11de WTO ministerconferentie gedoemd om te mislukken?

Van 10 tot 13 december vindt in Buenos Aires de 11de Ministerconferentie van de WTO plaats. De aanloop naar deze conferenties is altijd lastig, omdat er moet gezocht worden naar een evenwichtig pakket aan beslissingen, maar dit keer ziet het er echt niet goed uit. Naast de sterke Noord-Zuid spanning staat de WTO nu ook onder druk van het 'unilateralisme' van Donald Trump. 11.11.11 vindt alleszins dat de industrielanden oude beloftes eerst moeten honoreren alvorens nieuwe eisen op tafel te leggen.

4 reden voor een mislukking

We zien minstens vier struikelblokken die tot een mislukking kunnen leiden.

1. Ontwikkelingslanden blijven op hun honger zitten wat betreft 1) extra markttoegang voor de minst –ontwikkelde landen, 2) de tegemoetkomingen aan de armste katoen producerende landen, 3) het aanpakken van uitvoeringsproblemen van bestaande akkoorden, 4) bijzondere maatregelen om voedselzekerheid te beschermen, 5) een aangepaste regeling voor subsidies aan ambachtelijke vissers, 6) een definitieve oplossing voor ontwikkelingslanden die voedselvoorraden willen aanleggen. Dit zijn allemaal oude problemen waarvoor beloftes zijn gemaakt en ontwikkelingslanden ook al toegevingen hebben gedaan (zoals de aanvaarding van het Trade Facilitation Akkoord, maar die alsmaar blijven aanslepen.

2. Net zoals in de fel gecontesteerde handelsverdragen van de EU en de VS (TTIP, CETA, TPP, TISA) proberen de industrielanden in de WTO bindende regels af te spreken die de beleidsruimte van overheden en binnenlandse regelgeving inperken ten voordelen van handelsbelangen. De binnenlandse regelgeving voor de dienstensector moet "zo weinig mogelijk belastend" zijn, "objectief", en "onpartijdig". Dit zijn vage termen die een beleid ten voordele van het milieu of kwetsbare bevolkingsgroepen bemoeilijken. De industrielanden eisen ook verplichte consultatie van buitenlandse bedrijven bij de voorbereiding van nieuwe binnenlandse regelgeving over de technische en sanitaire veiligheid van goederen.

3. De industrielanden willen ook nieuwe regels voor de "E-commerce", de internethandel. Vooral de VS, het thuisland van Google, Facebook en Amazon wil dat deze handel en vooral het dataverkeer vrij en onbelast is en dat er geen verplichtingen zijn om data lokaal op te slagen. Dit zou de grote voorsprong van de industrielanden vastklikken en het ongecontroleerd en onbelast versluizen van data en winsten naar het buitenland mogelijk maken.

4. Terzelfdertijd ligt de VS op ramkoers met het geschillenregelingsorgaan van de WTO. Volgen de VS meten de arbiters van de WTO zich teveel vrijheid aan. Trump weigert hun herbenoeming en brengt zo de geschillenregeling van de WTO in gedrang. Met het uitblijven van resultaten in de lang aanslepende onderhandelingen was het net deze functie die de WTO nog aanzien gaf.

Maar voor 11.11.11 hangt het aanzien van de WTO vooral af van de mate waarin ze oude beloftes aan ontwikkelingslanden kan doen gestand houden in plaats van de voorsprong van de industrielanden te bestendingen. Wij verwachten van de EU dus vooral dat ze zich inzet voor de zes hogergenoemde aanslepende ontwikkelingsdossiers.

Marc Maes
Beleidsmedewerker handel/Secretariaat Adviesraad voor Beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling (ABCO)

Deel dit artikel