelingslanden: ze zullen toegevingen moeten doen op de nieuwe thema's om in de oude vooruitgang te boeken.

11.11.11 veroordeelt dit soort manoeuvres en vindt dat de ontwikkelde landen zich aan de belofte uit 2001 moet houden, namelijk dat de Doharonde de ontwikkelingskansen van het Zuiden moet versterken.

Marc Maes
Beleidsmedewerker handel

 

11.11.11 DOOR:

WTO mc10

marc maes2De '10de Ministeriële Conferentie' loopt van 15 tot 18 december in Nairobi.  Marc Maes, 11.11.11-beleidsmedewerker handelsbeleid is daar aanwezig. Je kan hier zijn berichten lezen.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels